Een goed gesprek met Geurtje

26 juli 2018

‘Hoe is het met gekke Gart?’

Geurtje kijkt me verwachtingsvol aan, als een peuter die weet dat dat mooie verhaal nog een keer komt. Ze woont in het zorgverblijf waar ook mijn moeder woont en heeft zich daar gaandeweg ontpopt als haar grote vriendin.
Ze schillen samen aardappels en drinken ’s middags bij elkaar een kopje thee op de eigen kamer. Toen mijn moeder buikgriep had en twee dagen bed moest houden, kwam Geurtje op bezoek. De verzorging trof beiden slapend aan, de een in bed, de ander ernaast, hand in hand.

Met gekke Gart bedoelt Geurtje haar neef Gert. Sinds we ontdekten dat haar neef mijn buurman is, komt hij vaak terug in de gesprekken. Dan vertel ik het verhaal dat hij me hielp met het slopen van een vervallen kippenhokje achterin mijn tuin. Op de afgesproken tijd beende Gert naar het hok, greep de sponningen van het raam en begon aan het bouwsel te rukken. Later kwam hij terug met een zaag en een moker. Dat werkte beter. Mijn buurman behoort tot de categorie ‘ruwe bolster, blanke pit’.
Geurtje kwam als kind vaak met haar zus op bezoek bij haar neef. Ze ziet weer voor zich dat de vader van Gert onder het bidden ineens een pet naar haar zus slingerde. Zij had even haar ogen open gedaan. Maar hoe kon de pettengooier dat weten, vraagt ze zich nog steeds af. Had hij zelf ook de ogen open gehad?

‘Het gaat goed met gekke Gart’, zeg ik. ‘Ik kom hem vaak tegen als ik de hond uitlaat. Zal ik vragen of hij een keertje bij je op bezoek komt?’
‘Dat is goed’, zegt Geurtje, ‘want ik heb ‘m een béste poos niet meer gezien.’ Ze legt daarbij een zware klemtoon op de eerste lettergreep van ‘beste’.
‘Weet je wat het is met die gekke Gart’, zeg ik, ‘hij is zo gek als een karrad.’ Ik weet wat er dan gebeurt: Geurtje schiet schokschouderend in de lach. ‘Maar in zijn hart is het een goed jong’, zegt ze. ‘Wil je hem de groeten doen?’

Geurtje neemt een slok van haar koffie, kijkt de tafel rond, kijkt mij weer aan en vraagt: ‘Maar hoe is het eigenlijk met gekke Gart?’
Ik beweeg mee, als een bootje op de golfslag van het water. ‘Goed hoor, zeg ik, zal ik vragen of hij een keer langskomt?’

‘Weet je’, zegt ze, ‘die Gart is zo gek als een karrad.’ Weer beginnen haar schouders te schudden. ‘Ik heb ‘m een bèste poos niet meer gezien. Wil je hem de groeten doen?’
‘Tuurlijk’, zeg ik. ‘Ik heb hem pas nog gesproken, toen had hij het nog over je.’
‘Echt? Ja, in zijn hart is het een goed jong.’
Ik gooi hem er nog maar een keer in, als een cabaretier die na honderd voorstellingen zeker weet dat zijn grap succes heeft. ‘Maar hij is wel zo gek als een karrad.’

‘Dat is goed, doe hem de groeten. En jij mag nog eens langskomen, want ik heb de hele week niet zo gelachen.’

Als de nieuwe lachbui overgetrokken is, maak ik aanstalten om naar huis te gaan.
‘Zeg,’ vraagt Geurtje, ‘zie jij gekke Gart nog wel eens?’
‘Jazeker’, zeg ik, ‘maar daar gaan we het de volgende keer over hebben. Goed?’
‘Dat is goed, doe hem de groeten. En jij mag nog eens langskomen, want ik heb de hele week niet zo gelachen.’
Op weg naar de auto zwaaien de twee hartsvriendinnen vanachter het raam mij na tot ik de hoek om ben.

Een collega omschreef zijn vader ooit als een ‘blije demente’: van elk jenevertje genoot hij of het de eerste in zijn leven was. Geurtje geniet elke keer van het gekke-Gart-verhaal of ze het voor het eerst in haar leven hoort. Ik weet in ieder geval waar ik het de volgende keer over ga hebben.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Hoe fout is lastig?

Wat is mijn grootste fout? Mijn grootste fout gaat in meervoud. Zoals de keer dat ik een spiraalbed wilde doorzagen en een reeks tanden verloor. Of dat ik veel te jong trouwde, al maakte ik dat wel weer goed door een paar jaar later weer van haar te scheiden. En niet te vergeten dat ik ongeveer zeven jaar manager was bij een RIAGG. Maar de allergrootste fout... Meer

Reageer |  reacties

Struikelen en opstaan

Ik moet eerlijk bekennen dat ik moeite had met het thema voor deze column. ‘Mijn grootste fout',- ik raakte niet geïnspireerd, ik ‘voelde m niet'. Het is niet dat ik geen fouten maak, ik kan alleen niet goed kiezen of, en zo ja welke van mijn fouten ik een medaille zou willen toekennen. Is het het moment dat ik als eerstejaars studente journalistiek besloot ... Meer

Reageer |  reacties

Na de achtbaan van de transitie nu de focus op verbinden

De trein van de transitie binnen de GGZ is tot stilstand gekomen. Ook bij Reinier van Arkel. Minder specialistische zorg in de kliniek, meer ambulante zorg dicht bij de cliënt. Medewerkers en hun expertise zijn verspreid over buitenpoli's en wijkteams. Nu het stof is opgewaaid, is de vraag: hoe verder? GZ-psycholoog Laurien Willems-Passtoors is bij Reinier v... Meer

Reageer |  reacties