Wie vindt het oor van de minister?

25 maart 2013

De discussie over het basispakket moet zorgvuldig gevoerd worden en dat gebeurt nu niet.

Onlangs riep minister Schippers van VWS artsen en patiŽnten op om zelf met bezuinigingsvoorstellen te komen voor het basispakket van de zorgverzekering. Iedere Nederlander is voor deze basiszorg verzekerd. Dat kost zo’n 33 miljard euro per jaar. Zorg die niet in het basispakket is opgenomen, betaalt de patiŽnt uit eigen zak of hij verzekert zich aanvullend. In deze kabinetsperiode wil de minister 1,5 miljard per jaar op de basiszorg bezuinigen.

De oproep van de minister is een reactie op de ophef die telkens ontstaat na het uitlekken van conceptadviezen van het orgaan dat de minister op dit terrein adviseert, het College voor zorgverzekeringen (CVZ). Onlangs nog ontstond commotie onder GGZ-hulpverleners toen plannen uitlekten om flink het mes te zetten in de vergoedingen voor de behandeling van psychische aandoeningen. PatiŽntenfederatie NPCF en artsenorganisatie KNMG hebben al positief gereageerd op de oproep van de minister.

Kennelijk is het voor minister Schippers - en waarschijnlijk voor elke minister van Volksgezondheid - moeilijk beslissingen door te duwen bij tegenwind. In dat licht is het begrijpelijk dat ‘het veld’ wordt opgeroepen zelf met voorstellen te komen. Het debat zoals dat nu wordt gevoerd, is echter niet goed georganiseerd. Want waarom mag men alleen meedenken wanneer verkleining van het basispakket aan de orde is? Zou niet ook bij uitbreiding van het basispakket eerst een stevige maatschappelijke discussie gevoerd moeten worden? Is het offer van de premiebetaler irrelevant bij collectieve financiering van een peperduur weesgeneesmiddel dat honderdduizenden euro per gewonnen levensjaar kost?

De oproep van de minister wekt verder de suggestie dat elke keuze gemaakt kan worden zolang wij maar gezamenlijk beslissen. Dat is niet waar. Het mensenrecht op toegang tot noodzakelijke zorg zorgt ervoor dat niet elke keuze geoorloofd is. Het recht op toegang tot voorzieningen voor noodzakelijke zorg heeft ieder mens, in gelijke mate. Op de Nederlandse staat - die partij is bij tal van verdragen waarin dat recht is erkend - rust de verplichting die toegang te realiseren voor al zijn ingezetenen. Niet alleen in termen van beschikbaarheid van voorzieningen, therapieŽn en geneesmiddelen, maar ook in termen van hun bereikbaarheid (afstand, tijd) en hun betaalbaarheid. En meer nog, volgens datzelfde internationale mensenrecht is de overheid gehouden deze toegang progressief te verwerkelijken. Die toegang moet steeds beter worden voor iedereen die op basiszorg is aangewezen.

Dat betekent niet dat pakketverkleining niet is toegestaan, wel dat dit aan strikte voorwaarden gebonden is. De verwijdering van niet effectieve middelen en therapieŽn is helemaal geen probleem. Dat is zelfs een plicht. De keuze voor een effectief maar goedkoop middel boven een even effectief maar duurder alternatief is dat evenzeer. Maar de verwijdering van een bewezen effectief middel, waarvoor geen alternatieven bestaan, en dat niet iedereen zelf kan betalen, is geen optie.

Het mensenrecht op zorg bedoelt ook kwetsbare minderheden te beschermen, patiŽnten met zeldzame aandoeningen. Het valt te hopen dat deze niet overstemd worden door luidruchtige meerderheden die in dit plotsklaps verordonneerde debat het oor van de minister wel weten te vinden. De pakketdiscussie moet daarom niet alleen voortdurend maar ook voortdurend zorgvuldig worden gevoerd. Hoe deze discussie maatschappelijk is vorm te geven, dat is de vraag. Daarover zou eerst eens nagedacht moeten worden.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten