Vakmanschap gaat in laagjes

19 februari 2015

Afgelopen zomer bezocht ik in Carrť de theatervoorstelling War Horse. Een van oorsprong Engelse productie waarin de liefde tussen man en paard centraal staat. Bijzonder aan deze voorstelling was dat de paarden levensechte ‘poppen’ zijn waarin acteurs schuilgaan. Na een paar minuten vergeet je de acteurs en zie en hoor je paarden op het toneel. Heel knap. En boeiend? Voor het eerst van mijn leven sprak ik in de pauze niet met mijn vrouw over de voorstelling. En na afloop waren we het ook snel vergeten. Hoe kwam dat?

Niet lang daarna was er een relletje nadat het NRC, nota bene op de voorpagina, een kritische recensie plaatste over de voorstelling Anne. ‘Mist gelaagdheid’ was het commentaar. Het kwam wat pedant over, maar het zette me wel aan het denken. Wellicht zat daarin ook wel een verklaring waarom War Horse mij niets deed. Nadat ik er wat langer over nadacht werd mij duidelijk dat de gelaagdheid, zoals ook dramaturgen en docenten aan toneelacademies die van acteurs verlangen, een wezenlijk onderdeel is van het acteren. Zonder dat blijft het werk, de voorstelling, zo plat als een dubbeltje. Saai en oninteressant, waarbij leuk gelijk staat aan leeg. Het zet je niet aan het denken en laat niets aan de verbeelding van de toeschouwer over. Bij beeldende kunst is dat net zo. Gelaagdheid is het onderscheidende criterium tussen kitsch en kunst.

In de psychische zorg, waar het gaat om het werk van psychiaters, psychologen, verpleegkundigen en sociaal werkers, geldt hetzelfde. Dat ze goed weten wat ze doen, kundig zijn en zich keurig houden aan de richtlijnen en protocollen is toe te juichen. Zeker als ze de veranderingen binnen hun professie en die van collega’s op de voet volgen en zich kritisch opstellen – niets zomaar van een ander aannemen. Maar als de methoden en technieken perfect worden uitgevoerd – net zoals die War Horse-acteurs zo voortreffelijk deden – is er toch kraak noch smaak aan. Het is goed, maar het boeit niet, althans: het is niet voldoende. Ik denk dat het ermee te maken heeft dat technische perfectie het risico bergt dat het zielloos is, dat het geen ruimte maakt voor passie, eigen initiatief en menselijke maat, en anderen daardoor niet echt raakt. 

Het beheersen van de methodische en technische grondslagen is de absolute basis van ons werk – zonder lopen we het risico op gepruts, kwakzalverij. Maar het moet daar niet bij blijven. Ik pleit voor extra dimensies, gelaagdheid dus. Ik denk dat vakmanschap in de psychische zorg tenminste deze vier lagen behelst:

Allereerst, als gezegd, het geheel aan theoretische en technisch-methodische kennis, dat we veronderstellen bij iemand die zijn of haar vak beheerst. Die daarmee respect afdwingt. Maar ook, in de tweede plaats, het vermogen om een context te scheppen: verwachtingen, hoop, een goede werkrelatie met de patiŽnt, het wanneer de patiŽnt daarbij gebaat is kunnen tonen van empathie en compassie. We duiden deze essentiŽle factoren traditioneel aan als de ‘aspecifieke’ factoren. Eigenlijk een achterhaalde term want er is inmiddels kennis genoeg die deze factoren specifiek maakt. 

Als derde laag, iets waar veel professionals pas in de loop van hun carriŤre aan toekomen, is er het vermogen relevant te zijn, werkelijk betrokken op de samenleving en zo nodig maatschappelijk actief. Een vakman die zich niet expliciet verhoudt tot de samenleving, en zich maar matig bewust is van de eigen rol daarin, laat potenties onbenut. 

Maar de sjeu zit wat mij betreft vooral in de vierde laag, het kunnen tonen van de eigen kwetsbaarheid en het – uiteraard wanneer dat gepast is – blijk kunnen geven van twijfel en onzekerheid. Beroepskrachten die in persoonlijk opzicht gegroeid zijn, weten voor hun patiŽnten, collega’s en buitenstaanders betekenisvolle vragen op te roepen. Dat kan verwarring stichten. Maar het is een kenmerk van vakmanschap dat dat functioneel blijft – dat het mensen aan het denken zet en ruim baan maakt voor nieuwe opties.

Deze vier lagen moet je denk ik ook in deze volgorde zien. Het is een rijpingsproces dat geworteld moet zijn in het laagste niveau. En zolang je werkt, behoeft die onderhoud. Maar als het daar bij blijft, creŽer je een War Horse-syndroom: de rol wordt perfect gespeeld maar het mist relevantie. Want onthoud: vakmanschap gaat in laagjes.  

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Solidariteit, we doen net alsof.

Onlangs wandelde ik met een vriend een paar dagen door Berlijn (een heerlijke stad, maar daar wil ik het nu niet over hebben). Er wordt hard gewerkt om de stad steeds mooier te krijgen. Overal waar we waren, werd er aan de huizen gewerkt, en vaak was de stoep overkapt om de voetgangers te beschermen tegen vallend puin. Ik ben bijgelovig (ik schoor me ook noo... Meer

Onderling verbonden pilaren

Ik ben oud genoeg om me te herinneren hoe ik midden jaren '80 een foldertje van de verboden vakbond Solidarno?? in handen kreeg. Dat was in een propvolle stadsbus in Wroc?aw in West-Polen. Een paar jaar later was ik er weer. Toen ging ik met mijn gastvrouw mee naar de stembus. Voor het eerst in haar toch al zestigjarige leven zou haar stem er toe doen. Op da... Meer

Reageer |  reacties

Over betrokkenheid en solidariteit

Plaats van handeling: het terras van een Nijmeegs cafť dat vaker in de prijzen viel vanwege de uitgebreide collectie bieren op fust en fles. Het is een van die zwoele avonden in de meimaand die ons na afloop van het werk uitgeput, uitgedroogd en super dorstig (dus enigszins zwak en weinig standvastig) niet direct naar huis maar even naar de kroeg dirigeert. ... Meer

Reageer |  reacties