DSM - Van Diagnostiek in de diepte naar Classificatie aan de oppervlakte

21 september 2012

Een schets van het perspectief van DSM, in vijf delen - Deel 2 ||  Klik hier om deel 1 ook te lezen!

Met de DSM traditie, die in 1952 met de DSM-I is begonnen, vond een verschuiving plaats van diagnostiek in de diepte (in het bijzonder gericht op bewust en onbewuste aspecten van de levensloop van de patiŽnt) naar classificatie aan de oppervlakte (gericht op het in kaart brengen van de observeerbare aspecten van een klacht). Deze eerste editie telde 106 categorieŽn, de DSM-IV uit 1994 telt er 365, het aantal pagina’s nam toe van 128 naar 886. De hoeveelheid categorieŽn wordt niet geremd vanuit dieperliggende, theoretisch geconstrueerde, ordeningsprincipes en kan dus bijna eindeloos uitdijen. Deze categorieŽn (en geen dimensies) zouden uiteindelijk hun verankering in de biologie vinden. CategorieŽn horen thuis in de medische diagnostiek en lijken aanvankelijk vooral aantrekkelijk door de eenvoud waarmee het gebruik gepaard gaat: je hebt griep of niet; je bent zwanger of niet. In deze ontwikkeling was het theorieloze aspect, behalve een filosofische misser, ook politiek gemotiveerd; elke oriŽntatie op ťťn theoretisch referentiekader zou het draagvlak versmallen en het was de bedoeling de wereld van de psychiatrie en - naar nu blijkt – ook van de psychologie te veroveren. Het atheoretische karakter van de ziekte-eenheden voorkwam – een sterke zet vanuit een pragmatisch gezichtspunt - wellicht dat de diverse theoretische oriŽntaties in de psychopathologie zich bij voorbaat van deze wijze van classificeren distantieerden. Voorts kan deze afkeer van theorie ook worden begrepen als een stap van de medici, die de DSM steeds hebben overheerst, weg van de in theorie geÔnteresseerde psychologen. In beide opzichten lijkt de onderneming tot dusver geslaagd in haar opzet. Dit wordt nog verder ondersteund door het opvallende gegeven dat de term neurose met name sinds 1980 uit de DSM is verdwenen. Juist deze term heeft decennia lang in de klinische psychologie een rol gespeeld in zowel onderzoek als in de behandelpraktijk. Dit concept behoort nog steeds tot een van de klinisch psychologisch sterkst empirisch en theoretisch onderbouwde begrippen. Feitelijk is dit begrip door de DSM gemarginaliseerd en daarmee een belangrijk thema uit de klinische psychologie.
De meeste wetenschappelijke tijdschriften op dit gebied vereisen eveneens DSM classificaties, in de VS nog steeds diagnoses genoemd. In het kielzog van de DSM worden proefschriften, congressen en carriŤres gepland, semi-gestructureerde interviews en zelfbeoordelinginstrumenten ontwikkeld en uitgegeven (voor elke DSM editie weer aangepaste versies); kortom voor veel organisaties, uitgeverijen en universiteiten is dit wereldwijd gebruikte classificatiesysteem het beleg op de boterham.
Dat de psychiaters de DSM geheel hebben omarmd was te verwachten, het is tenslotte voortgekomen uit hun eigen koker. Aanvankelijk hebben zij nog getracht het classificeren middels de DSM te monopoliseren zodat de psychologen en psychotherapeuten hiervoor de medicus nodig zouden hebben. Vanzelfsprekend is dit geheel mislukt: in werkelijkheid is in de psychodiagnostiek het onderdeel classificatie het gemakkelijkste te verrichten deel. In de trainingen in DSM classificatie die ik vroeger gaf, bleken de minst opgeleiden hiermee het beste uit de voeten te kunnen. Dit heeft te maken met het gegeven dat je zo min mogelijk moet laten afleiden door al je klinische indrukken omtrent een patiŽnt en zo nuchter mogelijk symptomen en gedragingen moet tellen om adequaat tot de categorieŽn te komen vergelijkbaar met hoe een controller zijn werk doet. In de handboeken klinische psychologie, gepubliceerd in de jaren zestig en zeventig, werden er slechts weinig pagina’s aan de DSM besteed, maar dit nam daarna exponentieel toe. Momenteel is menig diagnostiek en psychopathologie boek gestructureerd vanuit het DSM classificatiesysteem. In de jaren zestig en zeventig werd door de psychologen een psychodiagnostiek beoefend die gelieerd was aan de verschillende therapeutische stromingen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten