Hoe minder zorgverleners, hoe beter?!

6 juli 2017

Stel dat in een netwerk iedereen met iedereen is verbonden met een lijn. En laten we het aantal lijnen tellen dat zodoende ontstaat. Bij twee personen is dat er 1. Bij drie personen zijn het er 3. Bij vier tellen we er 6 en bij vijf personen 15. Bij tien personen zijn het er 55 en bij vijftien personen is het aantal onderlinge relaties geŽxplodeerd tot maar liefst 120.

Ergo: het aantal bilaterale verbindingen neemt met de groei van een groep niet lineair toe, maar exponentieel!

Mensen die hierover kunnen meepraten, zijn kwetsbare ouderen die nog thuis wonen. Die hebben te maken met de huisarts en vaak bovendien met een praktijkondersteuner, een paar medisch specialisten, enkele wijkverpleegkundigen, mensen voor de schoonmaak, de fysiotherapeut, de apotheker, een ploegje mantelzorgers en mogelijk nog meer personen. En dan komt daar ook nog de ambtenaar van de gemeente bij die een keukentafelgesprek komt voeren. Opgeteld komt dat al snel op een groep van vijftien zorgverleners, zeker als een deel daarvan part-timer is waardoor het aantal gezichten alleen maar extra stijgt.

Optimale zorg vergt dat de zorgverleners informatie uitwisselen en beschikken over data die juist en actueel zijn, gezamenlijk het behandelplan bepalen en een gemeenschappelijk inzicht hebben in wat de patiŽnt nodig heeft in welke volgorde en op welk moment.

Maar dat is door het exponentiŽle karakter van de bilaterale verbindingen geen sinecure. Een groep van pakweg vijftien professionals is al veel te groot om te orkestreren op zowel inhoud als proces. Iedere zorgverlener kan daarover meepraten. Er wordt langs elkaar heen gewerkt, misverstanden zijn aan de orde van de dag, er wordt dubbel werk gedaan of er blijven juist taken liggen. De patiŽnt is daarvan de dupe.

Als symptomen van deze problematiek zien we vaak de komst van casemanagers, protocollen, vinklijsten, rapportages, mailverkeer, overdrachtsdocumenten en wat dies meer zij. Allemaal bedoeld om het gebrek aan afstemming en haperende informatie-uitwisseling over het zorgproces te compenseren. Dat dit grote overheadkosten, inefficiŽnties en demotivatie van professionals met zich meebrengt, en de kans op datalekkage vergroot, is evident.

Het is opmerkelijk is dat deze effecten wel terecht worden bekritiseerd, maar dat het probleem niet bij de wortel lijkt te worden aangepakt. Het aantal zorgverleners dat zich met een patiŽnt bemoeit, is veelal te hoog. Door gericht de hoeveelheid actoren rondom een patiŽnt te reduceren – lees: het team zo klein mogelijk te maken – wordt het zorgproces hanteerbaarder. Ieder individu minder, zet zoden aan de dijk. Met dank aan het exponentiŽle effect, dit keer in omgekeerde richting.

Zorgverleners en zorginstellingen doen er goed aan hier bewust bij stil te staan. Het terugdringen van zorgdrukte rondom de patiŽnt zou een expliciet doel moeten worden. Door taken te concentreren bij een zo klein mogelijk aantal personen - en dus zo min mogelijk uit te smeren over invallers en ondersteuners – onstaat er meer ‘professioneel oogcontact’. Dat levert betere processen op, lagere kosten en hogere kwaliteit.

Hoe minder zorgverleners rondom een patiŽnt, des te beter!

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten