Dilemmaís rond DSM-5 in de dagelijkse praktijk: Conclusies, reflectie en discussie

18 april 2013

De boeiende en leerzame presentaties, dikwijls met een historisch perspectief, hebben verwarring opgehelderd, misverstanden uit de weggeruimd en het onderling begrip vergroot.

Als we de zeven perspectieven op de DSM-5 met elkaar verbinden komt er op een aantal punten duidelijk eenstemmigheid naar voren. De DSM is een belangrijk hulpmiddel bij het classificeren van psychiatrische stoornissen en een eenduidige taal waarin professionals wereldwijd met elkaar kunnen communiceren. De indeling van de DSM structureert de opbouw van leerboeken en de verschillende soorten hulpverlening in de GGZ.
MŠŠr classificatie en diagnostiek mogen niet met elkaar worden verward. Degelijke diagnostiek vereist systematisch onderzoek zonder vooroordelen, waarin veel gedetailleerde informatie wordt verzameld en waarbij de classificatie slechts de laatste stap is van het stoornisgerichte deel dat leidt tot een syndroomdiagnose.
Ten opzichte van de DSM IV brengt de DSM-5 op belangrijke punten verbetering: meer empirisch bewijs en validering, niveaus voor ernst, meer aandacht voor stagering, risicofactoren en context.

Het glas is dus meer halfvol dan halfleeg. De DSM is nog niet compleet en perfect, maar heeft grote voordelen, naast belangrijke risico’s. We moeten niet het kind met het badwater weggooien, maar wel waken voor onoordeelkundig gebruik (met als ongewenst gevolg medicalisering en etikettering).
We zijn al ver gekomen, maar er is ook nog veel te doen. We moeten meer aandacht besteden aan theorievorming en aan onderzoek naar etiologie, stagering en profilering. Zodat het accent in de GGZ kan gaan verschuiven in de richting van preventie, vroegtijdige signalering en behandeling. Genuanceerde informatie en steun aan cliŽnten en hun omgeving bij acceptatie en integratie vormen een onlosmakelijk onderdeel van de hulpverlening.
Voor een doelmatige financiering is het nodig, dat de relatie tussen zorgvraag en behandelinzet en tussen kosten en behandeluitkomsten duidelijker wordt, evenals de afbakening tussen verschillende soorten GGZ.

In de discussie komt naar voren dat het gebruik van de DSM tegenwoordig meer weerstand oproept, omdat politiek en verzekeraars ermee op de loop zijn gegaan. Daar wordt tegenin gebracht dat dokters teveel alleen naar de patiŽnten hebben gekeken en te weinig oog hebben gehad voor ontwikkelingen in de samenleving.
Het belang van vroegtijdig signaleren bij kinderen en jeugdigen wordt nog eens onderstreept, omdat veel functies, bijvoorbeeld bij ADHD of autisme, door oefening kunnen worden verbeterd. Ook de bepleite aandacht voor contextuele factoren (in de structuurdiagnose) wordt van harte ondersteund, met als bijkomend voordeel een inperking van de medicalisering. De vorderingen in de psychotherapie zullen het gebruik van psychofarmaca eveneens kunnen terugdringen.
Om zowel over- als onderdiagnostiek (in de eerste lijn) te voorkomen is de ontwikkeling van een geschikt diagnostisch instrumentarium voor de Basis GGZ uitermate belangrijk. Daarnaast klinkt het pleidooi om niet de goedkoopste, maar juist de best opgeleide disciplines aan de voordeur te laten filteren. Juist bij een tekort aan kennis worden ‘screeningslijstjes’ gebruikt, met alle desastreuze gevolgen van dien. Maar op dit moment zitten de knapste en duurste professionals (met “Diagnose Salarisschaal Combinaties”) in de top van de verwijzingspiramide.


Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten