PatiŽntenverhalen, mensenkennis en zelfbescherming verplicht

27 november 2014

Vaak wordt beweerd dat artsen niet naar hun patiŽnten luisteren. Dat ze hun patiŽnt behandelen als nummer en niet als mens. De afgelopen drie jaren heb ik veel artsen ontmoet. Met de meest uiteenlopende specialismen. Huisarts, oncologisch chirurg, internist, plastisch chirurg, neuroloog, bestralingsarts en zelfs een duikarts. Zo verschillend als ze gespecialiseerd waren, zo verschillend waren ze ook in hun manier van doen, in de manier waarop zij communiceerden.

De chirurg, die mij moest vertellen dat het foute boel was in mijn lijf, kreeg te maken met een communicatiefoutje op haar afdeling. Mijn echtgenoot en ik zaten – in het welbekende artsenkamertje, met welbekende behandeltafel en dozen vol met paarse handschoenen - gespannen te wachten op de uitslag van een biopsie. Toen zij binnen kwam, keek zij meelevend. Dat was oprecht, niet gespeeld, daar ben ik van overtuigd. Ze gaf ons een hand en ging zitten. “U hebt de uitslag al telefonisch gehoord en ik ga u vertellen hoe we nu verder gaan.”

ZŪj zag direct aan ons, dat wij die uitslag nog helemaal niet telefonisch hadden gehad en Ūk zag direct een verandering in haar mimiek. Ze werd koel en zakelijk. Ze moest van rol veranderen. Van behandelend arts naar brenger van het slechte nieuws. En tegen dat laatste wapende zij zich.

Is dat fout? Nee. Zij moet immers iedere dag slecht-nieuws-gesprekken voeren. Daar heb je een methode voor nodig, zodat je er als arts zelf niet aan onderdoor gaat. Als patiŽnt begrijp ik dat volledig. Het vervolg van het gesprek verliep voor ons emotioneel, zij bleef afstandelijk, maar wist ons wel gerust te stellen.

Horkerig gedrag
Ik heb echter ook artsen gesproken die zich niet afstandelijk en koel opstelden, maar gewoon horkerig gedrag toonden. Een andere arts die mij ook vertelde dat er van alles misging in mijn lijf, besefte blijkbaar niet dat dit mijn leven op zijn kop zette. Want hij meende er smalend aan toe te moeten voegen, dat het grotendeels mijn eigen schuld was, omdat ik in het verleden had gerookt. Nadat hij dat gezegd had, liep hij schouderophalend weg en mocht ik naast verdriet en pijn ook woede aan mijn lijstje van gevoelens toevoegen. 

Is dat dan fout? Ja! Deze dokter had moeten weten dat hij deze mededeling niet op zo’n moment hoefde te doen. Het deed niet ter zake, was niet constructief en het was zeker niet in mijn belang om mij op dat moment op fouten ui t het verleden te wijzen. Bovendien; maken we die niet allemaal?

PatiŽntenverhalen
Om dit soort zaken te voorkomen, moet er volgens mij in de opleiding van toekomstige artsen iets drastisch veranderen. Veel universiteiten laten sinds een aantal jaren geneeskunde studenten al in het eerste jaar omgaan met patiŽnten. Van mij mag dat nog wel een stapje verder gaan. Maak patiŽntenverhalen verplichte kost. Laat toekomstig artsen verschillende van die verhalen analyseren, aangevuld met gesprekken met de schrijvers van die verhalen. Maak dit af met een aantal colleges “mensenkennis” en “zelfbescherming” en wij patiŽnten krijgen heel andere dokters voorgeschoteld. En voor nu? Zorg dat in ieder geval op ieder congres waar dokters bij elkaar komen ook ťťn patiŽnt te horen is. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten