Vrouwelijke eigenschappen gevraagd

6 februari 2014

Vroeger was de baas de baas. Als die wat zei, luisterde je. En als die wat opdroeg, voerde je het uit. Initiatief werd zelden beloond, of werd bij gebleken succes door de baas als eigen idee ingelijfd. Zo was het in het bedrijfsleven, zo was het in de zorg. Die baas was een man, vijftig plus, hij was winstgedreven en gericht op fusies en overnames en hij verdiende goud geld.

De laatste jaren begint hierin verandering gekomen en die verandering zal onomkeerbaar blijken te zijn. “Verantwoordelijkheid laag in de organisatie leggen” is geen modekreet, maar is om maatschappelijke en economische redenen noodzaak. Door gereguleerde marktwerking in de zorg te creŽren, is een concurrentiestrijd om de cliŽnt ontstaan, zowel in de ziekenhuizen als in de verpleeg- en verzorgingshuizen. En het lager personeel kent die cliŽnt veel beter dan de baas. De toenemende selectieve zorginkoop heeft de strijd om de cliŽnt in de ziekenhuiszorg alleen maar verscherpt. Het substitutiebeleid van de overheid in de langdurige zorg heeft hetzelfde gedaan voor de verpleeg- en verzorgingshuizen.

Wat betekent dit voor leiderschap? Het betekent dat de zieken-, verpleeg- en verzorgingshuizen geen bazen meer nodig hebben, maar leiders die kunnen luisteren in plaats van zenden. De snelle veranderingen in het zorgveld zorgen voor onduidelijkheid over hoe de cliŽnt zich gaat gedragen en het is de vraag in hoeverre bestuurders die cliŽnt kennen. De medewerkers kennen die wel, want die werken dagelijks met de cliŽnt. De overheid spreekt die cliŽnt nu in toenemende mate aan op zelfredzaamheid en zelfregie. De zorgprofessional moet niet langer primair zorgen voor de cliŽnt, hij moet vooral zorgen dat de cliŽnt voor zichzelf kan zorgen. Dit vergt een enorme cultuuromslag van de van oudsher puur zorggerichte medewerkers.

Voor de bestuurder is die cultuuromslag nog veel groter. Die moet niet alleen meesturen met de manier waarop de cliŽntvraag verandert. Die moet tegelijk ook zijn weg vinden in het transitiebeleid dat de overheid voor de langdurige zorg uitstippelt, met alle positionerings-, vastgoed- en werkgelegenheidsproblematiek die daarbij komt kijken. Voor dat transitiebeleid bestaan managementmodellen. Maar het meesturen met de veranderende cliŽntvraag vraagt om cliŽntbesef, mensenkennis en ook empathie.

In een recent interview in het vakblad van de Sociale Verzekeringsbank sprak trendwatcher Farid Tabarki over hoe de maatschappij zich ontwikkelt. Hij stelt dat onze samenleving steeds verder gedecentraliseerd wordt. De van oudsher formeel geregelde overheidstaken worden vervangen door een meer informeel circuit waarin het eigen initiatief van de burger centraal staat en de overheid alleen bijspringt op die punten waarop de burger het zelf niet redt. Het transitieproces in de zorg is een duidelijk voorbeeld van deze beweging. De zorgbestuurders zijn echter nog veelal de mensen die door de oude, door de overheid geregelde samenleving zijn gevormd. Het zijn nog steeds voornamelijk de winstgedreven en fusiegerichte vijftig plus mannen.

Voor het ontwikkelingsproces dat de zorg nu doormaakt, zijn bestuurders nodig met andere competenties: inhoudelijk, maatschappelijk gedreven, gericht op samenwerking en kwaliteit. Mensen die niet voor het grote geld gaan en die onzeker durven te zijn over de toekomst. Tabarki noemt dit vrouwelijke competenties. Het is tijd voor nieuw leiderschap.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten