FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

3 augustus 2017

Aan professionals en bestuurders in de zorg worden zware eisen gesteld. Zekerheden verdwijnen, regelgeving werkt verstikkend, de financiŽle druk neemt toe. Het ‘handhaven van de koers’ is niet meer voldoende, vaak zijn harde en duidelijke keuzes nodig. Bestuurders moeten flexibel zijn en zichzelf opnieuw uitvinden. Professionals worden geacht de veranderingen te volgen en zich aan te passen. Van der Hoef & Partners publiceert interviews met deze professionals en bestuurders, met als centrale vraag: hoe gaan ze met hun uitdagingen om?

In het volgende interview spraken wij hierover met Marijke van Putten, lid raad van bestuur GGZ Noord-Holland-Noord

Marijke van Putten kiest met GGZ Noord-Holland-Noord voor geÔntegreerde aanpak 

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

‘Binnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programma’s geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgen’, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ‘Voorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.’

‘Herstel voor iedereen’, ‘Digitaal fit’ en ‘Organiseren naar de wijk’, zo heten de drie programma’s. ‘Het is een samenhangende wijkgerichte benadering’, zegt Van Putten. ‘Verdergaan op de weg van ambulantisering betekent meer gebruikmaken van wat al in de maatschappij en in de wijk aanwezig is. Welke wijkcentra zijn er, welke sportverenigingen, welke huisartsenpraktijken, welke maatschappelijke hulp is er, welke hulp kunnen omwonenden bieden? Hoe kunnen we deze bestaande maatschappelijke systemen inzetten om onze cliŽnten zo veel mogelijk in hun eigen omgeving te begeleiden, te behandelen en te laten participeren?’

Wijkgericht hersteldenken
Het klinkt logisch, maar dit ‘wijkgerichte hersteldenken’ is weliswaar al vijftien jaar geleden geÔntroduceerd maar nu pas ťcht aan het landen. Steeds vaker gaan IPS-medewerkers met cliŽnten op pad om hen via de methode ‘Individuele Plaatsing en Steun’ aan werk te helpen. Steeds vaker vergroten ervarings-deskundigen het zelfvertrouwen van cliŽnten door hen vanuit hun eigen levenspraktijk te laten zien dat zij ‘meer zijn dan hun ziekte’. Van Putten: ‘In de wijk werken we met de FACT-teams, activiteitencentra en begeleide woonvormen, in onze specialistische (poli)klinieken behandelen we onze cliŽnten op basis van de diagnose. Ook bij gemeentes en verzekeraars groeit nu het besef dat naar het hele plaatje moet worden gekeken. Het gaat ook om de maatschappelijke rol van de cliŽnt, om relaties, om werk, om huisvesting, noem maar op. Bij psychiaters en psychologen heeft jarenlang het diagnostisch denken vooropgestaan, iets als huisvesting mocht de gemeente regelen. In de specialistische teams zaten slechts zelden IPS-medewerkers en ervarings-deskundigen, in de FACT-teams te weinig psychologen behandelaars die psychologische behandelinterventies konden bieden zoals bijvoorbeeld traumabehandeling. Wij kiezen nu voor een geÔntegreerde aanpak. Als nu bij iemand in de wijk behandeling, herstelondersteuning of opschaling bij crisis nodig is van, kan dit vanuit hetzelfde team.’

GeÔntegreerde aanpak
Van Putten vindt dat juist nu deze geÔntegreerde aanpak nodig is. CliŽnten die bij de specialistische GGZ aankloppen, zijn per definitie mensen met ernstige psychiatrische problematiek. Ze hebben naast psychiatrische bijvoorbeeld ook sociale en financiŽle problemen. ‘Mensen met een lichte of matige enkelvoudige psychiatrische klacht worden nu behandeld door de basis-GGZ. Onze huidige cliŽnten hebben per definitie een herstelgerichte behandelaanpak nodig, het liefst in de eigen omgeving. Bij deze mensen moet je met alle betrokkenen bekijken wat de beste aanpak is. Dan gaat het ook om vragen als: wat wil de cliŽnt zelf met de behandeling bereiken, wat is het juiste moment om de behandeling in te zetten. En als je geen expertise in huis hebt om een cliŽnt met financiŽle problemen te helpen, moet je wel de weg kunnen wijzen. Daarom is het belangrijk om vanuit samenwerken en behandelnetwerken te denken.’

Samenwerken in keten
Van Putten gelooft in samenwerken en ketenzorg. Maar ze ziet ook dat processen weerbarstig zijn, dat gemeentes het moeilijk vinden de omslag te maken. ‘Mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen zijn ook hun burgers, met evenveel rechten als ieder ander. Ik zou het mooi vinden als we met gemeentes de budgetten naast elkaar zouden leggen en ťťn geÔntegreerd plan zouden maken voor de GGZ-patiŽnt. Vroeger staken we veel geld in klinische bedden. Uit cijfers van het Trimbos Instituut blijkt dat de afbouw van klinische bedden op schema ligt, maar dat de opbouw van ambulante zorg achterblijft. Ook in budget. Vergeet niet dat ook de basiszorg GGZ en vrijgevestigden betaald worden uit dit budget. Samen komen we verder.’

Willie Wortel
In het bouwen en verbinden van netwerken speelt ICT een belangrijke rol. Van Putten zit regelmatig om tafel met een ‘innovator’, haar persoonlijke Willie Wortel die ‘tien jaar vooruit kan kijken’, haar voortdurend uitdaagt een stap verder te denken. Hij laat zien wat de ontwikkelingen zijn, Van Putten vertaalt dat naar haar bestuurlijke praktijk. Ze ziet een digitale omgeving voor zich waar alle betrokkenen uit het zorgnetwerk rond een cliŽnt op aansluiten. Op dit moment zijn binnen GGZ Noord-Holland-Noord ook duizend mensen aangesloten op telezorg. Hiermee zijn bijvoorbeeld screen-to-screenbehandelingen mogelijk. ‘Straks maakt het niet meer uit of de psychiater in Noord-Holland of op de Bahama’s zit. Het zal ook leiden tot nieuwe beroepen, bijvoorbeeld digitale coaches. Dit soort innovaties gaat beweging geven op de arbeidsmarkt.’

EMDR
Van Putten benadrukt dat innovatie meer is dan ICT en e-Health. ICT is in haar ogen ondersteunend aan verbeteringen in de zorg, bijvoorbeeld om mensen in hun eigen omgeving te helpen. Van Putten: ‘Onder innovatie valt ook een nieuwe toepassing van een behandeling als EMDR. Wetenschappelijk onderzoek bewijst dat deze behandeling effectief is bij psychosen en de psychologische gevolgen van trauma’s. Binnen ons vakgebied is dit een enorme doorbraak.’

Kennis
Als bestuurder is het belangrijk een neus te hebben voor dit soort innovaties en ontwikkelingen, vindt Van Putten. Ook is het belangrijk te weten waar in de organisatie de ‘pareltjes’ zitten, de mensen met ideeŽn die de zorg verder brengen. Haar grootste zorg is dat veranderingen harder gaan dan de organisatie aankan. ‘Veranderingen gaan tegenwoordig in een veel sneller tempo dan vroeger. Wat vroeger twintig jaar duurde, duurt nu tien jaar, en straks misschien vijf jaar. Een organisatie die wil blijven bestaan, moet daarin mee. De specialistische GGZ zal altijd toegevoegde waarde blijven houden, omdat bij ons de kennis zit. Kennis om therapieŽn toe te passen en te vernieuwen, om medicijnen nog persoonlijker te maken. Met onze kennis voeden we andere partijen in de zorgketen, zoals huisartsen of mensen in sociale wijkteams. Kennis is de basis van wat we doen.’

Nooit klaar
Van Putten is benieuwd hoe GGZ Noord-Holland-Noord er over drie jaar uitziet. Ze gaat ervan uit dat dan resultaat zichtbaar is van de drie programma’s die nu geschreven zijn. ‘Als gebeurt wat ik hoop en verwacht, hebben we over drie jaar een organisatie die ťcht cliŽntgericht is, die geen wachtlijsten meer heeft, herstel ondersteunend is, digitaal werkt en nog beter in staat is mensen in hun eigen omgeving te behandelen. Een organisatie ook die ťcht snapt hoe zij continu moeten blijven verbeteren. In die zin zijn we nooit klaar.’

* Tekening "Stemmen horen" van Marcel de Jong

Dit interview is op verzoek van Van Der Hoef & Partners / D!scura uitgewerkt door Ben Tekstschrijver, tekstschrijver gespecialiseerd in de zorg 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten