Het F-woord in de zorg

2 mei 2012

Het F-woord zit in het hoofd van grote ego's, samenwerken zit in het hart van echte professionals!

De veranderende omstandigheden in de curatieve zorg nopen tot nieuwe manieren van denken en doen. Nu aan de inkomstenkant de gouden regens droogvallen wordt het tijd te gaan kijken of het aan de uitgavenkant wat minder kan. Daarbij worden vanzelfsprekend alle middelen onderzocht en met meer of minder succes toegepast. Besparen op loonkosten kan in dit tijdsgewricht alleen door personeel te ontslaan, waarlijk niet zo'n aantrekkelijke optie wanneer krapte op de arbeidsmarkt aanstaande is. Een andere mega kostenpost is natuurlijk de spullenboel die in een ziekenhuis nodig is. De leveranciers van paperclips tot CT-scanner zijn in de afgelopen jaren stevig aangepakt, en terecht want de zorg leek voor hen een schatkist zonder bodem.

Ziekenhuizen zoeken elkaar op in samenwerkingsverbanden om zo de leveranciers maximaal onder druk te zetten. Soms gaan de bestuurders hier in hun enthousiasme zover dat ze het F-woord in de mond nemen. Aan de bestuurstafels ontstaan romantische vergezichten van grote organisaties, megagebouwen met dito vergaderkamers en bijpassende lederen fauteuils. De NMA is er dan als de kippen bij om dat enthousiasme te temperen, maar toch: het F-woord duikt welhaast wekelijks op in de roddelpers van de zorg.

Ik ben verklaard tegenstander van fusies in de zorg. Samenwerking kan slim en verstandig zijn, zeker als het om uitwringen van leveranciers gaat. Maar zodra samenwerken moet leiden tot fusie wordt het oppassen geblazen. Fusies blijken immers vaak een doel op zich. Het idee is meestal ontsproten aan het brein van toezichthouders of bestuurders die zich laten meeslepen door een al te actief en onrustig ego. Fusies kosten oceanen aan geld, vergadertijd, papier, adviezen en mediation. Terwijl de echte opbrengsten al binnengehaald waren in de periode van samenwerking, die meestal aan de fusie voorafging. Dus, bestuurders: bezint eer gij begint. Wees professioneel, werk veel en goed samen en vermijd het F-woord als de pest.

En hoe zit het dan met samenwerking op medisch inhoudelijk gebied. Ook daar duikt het F-woord te pas en te onpas op. Defensief ingestelde dokters stellen zich te weer tegen normeringen opgelegd door de vakverenigingen en inspecties; zij praten met gelijkgezinde collega's over maatschapfusie. De gedachte is dat wanneer je alles op een hoop gooit het vanzelf beter wordt terwijl dat volgens mij vooral geldt voor de aantallen maar niet of minder voor de kwaliteit.
Binnen mijn organisatie hebben staf en directie dat anders aangepakt. Daar is de klant als vertrekpunt gekozen. De klant wil goede zorg dicht bij huis als het kan, en wat verder weg als dat beter is. Wij zorgen daarvoor. Door een heldere lijst op te stellen van de dingen die wij zelf doen weten onze klanten wat ze van ons kunnen verwachten. In samenwerkingsafspraken met partners in de regio staat welke zorgproducten onze klanten onder onze regie bij die regiopartners kunnen krijgen. Voor- en nazorg vindt bij ons plaats, lekker dicht bij huis! Dit is samenwerken in optima forma met de klant als winnaar. Het F-woord is daarvoor geen moment nodig geweest. Wat wel nodig was, was de professionele bereidheid van alle betrokkenen om ťcht samen te werken d.w.z. om te geven en te nemen in het belang van de klant.

Bart Bemelmans
lid RvB, SJG Weert

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten