BelgiŽ!

29 oktober 2015

“Ik heb getwijfeld over BelgiŽ, omdat iedereen daar lacht”. Het Goede Doel, een nederpop-bandje, zong het al in 1982. Als je in Zuid-Limburg komt, twijfelen ook veel mensen. Over het zorgaanbod. Maar ze twijfelen meer over Nederland dan over BelgiŽ.

Mijn schoonvader Herman is een voorbeeld. Hij gaat bij voorkeur naar BelgiŽ. Nu ben je in Maastricht niet alleen geografisch, maar ook cultureel al bijna in BelgiŽ. Ik nam in eerste instantie aan dat men daarom ook liever naar een Belgisch ziekenhuis ging. Een vreemde veronderstelling, geef ik grif toe, want een Maastrichts ziekenhuis zal toch ook de couleur locale aannemen, en zou voor de gemiddelde Maastrichtenaar toch ook prima moeten zijn. Verzekeraars als CZ en VGZ, die goed zijn vertegenwoordigd in zuidelijk Nederland, komen gezamenlijk al snel op meer dan 50.000 verzekerden per jaar die naar BelgiŽ gaan voor ťťn of meerdere behandelingen. Herman is dus bepaald niet de enige, zo blijkt.

De grote vraag is natuurlijk, waarom al die mensen daar heen gaan. Het geeft toch meer gedoe en je moet verder rijden. Er staat blijkbaar iets tegenover dat dergelijk gedrag aanmoedigt. En inderdaad, er zijn twee grote verschillen.

Het eerste verschil: 
Belgische artsen verdienen per ingreep en ze bepalen zelf hoe lang ze willen werken op een dag. Dat is natuurlijk niet noodzakelijkerwijs positief. Een Belgische arts verdient meer als hij meer ingrepen doet. Hij zou dus geneigd kunnen zijn om meer in te grijpen. En als je pech hebt, is de ingreep om 8 uur ’s avonds, nadat de arts al een lange zware dag achter de rug heeft. Het beeld zou kunnen ontstaan van een oververmoeide arts die onnodige ingrepen doet. 

Er is echter een tegenbeweging. Je kan als patiŽnt heel makkelijk wisselen van arts. Een arts moet dus vechten voor zijn patiŽnten: voor je het weet zijn we weer weg. Vooral als je oververmoeid overkomt en onnodige ingrepen doet. Die dynamiek heet marktwerking.

Die concurrentie geldt ook voor Belgische huisartsen. Derhalve zijn huisartsen in BelgiŽ veel actiever betrokken in de tweede lijn. De prikkel daartoe (ontevreden weglopende patiŽnten) is veel groter dan in Nederland.

Het tweede verschil: 
Belgische artsen hebben een meer invoelende benadering en luisteren uitgebreider en langer. Dat kan, omdat ze zelf mogen bepalen hoe lang ze een patiŽnt zien. Weg met opgelegde normtijden! Naast het tonen van empathie, zijn ze ook nog eens toegankelijker. “Als u nog een vraag heeft”, zo zei laatst een Belgische arts tegen hem, “dan kunt u mij mobiel bellen”. Mijn eigen vrouw zat erbij, anders had ik het niet geloofd. Zij heeft dat nummer later ook gebruikt, en kreeg inderdaad meteen de specialist aan de lijn. Het kan dus echt. Iedere Nederlander aan wie je dit verhaal vertelt, kijkt je ongelovig aan. Mijn schoonvader meldt zelf desgevraagd dat hij in een Belgisch ziekenhuis veel minder lang hoeft te wachten. Ook worden aanvullende onderzoeken die nodig blijken meteen gepland, zodat hij daar kan wachten en niet een paar dagen later terug hoeft te komen. Ik noteer hier wat verbeterpuntjes voor Nederlandse ziekenhuizen.

Ik geloof niet dat Nederlandse en Belgische artsen van elkaar verschillen in kwaliteit. In beide landen heb je hele goede, goede en minder goede artsen. Het grote verschil zit in de marktwerking en de klantgerichtheid. Herman blijft daarom kiezen voor BelgiŽ, en met hem vele anderen. Met zulke specialisten is het geen wonder dat iedereen daar lacht.

 

 Definitie marketing

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten