Doodsbang voor de patiŽnt

3 december 2015

Geen kinderen nemen. Pillen slikken tot aan je dood. Betaald werk? Nee, die ambitie moet je maar vergeten. Nog steeds zijn er hulpverleners in de GGZ, psychiaters en psychologen, die deze adviezen geven aan mensen die een psychose hebben doorgemaakt. 

De GGZ is hard bezig om stigma te bestrijden, met mooie congressen en speciale campagnes. Alleen binnen de eigen gelederen wil het nog niet zo goed lukken. Een student psychologie die voor haar opleiding een leertherapeut zocht, kreeg te horen dat ze ‘te kwetsbaar’ was voor het vak. Ik sprak met een psychiatrisch verpleegkundige met de diagnose ADHD. Zij had een spreekverbod van haar werkgever gekregen: onder geen beding mocht ze patiŽnten vertellen dat zij een psychiatrische diagnose had. Een psychiater vertelde dat bezorgde collega’s hem op het hart hadden gedrukt niemand iets te vertellen over zijn zus, die psychoses had. Want stel dat hij erfelijk belast was? Dan was hij dus ůůk kwetsbaar. Openheid daarover was nergens goed voor. Dat zou maar leiden tot stigmatisering.

Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig, wil ik maar zeggen.

In 1988 publiceerde P.C. Kuiper, hoogleraar psychiatrie, het boek ‘Ver heen’, over zijn vier jaar durende depressie met angsten en waanvoorstellingen. Een oud-leerling brengt hem een bezoek en zegt: ‘Wanneer je nou twee leerboeken hebt geschreven over de psychiatrie en je wordt zelf in het gekkenhuis opgenomen, dan sta je toch ook voor aap.’ Kuiper was met stomheid geslagen: ‘Mijn gewone vaardigheid van repliek te dienen liet mij volkomen in de steek, ik was perplex, mompelde iets van: ‘Dokters kunnen toch ook wel ziek worden’ of iets dergelijks.’

In zijn boek legde Kuiper precies de vinger op de zere plek. Artsen houden de mythe van de onwankelbare dokter in stand omdat ze doodsbang zijn voor hun patiŽnten. Hij verbaasde zich over ‘het vreemde, gedistantieerde gedrag van sommige psychiaters’. Dat diende, zei hij, de angst op een afstand te houden. Dat zinde hem niets. ‘Zo schep je innerlijke afstand. Je kunt je ook met ziel ťn lichaam uit de voeten maken, wanneer mensen aan iets lijden dat je angstig maakt, aids, kanker, psychose. ‘Iedere dokter geeft zijn auto gas als hij langs het kerkhof komt,’ placht mijn leermeester in de interne geneeskunde te zeggen en geven velen onzer niet vaak gas wanneer we het huis van een zieke vriend, een ziek familielid passeren?’’

Natuurlijk is er sinds 1988 veel gebeurd. Er zijn nu bijvoorbeeld steeds meer ervaringsdeskundigen bij GGZ-instellingen in dienst. Maar juist die term kan stigmatisering in de hand werken, zeggen sommige deskundigen, omdat je opnieuw een wij-zij-tegenstelling schept. Ervaringsdeskundigen in dienst nemen van een GGZ-instelling impliceert bijna automatisch dat de psychologen, psychiaters en andere hulpverleners die al in dienst waren nŪet ervaringsdeskundig zijn.

In augustus verscheen het rapport ‘Te gek voor woorden – Stigma en media’, dat journalist Malou van Hintum schreef voor Stichting Samen Sterk zonder Stigma. Daarin stelt psychiater Jan Mokkenstorm dat psychiaters zelf actiever moeten zijn en beter hun best moeten doen om de beeldvorming over mensen met psychische aandoeningen te verbeteren. De kloof tussen dokters en patiŽnten is kunstmatig, zegt hij: ‘Drie van de vijf psychiaters en psychologen hebben zelf met psychische problemen te maken gehad.’
Als dat zo is, hebben ze dat goed verborgen weten te houden. Er is nog veel te doen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten