Professionele autonomie is passť!

27 november 2011

In een recent themanummer van Medisch Contact en Zorgvisie werd uitvoerig stilgestaan bij wie nou eigenlijk echt verantwoordelijk is voor de kwaliteit van zorg binnen een ziekenhuis: de medisch specialist of de bestuurder?

De indruk wordt gewekt dat het de medicus niet zoveel uitmaakt als de bestuurder maar met zijn handen afblijft van de professionele autonomie. Want: '…. die bestuurder moet mij niet gaan vertellen hoe ik mijn patiŽnten moet behandelen!' De professionele autonomie is het door de medicus meest krachtig gekoesterde goed, sterker nog dan het vrije ondernemerschap. De medicus heeft hier natuurlijk een punt omdat hij inhoudsdeskundig is; de bestuurder heeft meestal weinig kaas gegeten van humane anatomie en pathofysiologie. Met zijn kennis en kunde is de medicus bij uitstek aangewezen op te komen voor de belangen van de patiŽnt.

De bestuurder vervult de rol van facilitator en waakhond. Van de andere kant is de medicus weer minder goed in het afwegen van alle belangen. Het is immers druk in de zorgarena: poorters, ondersteuners, patiŽnten, ziekenhuisorganisatie, regio-partners, zorgverzekeraars en nog vele anderen. Als medicus en bestuurder elkaar ontmoeten in die arena brengen ze beiden belangrijke en onmisbare kwaliteiten mee.

De vraag is nu of de professionele autonomie daar in deze dagen nog deel van mag en kan uitmaken. Of anders geformuleerd: draagt de professionele autonomie van de medicus bij aan het leveren van goede zorg, of staat zij daarbij juist in de weg? Het antwoord luidt dat dit afhangt van het doel waarvoor die professionele autonomie wordt ingezet. Maar al te vaak gebruikt de medicus de stok van de professionele autonomie om de bestuurder te slaan in discussies over wie nou eigenlijk de baas is in het ziekenhuis en over het faciliteren van de zorg: 'ik moet die operatierobot/nurse practitioner/extra productiefaciliteit/dure geneesmiddelen hebben want dat is goed voor de patiŽnt …… en omdat ik het zeg'. Deze vorm van professionele autonomie, waarbij het niet duidelijk is voor wie en voor welk doel zij precies ingezet wordt, is uit de tijd. Niemand in de moderne maatschappij waarin alles met alles samenhangt kan nog leven als Robinson CrusoŽ op een onbewoond eiland. Een standvastige medicus daarentegen die vanuit zijn vaktechnische kennis en professioneel denkend opkomt voor de belangen van de patiŽnt in bredere zin: dŠt is de dokter van nu.

Wanneer professionele autonomie betekent dat de medicus zijn oor niet laat hangen naar wat de farmaceutische industrie, politieke eendagsvliegen of verzekeringsagenten roepen maar zich in samenspraak met de bestuurder richt op integratie van belangen van individuele patiŽnten, patiŽntengroepen, de ziekenhuisorganisatie en collega zorgverleners dŠn krijgt professionele autonomie nieuwe betekenis en inhoud. Professionele autonomie in dienst van de patiŽnt is de kracht die wij nodig hebben anno 2012. En laten we dan ook maar meteen afscheid nemen van die lelijke kreet en voortaan spreken over professionele verantwoordelijkheid.

Stelling: Professionele autonomie is passť, professionele verantwoordelijkheid is Ūn!

 

                                                                                                                                              

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten