Pas op bij "professionele autonomie"!

26 januari 2012

Is er in deze tijd nog wel plaats voor professionele autonomie?
Aan de diverse pogingen om de naam of de inhoud van het begrip te veranderen zou je denken van niet. Wat zou ik nou zelf graag willen als ik bij de dokter kwam en het was echt goed mis met me? In ieder geval niet dat eerst overlegd moet worden met de raad van bestuur van het ziekenhuis of met de verzekeraar, of dat de NZa honorariumtabellen en de lijsten met dure geneesmiddelen eerst geraadpleegd moeten worden om te bepalen of ik wel de noodzakelijke behandeling kan krijgen.

Wat wil ik dan wel? Graag had ik een dokter die precies weet wat hij moet doen, dus een state of the art behandeling, en die afstemt op mijn persoonlijke situatie. Daarvoor moet die dokter wat mij betreft in een maatschap of vakgroep werken, waarbinnen men de relevante ontwikkelingen volgt, men elkaar scherp houdt en goed bewaakt dat iedereen doet waar hij goed in is en blijft doen waar hij goed in is. Omdat je niet alleen maar ziek bent tijdens kantooruren zag ik ook nog graag dat de groep de continuÔteit van mijn zorg op een verantwoorde wijze weet te waarborgen.

Prima dus die professionele autonomie. Niks mis mee. Het resultaat is dat ik de juiste therapie krijg, op de goede manier uitgevoerd, door mensen die hun vak verstaan. Alles wat hiervan afwijkt heeft niets te maken met professionele autonomie. Wie zich daaraan schuldig maakt kan zich dus ook niet beroepen op professionele autonomie. Want daar zit hem natuurlijk de crux. Dokters die het goed doen beroepen zich zelden op hun professionele autonomie. Die zijn gewoon trots op hun werk.

Als de professionele autonomie van stal wordt gehaald dan is dat echter meestal omdat er iets fout is gegaan. Er moet iets verhuld worden. Iemand gaat de fout in binnen een maatschap, maar we kunnen er niets van vinden want; professionele autonomie! Dubbel fout dus.

Er zijn dus eigenlijk twee soorten professionele autonomie. De eerste merk je heel subtiel wanneer je als patiŽnt een prima behandeling hebt gehad. Als er al wat misging dan is dat in alle openheid besproken. Dit draagt nagenoeg altijd bij aan nog meer tevredenheid. Deze professionele autonomie moet je als bestuurder koesteren. De tweede soort dringt zich onaangenaam aan je op als er problemen zijn. Veel gedoe en veel tam tam. Als bestuurder kun je er maar beter gelijk stevig in gaan zitten. PatiŽnten hebben daar recht op.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten