Het profiel van de toekomstige psychiater

23 januari 2014

Jaren geleden was ik als lid van de NvvP betrokken bij het opstellen van de profielschets van de psychiater. Een van de belangrijkste dingen in die profielschets was, dat een psychiater voortaan slechts voor patiŽnten die hij zelf had gezien een onderzoek of een behandeling kon indiceren. Volgens Ten Doesschate en Hubben werd in deze benadering ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat veel psychiaters werkzaamheden verrichten in dienstverband en dat daarvoor andere juridische en organisatorische regels gelden dan voor zelfstandig gevestigde individueel werkende psychiaters. In de profielschets (die onder leiding van Renť Kahn, destijds de voorzitter van de NvvP, tot stand kwam) werd de psychiater vooral neergezet als een arts en was zijn patiŽnt een patiŽnt - dus een mens die lijdt - , en niet langer meer een cliŽnt - iemand die gebruik maakt van diensten. Door deze herijking zouden psychiaters eindelijk weer medisch specialist worden en zou er een eind gemaakt worden aan een praktijk waarin een psychiater verantwoordelijk was voor veel patiŽnten, die hij niet onderzocht.

Renť Kahn zei in een interview over deze profielschets: ‘Eigenlijk gaat het hier om een heel gewoon onderdeel van de KNMG-beroepscode, maar het is toch een revolutionaire cesuur met het verleden, sterker nog, met een deel van de bestaande praktijk. Als medisch specialisten kunnen we niet meer uitsluitend afgaan op rapportages van arts-assistenten, maatschappelijk werkers of SPV-ers’. De psychiater was vanaf dat moment dus weer dokter, een status waar veel psychiaters - om zich te onderscheiden van klinisch psychologen - prat op gaan. Maar de vraag is of de psychiaters zich sindsdien zijn gaan gedragen als dokter. De vraag stellen is de vraag beantwoorden, heet het tegenwoordig. Ik ben ervan overtuigd dat veel psychiaters hun vak verwaarloosd hebben, zich niet gedragen als dokter en zich nog slechts om een paar redenen onderscheiden van klinisch-psychologen: zij mogen geneesmiddelen voorschrijven, zij mogen ECT toepassen, en zij zijn slechter bedreven in allerlei soorten psychotherapie, zoals cognitieve psychotherapie en EMDR. Er wordt bovendien door een psychiater zelden nog een somatisch onderzoek gedaan, laat staan dat hij een verband legt tussen een somatische stoornis en een psychiatrische ziekte. En aan de praktijk van de psychiater als receptenschrijver voor patiŽnten die hij niet kent is nog lang geen einde gekomen.

Kort en goed: ik denk dat de psychiater van de toekomst zich echt onderscheidt door dokter te zijn, en wel een bijzondere dokter, die een verband legt tussen het geestelijke welzijn en de lichamelijke conditie van zijn patiŽnt en de omgeving waarin die zich bevindt. Die psychiater doet interventies om de balans in en tussen deze drie modaliteiten te verbeteren.

Maar dat is niet het enige: onze patiŽnten staan in een verdomhoekje, tellen niet mee, krijgen geen werk en geen huis. Toekomstige psychiaters dienen politiek actief te zijn en zich bezig te houden met anti-stigmaprogramma’s om aan de samenleving duidelijk te maken dat ťťn op de drie mensen aan een psychische stoornis lijdt, of er in zijn directe omgeving mee te maken heeft. Zij nemen een voorbeeld aan bekende Engelse sporters die helpen het taboe op het hebben van een psychiatrische ziekte weg te nemen door in het anti-stigmaprogramma Time to Change te vertellen over hun eigen psychische problemen. De nieuwe psychiater gaat de barricade op, en helpt samen met de patiŽnt(-enorganisaties) diens positie te verbeteren. Kortom de nieuwe psychiater is een bevlogen dokter die maatschappelijk actief is en helpt de samenleving veiliger en gezonder te maken.

Tot slot: Er is geen psychiatertekort meer wanneer psychiaters gaan doen waarvoor zij zijn opgeleid.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten