Het ongelijk van Jan Derksen

6 augustus 2014


In mijn agenda: een afspraak met een ‘nieuwe aanbieder’ van psychische zorg die de oude een poepie laat ruiken. De nieuwe is laagdrempelig, heeft weinig overhead, is kostenbewust en heeft samenwerken met aangrenzende disciplines hoog in het vaandel staan. De oude ‘verkokerde’ en ‘verstarde’, ‘bureaucratische’ instellingen kunnen wel inpakken. Ze hebben dure gebouwen die ze niet kunnen betalen, medewerkers voor wie elk protocol een reddingsboei is die voorkomt dat ze hun manier van werken moeten veranderen, en dat werken gaat trager dan stroop uit een potje loopt.

Van de min-stand naar de plus-stand
In mijn notitieblok: verhalen van jongeren die als de dood zijn dat ze door de bezuinigingen bij ‘hun’ instelling hun hulpverlener kwijtraken, omdat na veel inspanningen hun leven van de min-stand eindelijk weer in de plus-stand staat. Ze denken nog wel aan de dood, maar hun suïcideplannen staan in de ijskast. Ze eten weer normaal, ze hebben plannen om weer naar school te gaan na een jaar thuis onder de dekens. Anderen hebben net hun diploma gehaald, maar zeggen dat ze het nog echt niet alleen afkunnen. Ze hebben hun hulpverlener nodig, al was het alleen maar om in nood op terug te kunnen vallen. Ze willen nog niet zwemmen zonder een reddingsteam in de buurt, maar ze doen wel hun best om zelf de ene na de andere slag te maken.

Pleisters en paracetamol
Intussen zijn hulpverleners het oneens over de juiste aanpak van kinderen met problemen. Het idee dat je klein moet beginnen, dichtbij huis, lijkt de meeste aanhang te hebben. We moeten niet meteen het zwaarste geschut van stal halen. Pas als lichte interventies niet blijken te werken, is zwaardere hulpverlening nodig. Dat klinkt logisch, maar dat is het niet. Mensen met zware fysieke verwondingen geven we ook niet eerst een pleister en een paracetamol. Die krijgen meteen een specialist aan hun bed en worden zo nodig geopereerd. Wie alert is op overdiagnostiek, moet dat ook zijn op onderbehandeling.

Tien procent is de realiteit
Met één op de tien kinderen is wat mis. Dat weten we sinds er epidemiologisch onderzoek naar wordt gedaan, in Nederland voor de eerste keer in 1982. Kinder- en jeugdpsychiater Fop Verheij, die dit jaar met pensioen ging en niet alleen een behandelaar was maar ook een wetenschapper die een vracht boeken schreef over kinder- en jeugdpsychiatrie, zei in zijn afscheidsinterview tegen mij: ‘Als je die tien procent als realiteit accepteert, heb je een behoorlijk zorg- en hulpcircuit nodig. Als je probeert dat circuit in te krimpen, dan duiken die problemen ergens anders weer op. Heel veel kinderproblematiek is samengesteld en erg ingewikkeld. Maar mensen houden niet zo van ingewikkeld denken. Die denken liever eendimensionaal en lineair-causaal.’

Landjepik
Verheij had het niet over ‘zeldzame neurologische ziekten’ waarachter ‘ernstige genetische afwijkingen’ schuilgaan, zoals psychiaters volgens Jan Derksen (in zijn column van 10 juli op deze site) veronderstellen. Verheij zei tegen mij: ‘In mijn ogen moet je ziek en gestoord bij de gezondheidszorg laten. Maar ik zou er niets op tegen hebben om milde psychische problemen in het domein van psychologen en pedagogen te plaatsen.’ Andersom zouden psychologen en pedagogen psychische aandoeningen niet automatisch moeten kwalificeren als problemen die zijn op te lossen met ‘sociale interventies gericht op een relatie, werk en een woning’ (dixit Derksen, die ik overigens hoog acht!). Dat psychische aandoeningen contextgebonden, graduele aandoeningen zijn, sluit niet uit dat ze ook heel ernstig kunnen zijn en specialistische zorg behoeven. Dat erkennen, levert meer op dan een partijtje landjepik beginnen over de hoofden van mensen met deze problemen heen. Want daar hebben zij helemaal niets aan.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ‘Veiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteiten’ dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om – in het geval van een ernstig incident of calamiteit – een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suïcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in één team

‘Binnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programma’s geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgen’, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ‘Voorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geïntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.’
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten