Samenwerken is goed, samenwerken moet!

1 juni 2012

Wanneer er over samenwerking tussen professionals wordt gesproken ontstaat er niet zelden een sociaal wenselijke lauwwarme pseudo-positieve grondhouding over het belang van samenwerken. De zegeningen van win-win en dat het geheel meer is dan de som der delen zijn dan niet van de lucht. De harde werkelijkheid is dat er meer missers in de zorg zijn door slechte samenwerking dan door kwalitatief tekortschieten van individuele professionals. Dit is niet uniek voor de zorg overigens. De ramp in Tenerife had te maken met slechte communicatie en niet met de vliegkwaliteiten van de piloten. Het defect aan de O-ringen van de Challenger, de space shuttle die neerstortte, was ook vůůr de ramp bij een aantal deskundigen bekend. Het is dus een hardnekkig probleem en we komen er niet met goede voornemens allen.

Een professional is iemand die veel weet en/of veel kan en die er lang over gedaan heeft om zover te komen. In ťťn van de vele talentenprogramma’s was laatst iemand te zien die alles kon met een bal. Toch speelde hij niet op hoog niveau in een voetbalteam. Daarvoor moet een speler meer in huis hebben. Je moet je medespelers bij wijze van spreken zonder te kijken kunnen vinden op het veld. Het is belangrijk dat je anticipeert op wat je tegenstander doet en hoe je medespelers daar op reageren. Hoe reageer je als het tegenzit, of hoe snel ben je mentaal weer sterk na een tegendoelpunt. Dezelfde principes gelden op een operatiekamer of in een multidisciplinair team op een IC. Vakinhoudelijke kennis en vaardigheden van de individuele professional zijn belangrijk, maar de kwaliteit van het samenspel bepaalt de uiteindelijke kwaliteit. Zorgverlenen hebben wij echter nog onvoldoende als teamwork gedefinieerd. Zo staan bij de selectie van nieuwe professionals de individuele kwaliteiten vooral centraal en komen de vaardigheden om goed samen te werken hooguit op de derde plaats. Op plaats twee komt overigens meestal of iemand een aardige persoon is. Een assessment naar de kwaliteiten als teamplayer vindt zelden plaats.

Dat moet dus anders. Eerst moet helder zijn dat kwaliteit en veiligheid van de zorg pas dan uit de verf komen als ook de kwaliteit van samenwerking tussen zorgverleners optimaal is. Met dit besef dient het onderdeel samenwerken in de opleiding van professionals een veel prominentere plaats te krijgen. Als onderdeel van het kwaliteitssysteem dienen taken en verantwoordelijkheden duidelijker vastgelegd te worden. Overdrachten naar aard en inhoud dienen explicieter omschreven te worden in procedures en protocollen. Bij de aanname van nieuwe mensen dient nadrukkelijk gekeken te worden naar het vermogen om goed samen te werken. Hier niet naar (durven) kijken is vragen om problemen. Het zou mooi zijn als bij de aanname van een nieuw lid van het team (maatschap of verpleegafdeling) goed gekeken zou worden welke specifieke teamrol nog gemist wordt. Een team is pas echt op de goede weg als het iemand aanneemt die niet vanwege de lieve vrede op het cruciale moment zijn mond dichthoudt.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten