Vette grap

7 april 2016

Al jaren verbaas ik me over het aanbod van voeding in ziekenhuisrestaurants. Vaak ziet het er zo uit: links, weggestopt achter een hoek, staan wat salades en fruit. Vervolgens liggen er broodjes met van alles nog wat. Maar de grootste ruimte is ingeruimd voor een assortiment dat lijkt op dat van de gemiddelde snackbar: friet, kroketten, frikadellen en kaassoufflťs.  

Als je met je dienblad richting kassa schuifelt, kom je langs aantrekkelijk uitgestalde gevulde koeken, brownies, chocoladetaart, cheesecake, appeltaart (slagroom erbij, mevrouw?) en plakken marmercake. In verlichte vitrines liggen saucijzenbroodjes, appelbeignets en pizzabroodjes bevallig te glanzen, bommetjes van koolhydraten en vet waarvan je glucosespiegel al bijna naar boven schiet als je ernaar kijkt. 

De voedingswaarde van dit soort snacks is natuurlijk nihil. Sterker: het is een recept om nog zieker te worden dan je al was. Het wordt steeds duidelijker dat veel ziekten het gevolg zijn van chronische inflammatie en dat voeding daarin een belangrijke rol speelt. Dus toen ik las dat de grootste cateraar van Nederland, Albron, het komend jaar geen vette snacks meer gaat verkopen in ziekenhuisrestaurants, dacht ik: eindelijk. Een ziekenhuis is een plek om beter te worden. Dan helpt het niet als mensen geconfronteerd worden met ongezond eten.

Ook als ziekenhuis moet je zoiets niet willen. Als het behandelen van ziektes je core business is, moet je niet mensen bewust gaan verleiden om iets te doen wat hun gezondheid benadeelt. Kom nou. Is dat een vette hap of een vette grap? Het fitnesscentrum verkoopt ook geen sigaretten. Evenmin staat er in de wachtkamer van de tandarts een automaat met toverballen en winegums. 

Toch, zo blijkt nu, zijn de ziekenhuizen helemaal niet te porren voor het idee van Albron. Ze vinden het betuttelend. Slechts ťťn ziekenhuis, het AMC in Amsterdam, heeft de frituur al in de ban gedaan. Dit restaurant is zo ingericht dat klanten eerst langs het gezonde assortiment lopen en pas daarna bij de taartjes en worstenbroodjes belanden. Bij de meeste ziekenhuizen vormt de vette hap de toon, omdat ‘de klant soms behoefte heeft aan troosteten’. Even een reminder: bijna een miljoen Nederlanders kampt met diabetes. Internist Frank van Berkum zei afgelopen week in HP De Tijd dat meer dan honderdduizend Nederlanders onnodig insuline spuiten – in die zin dat ze ermee zouden kunnen stoppen als ze zouden afvallen en gezonder zouden gaan leven.

De opmerking over troosteten laat zien hoe wij tegen eten aankijken: het is niet alleen voedsel geworden, maar ook een manier om ons te troosten of te belonen. Net als toen je vier jaar oud was en nadat je gevallen was een snoepje kreeg voor het huilen. Of dat je een koekje kreeg omdat je zo braaf stil had gezeten bij de kapper. Internist Van Berkum krijgt mensen met overgewicht op zijn spreekuur die letterlijk zeggen: ‘Dokter, ik heb recht op een tussendoortje.’ We zijn eraan gewend geraakt dat er op elke straathoek een snackbar, een McDonald’s of een banketbakker zit. En dan nog willen we in het ziekenhuis dat we op onze wenken bediend worden als we zin hebben in een portie Onmiddellijke Behoeftebevrediging.

Het is tijd dat we anders gaan denken over voeding. Genieten? Prima. Maar eten als troost en beloning? Het is niets meer dan een aangeleerde gewoonte. Zoals voedingswetenschapper Jaap Seidell al treffend zei in eerdergenoemd artikel in HP De Tijd: ‘Je hoeft helemaal niet te eten als je moeder een hartinfarct heeft.’ Die ommekeer in denken heeft alleen kans van slagen als we de obesogene omgeving die het ziekenhuis nu nog is ůůk gaan veranderen. Geef dus het goede voorbeeld, ziekenhuizen, en practice what you preach. Weg ermee, met die kaassoufflť. En zegt het voort: in ons huis horen geen worstenbroodjes thuis. Daar is niets betuttelends aan. We vinden het toch ook normaal dat er in treinen en openbare gebouwen niet meer wordt gerookt? Nou dan.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

De zorg: geen roeping, maar universele heroÔne

In het boek ĎDokter worden', een essaybundel van Arko Oderwald en drie andere auteurs (2005), staat: ĎLaten we elkaar niets wijsmaken over naastenliefde, hulpverlening is een benigne vorm van machtsuitoefening. Daarom is het zo leuk. Universele heroÔne!' Kijk, daar kun je wat mee. Zo'n uitspraak getuigt van intelligentie, zelfspot, nuchterheid en eerlijkheid... Meer

Reageer |  reacties

Volg je hart - met verstand

Je hart volgen, doen wat je hart je ingeeft, met hart en ziel je werk doen. Uitdrukkingen die suggereren dat je, door je hart voorop te zetten, de dingen doet waar je de meeste voldoening van hebt en het meeste plezier uithaalt. En dat Ūs vaak ook zo. Maar er zit een addertje onder het gras, en niet zo'n kleintje ook. Want wie zijn hart volgt, vindt het vaak... Meer

Reageer |  reacties

CreŽer waarde, geen producten

Wie vroeger in de zorg ging werken motiveerde de keuze vaak als een roeping. Het geloof diende als een belangrijke inspiratiebron. Zo doen we het nu meestal niet meer. Intrinsieke motivatie en bevlogenheid staan nu centraal. Plezier in het werk wordt belangrijk gevonden, en dat telt in het bijzonder in de zorg. Missie is een modern woord voor roeping, en bei... Meer

Reageer |  reacties