Autonomie op recept

11 januari 2012

“Mevrouw de Waard wil dood.”
Mijn collega praat met zachte stem.
“Ze is gestopt met eten. Zegt ze.”
“En?”
Hij knikt. “Sinds gisteren. Ze wil haar man niet meer tot last zijn.”
Ik zucht. “Wat zegt haar man?”
“Die zit op zijn werk. Hij heeft het ermee gehad. Ook daarom wil ze dood.”

Net als meneer de Waard stonden we voor het blok. Mijn eerste ingeving was om een reddingsplan op te stellen.
Maar waarom riep ze dat ze dood wilde? Was het een vraag om hulp? Dwong ze ons haar autonomie over te nemen? Vroeg ze om een vangnet? Wilde ze haar doodswens laten afhangen van mijn autonomie?
Of wilde ze gewoon dood, bewuste keuze, niets aan doen, over en sluiten.

We begaven ons op een vaag grensgebied. De controle over haar bestaan overnemen of niet? Als dokter probeer ik met mijn handelingen het gedrag en keuzes van mijn patiŽnten te beÔnvloeden omdat ik denk dat dat beter voor ze is. Dat doen dokters nu eenmaal. Het zit zelfs in het woord ‘beter’: dokters willen patiŽnten beter maken. Ik probeer dus te beslissen wat goed is voor mevrouw de Waard. Dat is mijn autonomie.

Het voelde ineens discutabel. Ik dwaalde door dat grensgebied van autonomie. Wie was ik om iemands wens in twijfel te trekken? Uit populaire wetenschappelijke boeken als ‘wij zijn ons brein’ van Dick Swaab of ‘de vrije wil bestaat niet’ van Victor Lamme blijkt immers dat ons gedrag grotendeels vast ligt in ons brein. Daar is voorgeprogrammeerd of we gevoelig zijn voor alcoholisme, of we neigen naar pedofilie, welke schilderijen we mooi vinden en of we dood willen of niet. Niet wij als autonome wezens, maar onze neuronen bepalen ons handelen. En als het waar zou zijn dat de vrije wil niet bestaat, dan hebben onze interventies en behandelingen een verwaarloosbare invloed. Dť paradox van mijn vakgebied.

Maar goed. Dokters willen beter maken en moeten dus toch de strijd aanbinden met die neuronen, hoe uitzichtloos ook. Het is ons vak. Zo zijn wŪj voorgeprogrammeerd. Het geeft ons voldoening en plezier in wat we doen.

Mevrouw de Waard wilde dood. En ik moest iets doen, liefst met hoop op succes. In plaats van aan haar stuur te gaan zitten, koos ik ervoor om de verantwoordelijkheid bij haar te leggen. Om een beroep te doen op de diepst gewortelde neurologische zielenroerselen van mevrouw de Waard. Ik bood haar twee opties: haar problemen behandelen en verder leven ůf begeleiding in sterven.

Een maand later was ze dood.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten