Gebrek aan samenwerking vormt ernstig gevaar voor de patiŽntenzorg!

8 maart 2012

De dialoog over het begrip autonomie heeft veel losgemaakt. Het lijkt erop dat er een tegenstelling bestaat tussen professionele autonomie en samenwerken. Alsof autonoom denken en/of werken het samenwerken met andere professionals in de zorg in de weg zit. Ik kreeg allengs de indruk dat de kern van de discussie terug te voeren is op de waardering van het begrip autonomie.

Wanneer van iemand wordt gezegd dat hij een autonome denker is betekent dat in het algemeen, dat men waardering heeft voor de oorspronkelijkheid en creativiteit van diens denken. Dus is er sprake van een positieve connotatie. Maar wanneer er daarentegen over iemand wordt gezegd dat hij professioneel autonoom handelt is de connotatie al snel veel minder positief, omdat de verdenking bestaat, dat die persoon niet samenwerkt met anderen, en soms zelfs zijn professionele autonomie gebruikt om zich niet te hoeven verantwoorden of erger nog, bepaalde zaken die het daglicht niet kunnen verdragen probeert te verhullen.

Het duidelijkst is het verschil tussen Jaap van den Heuvel en Kaspar Mengelberg. Van den Heuvel kan zich vinden in het hanteren van het fenomeen van de professionele autonomie van een dokter, wanneer daarmee wordt bedoeld dat een patiŽnt de juiste behandeling krijgt van die dokter en dat die zijn vak verstaat. Hij vindt in dit opzicht Mengelberg aan zijn zijde. 'Dat is logisch', zou Cruyff zeggen, want iedere patiŽnt wenst immers een toegewijde en competente dokter die hem respectvol bejegent. Maar Van den Heuvel en Mengelberg kruisen de degens op het moment dat Van den Heuvel sommige dokters ervan verdenkt hun professionele autonomie in te zetten als een schild waarachter zij zich kunnen verschuilen, en zichzelf zo een vorm van onschendbaarheid geven waardoor zij niet meer aangesproken kunnen worden op hun doen en laten. Mengelberg beschouwt dit als een onterechte aantijging, omdat hij - als ik het goed lees -van mening is dat een dokter alleen maar een goede dokter is wanneer hij professioneel autonoom handelt en denkt, en die professionele autonomie simpelweg niet het onderwerp van een dispuut kan zijn. Ik denk dat Mengelberg onder professionele autonomie verstaat, dat een dokter opkomt voor zijn standpunten, eigenwijs en creatief is, en zich bovenal niet laat ringeloren door bemoeials van de overheid, zorgverzekeraars en managers. Die eigenwijsheid en creativiteit kunnen uiteraard geen kwaad, maar hoeven goed samenwerken niet in de weg te staan.

Steeds vaker zullen specialisten, wanneer zij hun vak serieus nemen,moeten samenwerken rond met mensen met multimorbide, soms zeer complexe problemen. Daarbij is het uiteraard van belang dat zij hun competentie inbrengen, kritisch zijn als dat nodig is en vasthouden aan hun standpunt wanneer zij denken dat het goed is voor een patiŽnt. Daarnaast wordt de patiŽnt er uiteindelijk alleen maar beter van wanneer die dokters empathisch en respectvol zijn en een gezamenlijk doel weten te vinden, en zich realiseren dat zij meer toegevoegde waarde hebben wanneer zij samenwerken. In feite moet er sprake zijn van wederkerig altruÔsme.

Onder sommige omstandigheden, zoals bij het werken in een mobiel medisch team (MMT) dat in een helikopter op pad gaat, zal niemand nadenken over professionele autonomie of over de noodzaak van samenwerken. Dat moet simpelweg, maar ook in dat geval gaat het gemakkelijker wanneer de ene professional zich niet boven de andere stelt en men elkaar het licht in ogen gunt. En verder denk ik dat het allemaal nog gemakkelijker wordt wanneer de patiŽnt de rol die hij moet nemen, namelijk die van co-creator, ook daadwerkelijk neemt en ons bij de les houdt, en niet toestaat dat oneigenlijke vormen van professionele autonomie een goedebehandeling in de weg staan.

Dus gaan we het vanaf nu verder over samenwerken hebben, met als stellingname;

"Gebrek aan samenwerking vormt een ernstig gevaar voor de veiligheid en kwaliteit van de patiŽntenzorg"

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten