Raar ding, dat vertrouwen

5 april 2018

Als ik de bekende wachtkamer binnenstap, scannen mijn ogen de ruimte. Het zit vol met mensen, allemaal in afwachting van iets. Heel snel al heb ik gezien dat ‘mijn’ plekje vrij is. Het plekje achterin, in de rechterhoek. Terwijl ik langs de mensen op houten stoeltjes schuifel, mompel ik ‘goedemorgen’. Ik ben toch weer wat gespannen voor mijn controle. Daarom wil ik ook zo graag op ‘mijn eigen’ plekje zitten. Daar zat ik vorige keer ook, toen het goed ging. Ik ben niet bijgelovig, maar waarom zou ik nou niet alles precies zo proberen te doen, als die keer dat het goed ging? Misschien heeft een hogere macht wel besloten dat iedereen op dat ene stoeltje rechts achterin alleen maar goed nieuws krijgt. Als ik zit, kijk ik met mededogen naar de persoon op het stoeltje vooraan links. Daar zat ik toen het misging. Goed mis. Daar wil ik niet meer zitten.

Ik ben echt geen bijgelovig mens. Ik ben niet eens gelovig. Maar sinds ik de diagnose borstkanker heb gekregen, zijn sommige dingen toch gaan wankelen. Ik geloof heus niet opeens in allerlei mysterieuze krachten. Ik geloof wel nog steeds in de kracht van positief denken. Dat deed ik al voordat ik ziek was en dus ook toen ik op dat stoeltje linksvoor zat. Als een soort mantra in mijn hoofd vertelde ik mezelf toen, inmiddels alweer zes jaar geleden, dat alles goed zou komen. Ik had vertrouwen in de goede afloop. Onterecht. Vertrouwen werd vanaf dat moment iets volstrekt willekeurigs voor mij.

Een bijzondere verschijning
Tijdens het wachten op ‘mijn’ stoel, doe ik hetzelfde spelletje op mijn telefoon als de vorige keer. Iedere keer als er beweging is, schieten mijn ogen van mijn mobieltje weg. In de gaten houden wat er gebeurt. Zodra ik die ene felblonde verpleger met het rasta-haar zie, duik ik zo mogelijk nóg verder in het hoekje weg. ‘Niet hij, niet hij, niet hij’, klinkt het in mijn hoofd. Ik hoor het zo duidelijk, dat ik bang ben dat ik het hardop heb gezegd. Niemand om mij heen geeft er blijk van dat ze mij iets geks hebben horen mompelen, dus het zal goed gegaan zijn. De rasta-mijnheer is een bijzondere verschijning. Groot, blank, met een enorme bos blond haar met rasta-vlechten. Hij kan er niks aan doen, maar ik vertrouw zijn verschijning niet meer. Die eerste keer wel. Toen was hij voor mij nog gewoon die leuke, supervriendelijke, wat gekke verpleger. Nu is hij degene die mij had onderzocht toen het fout afliep. Hij kan er niks aan doen, echt helemaal niks, maar als hij doorloopt haal ik toch opgelucht adem.

Na die eerste keer, op die stoel voorin, ben ik veranderd. Ik kon niet meer op mijn eigen lichaam vertrouwen, iets wat ik toch al mijn hele leven had gedaan; vertrouwen op ‘het komt wel goed.’ Maar dat bleek onterecht. Dan knapt er iets. En ook al ben ik inmiddels zes jaar verder en gaat alles eigenlijk geweldig, nog steeds vertrouw ik niet op mijn lijf. Wel heimelijk op ‘mijn’ stoel en het spelletje op mijn telefoon. Ik heb nog nét niet dezelfde kleren aangetrokken als bij de vorige controle. Gelukkig heb ik in de tussentijd ook een enorm vertrouwen op kunnen bouwen in de artsen en verpleegkundigen en de medische kennis in Nederland. Want hé, ik ben er nog!

Sorry
Ik schrik als de mijnheer met de rasta-haren tóch mijn naam roept. Even wil ik niet van ‘mijn’ stoel af, maar ik spreek mezelf streng toe en sta op. Met zwaar gemoed en een oprecht zeker weten dat het fout af zal lopen, loop ik met de nog altijd vriendelijke verpleger mee, om een kwartier later weer afscheid van hem te nemen. In dat kwartier kreeg ik een mammografie, een uitstekende uitslag en weer een heel klein beetje vertrouwen terug. Als ik de verpleger de hand schud, bied ik hem in mijn hoofd mijn verontschuldiging aan. ‘Sorry’. Hij lijkt er niet van onder de indruk, had natuurlijk ook geen idee en waarschijnlijk nog steeds niet. ‘Dank je wel’, zeg ik glimlachend, hardop. ‘Graag gedaan. Fijne dag’, antwoordt hij, ook glimlachend. Leuke, gekke verpleger.

Raar ding dat vertrouwen. Nog steeds volstrekt willekeurig als je het mij vraagt. Misschien, héél misschien, ga ik volgende keer ook wel op een andere stoel zitten. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Solidariteit, we doen net alsof.

Onlangs wandelde ik met een vriend een paar dagen door Berlijn (een heerlijke stad, maar daar wil ik het nu niet over hebben). Er wordt hard gewerkt om de stad steeds mooier te krijgen. Overal waar we waren, werd er aan de huizen gewerkt, en vaak was de stoep overkapt om de voetgangers te beschermen tegen vallend puin. Ik ben bijgelovig (ik schoor me ook noo... Meer

Onderling verbonden pilaren

Ik ben oud genoeg om me te herinneren hoe ik midden jaren '80 een foldertje van de verboden vakbond Solidarno?? in handen kreeg. Dat was in een propvolle stadsbus in Wroc?aw in West-Polen. Een paar jaar later was ik er weer. Toen ging ik met mijn gastvrouw mee naar de stembus. Voor het eerst in haar toch al zestigjarige leven zou haar stem er toe doen. Op da... Meer

Reageer |  reacties

Over betrokkenheid en solidariteit

Plaats van handeling: het terras van een Nijmeegs café dat vaker in de prijzen viel vanwege de uitgebreide collectie bieren op fust en fles. Het is een van die zwoele avonden in de meimaand die ons na afloop van het werk uitgeput, uitgedroogd en super dorstig (dus enigszins zwak en weinig standvastig) niet direct naar huis maar even naar de kroeg dirigeert. ... Meer

Reageer |  reacties