Mist

2 mei 2019

Bij het opruimen van de kledingkast viel een doos van de bovenste plank. Een verweerde teddybeer rolde er half uit, op het bidprentje en de rouwadvertentie van mijn broer. Ik pakte de doodgeknuffelde beer op. Zijn eens zo zachte vacht prikte nu stekelig door het stramien, stro stak door de gaten in zijn kop en zijn linkerschouder was open gerafeld. Voorzichtig legde ik de gehavende knuffel terug in de doos. Het is het enige aandenken aan mijn broer, die net zo gehavend en breekbaar was als zijn beer.

Het gezin van onze jeugd bestond uit vijf eilandjes. We hadden wel bruggen die we af en toe neerlieten, maar het grootste deel van de tijd dobberden we eenzaam op zee. Het paste mij niet, die eenzaamheid, want ik was eigenlijk, om met de woorden van mijn broer te spreken, een blij ei. Alleen vond ik het lastig om de deur open te zetten voor de ander. Het sorry-dat-ik-besta-syndroom had niet alleen mij, maar ons hele gezin in zijn greep. Dan is het lastig om je open te stellen voor de buitenwereld.

Ik had geluk dat mijn eenzaamheid oploste toen ik ging studeren, toen ik werd ondergedompeld in een poel van gelijkgestemden. Ik werd eindelijk gezien. Ik bloeide op en durfde niet alleen de bruggen neer te laten, maar begon zelfs de zee in te polderen tot mijn eiland een schiereiland werd en uiteindelijk helemaal werd opgeslokt door het vasteland.

De eenzaamheid dreef mijn broer echter steeds verder terug. Het leven verloor steeds meer terrein. Hij trok niet alleen alle bruggen op, maar groef zijn eiland steeds verder af, tot de geul tussen hem en de ander een onmetelijk wijde oceaan werd en hij in zijn eentje op een kale rots stond, omgeven door wolken mist. Hij zag niemand, en werd door niemand meer gezien. In het begin riep ik over het water, ik schreeuwde zelfs, maar kreeg nooit antwoord. Op een gegeven moment wist ik niet meer wat ik moest zeggen en bleef ik stil. Ik had een boot moeten pakken. Ik had moeten zwemmen. Ik had de zee uit moeten graven. Maar ik durfde niet.

Eenzaamheid is een schrijnende schaafwond aan de binnenkant van je huid. Het schuurt en brandt een gat in je ziel, maar niemand die het ziet. Ik wist van de schaafwonden onder de huid van mijn broer, maar wist ook dat ik ze niet weg kon strelen. Ze zaten te diep. Was er een moment waarop ik hem nog had kunnen bereiken? Misschien. Maar ik zag het pas toen het beekje tussen ons een oceaan was geworden.

Mijn broer was chronisch eenzaam. Hij droeg de weltschmerz in zijn ogen. Als klein jongetje al. Geleidelijk aan werd die blik onderdeel van zijn wezen, het was zo gewoon, dat we er niet meer op letten. Na zijn dood achtervolgt die blik me overal. In zijn blik schuilen de schaapjes die hij als kleuter voerde in de wei voor ons huis, de hutten die we bouwden in het bos, de gekke dansjes die we deden in de woonkamer. Maar die blik weerspiegelt vooral de vele uren dat mijn broer eenzaam was, dat hij het leven miste.

Mijn broer voelde zich niet gezien. Wij zagen hem wel, maar hij zag dat niet. En langzaam trok de mist steeds dichter over zijn eiland en loste hij op. Hoe moest hij zich geborgen weten? Want zoals Neeltje Maria Min zo treffend schreef: genoemd worden, is bevestiging van je bestaan. Dus noem mij! Noem mij bij mijn diepste naam! Want voor wie ik liefheb, wil ik heten. Ik mis je Rick.

Beoordeling jury:
3de plaats

 Opvallend:

• metaforen, beeldspraak, vergelijkingen
• aansprekende details
• mooie taal (mooie zinnen/ritme)
• contrast: aangeboren somberheid en eenzaamheid versus ‘een blij ei’
• invloed afkomst (sorry-dat-ik-besta-syndroom)
• aangrijpend en schrijnend
• persoonlijk

Persoonlijk, raak, ontroerend. De tekst bevat aansprekende details, en is opgebouwd rond de metafoor van eilandjes, schiereiland, water, oceaan. Het water als barrière; elkaar bereiken is daardoor moeilijk, maar niet onmogelijk: ze had ‘de boot moeten pakken’, moeten ‘zwemmen’, de ‘zee moeten uitgraven desnoods’, om haar broer te bereiken die meer en meer in eenzaamheid vervalt. Dat heeft ze niet gedaan, en ze maakt aannemelijk waarom niet: hij droeg als jongetje de weltschmerz al in zijn ogen, geleidelijk werd die blik onderdeel van zijn wezen, het was zo gewoon, dat de omgeving er niet meer op lette. Na zijn (zelfgekozen?) dood, beseft ze dat ze de oversteek op een of andere manier had moeten maken, maar dan is het te laat. Ze mist Rick. Nog steeds.

Het is een verhaal van krachtige beelden, van sterke metaforen. Van mooie zinnen ook, met ritme geschreven. (Ik wist van de schaafwonden onder de huid van mijn broer, maar ik wist ook dat ik ze niet weg kon strelen. Ze zaten te diep.)

Langzaam trok de mist steeds dichter over zijn eiland en loste hij op. Mystiek – het lijkt te verwijzen naar Jezus die op na zijn opdracht op aarde opgenomen wordt in ‘de wolken des hemels’.

De schrijfster maakt ons op deze manier deelgenoot van haar verdriet om haar broer, maar ook haar onmacht om in te grijpen en haar schuldgevoel dat het zo gegaan is.

Overtuigende tekst. Een dikke drie sterren, en daarmee de derde prijs.

Jury: Ziggy Klazes, Ben de Graaf (Ben Tekstschrijver), Wouter van Ewijk

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Trajectum is óók GGZ-zorg,
óók forensische psychiatrie

Het beeld bestaat dat Trajectum staat voor ‘gehandicaptenzorg'. Dat beeld wil bestuurslid Evert Jan van Maren bijstellen. ‘We richten ons op mensen met een licht verstandelijke beperking, maar altijd in combinatie met GGZ-behandeling en forensische zorg. Het werken op dit snijvlak maakt werken bij Trajectum zo interessant, juist ook voor mensen uit de GGZ.'V... Meer

Reageer |  reacties

Het trieste bestaan van het inactieve
geslachtsorgaan

Hoe ik in deze situatie terecht ben gekomen, weet ik niet precies. Volgens mij had het niet zozeer te maken met goesting, dan wel met eenzaamheid. In het deurgat kijken twee gezichten in mijn richting: een bleekbroos meisje onder invloed en een wellicht niet zo oude, maar afgeleefde pooier.‘Hoe heet jij?' vraag ik aan het meisje. Ze antwoordt niet.‘Je hebt e... Meer

Reageer |  reacties

Navel als troostputje

Ik besteed alleen aandacht aan mijn navel als ik eenzaam ben. Het kuiltje in mijn buikheuvel is een relict uit de mooiste tijd van mijn leven. Mijn navelvorm heet een innie; een ovale of ronde holte. Er zijn ook mensen met een outie, een bolletje of een knoopje. Mijn innie vult zich soms met navelpluis, het mooiste woord voor viezigheid dat ik ken. De binnen... Meer

Reageer |  reacties