Een coach in je broekzak bij medische incidenten

25 juni 2013

Ik heb er geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, maar het kan niet anders of het begrip ‘openheid’ staat hoog in de lijstjes van modewoorden. Iedereen eist immers continu openheid. Van Wikileaks tot PRISM-consternatie, van Fyra-debacle tot JSF-kosten en van boze beleggers tot de omwonenden van een fabrieksbrand. De ’onwetenden’ eisen de relevante informatie op. En gebeurt dat niet, dan riekt dat vervaarlijk naar doofpot, achterkamertjes en angstcultuur. Nog zomaar wat modewoorden…

Ook openheid in de zorg is hot. PatiŽnten, media, politici en belangenorganisaties eisen inzicht in de resultaten van ziekenhuizen, in de beloning van medici en zorgbestuurders, in de mogelijke gevolgen van een ingreep en in de omgang met medische fouten en incidenten.

Op deze laatste eis is in ieder geval een gecoŲrdineerde response gekomen. Op de kop af drie jaar geleden kwamen zorginstellingen, letselschadeadvocaten en aansprakelijkheidsverzekeraars bijeen om samen een gedragscode af te spreken. Een code met afspraken over de reactie op incidenten die tot schade leiden en over de afhandeling van verzoeken om schadevergoeding. Op die code, de “Gedragscode Openheid medische incidenten; betere afwikkeling Medische Aansprakelijkheid” (GOMA) zijn we als direct betrokkenen heel trots. Een helder document, met duidelijke do’s & don’ts.

Menig grondlegger van de GOMA is vervolgens enthousiast de boer op gegaan met de code. Ook wij. We vertellen erover op symposia en congressen. We hebben tientallen trainingen verzorgd voor zorgverleners, instellingenbestuurders en beroepsorganisaties. We hebben zelfs een film gemaakt - “Met lood in de schoenen…” - over de noodzaak van openheid rond medische incidenten. Is de zo vurig gewenste openheid daarmee nu een feit? Helaas nog niet.

Drie jaar later constateer ik dat alle GOMA-inspanningen beslist resultaat opleveren, maar ook dat er nog een wereld te winnen is. Hoe kan dat, als iedereen die openheid zo graag wil? Die vraag heeft denk ik twee antwoorden. Openheid ontstaat alleen als alle betrokken in het proces open kaart spelen. En: tot openheid ben je pas bereid als je de persoonlijke consequenties kunt overzien.

Eerst over de rol van alle partijen. Afwikkeling van medische aansprakelijkheidsclaims is een complex, beladen en helaas vaak langdurig proces. Dat gaat pas goed als alle betrokken spelers hun rol pakken. Dus, zorgverlener: zoek en houd contact met de patiŽnt zodra er iets mis is gegaan, of het nou verwijtbaar is of niet. En belangenbehartiger: doe wat je functienaam belooft, spiegel geen gouden bergen voor en streef naar een zorgvuldige en vlotte aanpak. Verzekeraars: houd de mens achter de claim voor ogen en denk creatief mee over oplossingen.

En dan die persoonlijke consequenties. Onder artsen en andere zorgverleners is er nog altijd veel onduidelijkheid over wat je wel en niet moet doen na een medisch incident. Moet je contact zoeken met de betrokken patiŽnt? Mag je dan spijt betuigen? En welke collega’s betrek je bij zo’n vaak pijnlijke en confronterende gebeurtenis? De raadgever is dan vaak angst. Angst voor de reputatie, angst voor de emotie van de patiŽnt, angst voor het publicitaire schavot, angst voor het tuchtrecht, angst voor een claim…

Het mooie is dat er een veel betere raadgever is: de GOMA. Maar nog te weinig zorgverleners trekken die code in de hitte van het moment uit de kast. Daarom heeft Centramed een app bedacht die al die kennis met ťťn veeg over het scherm inzichtelijk maakt. De GOMA-app. Een online coach op broekzakformaat die zorgverleners helpt de ernst van een incident te bepalen en de passende stappen te doorlopen. Een coach dus die onzekerheid en angst over de consequenties van openheid helpt weg te nemen. Met praktische checklists, met collega’s die in korte filmpjes vertellen over hun eigen ervaringen en handige communicatietips. Ik ben niet objectief, maar volgens mij een tool die iedere zorgverlener op z’n smartphone zou moeten hebben! Want openheid is een must en geen mode!

 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten