Te aardig

7 mei 2015

Ik stuitte laatst toevallig online op het blad De Linker Wang. Eerlijk gezegd had ik er nog nooit van gehoord. Het bleek een magazine te zijn van het gelijknamige platform voor geloof en politiek, verbonden met GroenLinks. Er stond een interview in met prof. dr. Evelien Tonkens, hoogleraar Burgerschap en Humanisering van Instituties en Organisaties aan de Universiteit van Amsterdam. Centraal stond de vraag of de marktwerking in de gezondheidszorg nu wat opgeleverd heeft. 

Tonkens vond van niet. De zorgkosten zijn gestegen en patiŽnten hebben hogere individuele kosten. Bovendien zorgt de gereguleerde marktwerking voor een grotere bureaucreatie, terwijl het kapitaal van een zorginstelling juist zit in de relatie tussen zorgprofessional en patiŽnt. Juist die zorgprofessionals hebben in ons huidige systeem weinig te vertellen, betoogt Tonkens. Ze voelen zich machteloos. In een democratische samenleving is het best wonderlijk dat zoveel mensen zich machteloos voelen over dingen waar ze dagelijks mee te maken hebben. Dan is er toch ergens iets niet helemaal goed gegaan.

Waar kun je je stem laten horen dat hij ook echt klinkt? vroeg Tonkens zich af. Dokters zitten meestal al wel in organen als de Gezondheidsraad. Artsen zijn een redelijk machtige beroepsgroep, stelde ze – hoewel ik me afvraag hoeveel dokters het met haar eens zullen zijn. Maar daarna zei ze iets interessants: ‘Verpleegkundigen zijn dat eigenlijk helemaal niet. Zij nemen echter wel heel cruciale posities in. In die zin pleit ik voor een soort landelijke verpleegkundige adviesraad.’ 

Inderdaad. Verpleegkundigen vormen met 180.000 vrouw/man sterk de grootste beroepsgroep in de gezondheidszorg in Nederland. Toch hebben ze op bestuurlijk niveau nog maar weinig invloed. In ziekenhuizen lopen medisch managers en bedrijfsmanagers rond, maar verpleegkundig directeuren kennen we hier nauwelijks. In andere landen wekt dat verbazing – check ook dit bericht op de site van de beroepsorganisatie V&VN voor verpleegkundigen en verzorgenden: ‘Chinese delegatie: hoezo geen verpleegkundig directeur?’

Natuurlijk wordt de positie van verpleegkundigen zoetjesaan steeds krachtiger. Er zijn steeds meer verpleegkundig specialisten en ook steeds meer verplegingswetenschappers. Alleen op bestuurlijk niveau wil het nog niet vlotten. In Nederland zijn de ziekenhuizen die verpleegkundigen een bestuurlijke rol geven op ťťn hand te tellen. Dat ‘geven’ klinkt trouwens wel erg passief en dat is misschien ook precies het probleem van de verpleegkundige beroepsgroep: ze slaan niet met de vuist op tafel, want daar zijn ze te aardig voor.

Na de Witte Woede, meer dan 25 jaar geleden, hebben verpleegkundigen nooit meer op hun strepen gestaan. Niet tijdens de massa-ontslagen in de thuiszorg, niet toen de verpleeghuizen massaal sloten, niet toen aangekondigd werd dat hun salarissen bevroren zouden worden en niet toen hun PGB-cliŽnten met vele duizenden tegelijk in de problemen kwamen. Verpleegkundigen staken ook niet, al discussiŽren ze er eindeloos over: wel staken, niet staken, wel staken, niet staken-maar-wat-dan-wel, wel staken… wacht, wat betekent het eigenlijk als je gaat staken? Verpleegkundigen staken dus niet: ze houden een kerstkaartenactie

Wat ook niet helpt is dat veel verpleegkundigen zich presenteren als zichzelf wegcijferende engelen, die altijd maar voor anderen zorgen. Dat dwingt geen respect af upstairs. Bovendien moeten ze in staat zijn een volwassen rol te vervullen. Vanaf eind jaren zestig waren er zo’n jaartje of tien verpleegkundig directeuren die zich alleen met het belang van de verpleegkundigen bezighielden. Als bestuurder telden die verpleegkundig directeuren niet mee. De Raden van Toezicht oordeelden dan ook dat de functie overbodig was. Toen die functie overal werd afgeschaft, was niemand er rouwig om, zo vertrouwde een zorgbestuurder me toe die die tijd nog had meegemaakt. 

Maar het kan toch niet zo zijn dat er tussen die 180.000 verpleegkundigen geen daadkrachtige bestuurders zitten? Verpleegkundigen die niet dwepen met een of andere rozezuurstokzoete engelenstatus, zichzelf niet wegcijferen maar de waarde van hun functie zien, strategisch onderlegd zijn, niet om 5 voor 4 in de lift staan om de kinderen bij opa en oma op te halen en die – mag het, in 2015 – een krachtige visie hebben op de toekomst van de gezondheidszorg? 

Verpleegkundigen, bestorm de bestuurlijke bastiljons. Het is tijd.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten