Hobby-horse, of het obstakel dat Mirro heet

3 april 2014

Lang niet iedereen is juichend enthousiast over het Mirro-model dat zorgverzekeraar Achmea wil opleggen aan huisartsen en psychologen. De Volkskrant berichtte er kritisch over, iets wat de zorgverzekeraar in het verkeerde keelgat is geschoten. Achmea legt uit dat het vier zorgaanbieders – Parnassia Groep, GGz Ingeest, GGz Drenthe en Altrecht/AZMn – zijn die de kennis voor Mirro hebben ingebracht. Ook stelt ze dat het niet klopt dat aanbieders die Mirro niet willen gebruiken, worden gekort op hun tarief. De verzekeraar geeft wel-gebruikers gewoon meer geld. Tja, zo kun je je handel ook verkopen en je arrogantie een elegante draai geven.

Monopolie en moloch
Wie kijkt naar Mirro, moet twee dingen opvallen: monopolie en moloch. Er is een model ontwikkeld, en anderen – huisartsen, POH’s en behandelaren – worden gedwongen het te gebruiken. De ervaringen die zij met Mirro opdoen worden in de loop van de tijd verwerkt, is de belofte. Dat is een vorm van topdown werken waarin deelnemers moeten aantonen dat het model dat in hun praktijk wordt gedropt mankementen heeft, terwijl intussen samenwerking wordt afgedwongen. Kan dat niet anders? Jawel, zeggen de mensen achter het maandag 31 maart bij Zorg en Zekerheid in Leiden gepresenteerde Netwerk Next.

Leren luisteren
Netwerk Next is een samenwerkingsverband tussen huisartsen en hun praktijkverpleegkundigen (POH-GGZ), psychologen, psychotherapeuten, psychiaters en GGZ-instellingen, onder wie Transparant, Centrum voor GGZ, en Rivierduinen. Het Netwerk werkt niet topdown, maar bottom-up. Initiatiefnemer en Transparant-psychiater Liesbeth van Londen stelde tijdens de presentatie dat ‘wij moeten leren luisteren naar wat de huisarts en POH-GGZ nodig hebben van ons, en niet andersom. Wij moeten niet als specialisten zeggen: jullie gaan het op onze manier doen.’ Hier wordt de koek samen gebakken, en duwt niet de een de ander een bittere pil door de strot.

Samenwerken
Netwerk Next gaat werken met een ‘toolbox’ voor huisartsen die bestaat uit vier elementen: (gevalideerde) vragenlijsten waarin niet alleen naar klachten, maar ook naar veerkracht wordt gevraagd; beslissingsondersteuning; een verwijsbrief; en e-healthmodules. De volgende stap is om met psychologen te overleggen welke tests worden gebruikt, zodat bijvoorbeeld een depressie door iedereen op dezelfde manier wordt gemeten. ‘Beter samenwerken dan marktwerken,’ zei Van Londen in Leiden.

Lakmoesproef
Intussen is het de vraag of een grote verzekeraar als Achmea alternatieven voor het door haar gepromote Mirro wil inkopen. Dat is de lakmoesproef voor ťchte marktwerking in de zorg: zijn verzekeraars bereid te kijken naar de verhouding tussen kwaliteit en prijs en op grond daarvan in te kopen, of berijden ze alleen hun eigen hobby-horse? Dat geldt natuurlijk niet alleen voor Netwerk Next, maar ook voor andere (regionale) alternatieven voor Mirro.
Dat minister Schipper zich vierkant achter Mirro heeft opgesteld – ‘de juiste zorg op het juiste moment; dat is de ambitie van Mirro’ - en enthousiast is over de manier waarop Achmea het gebruik ervan afdwingt, vind ik dan ook wonderlijk. Je zou verwachten dat een voorstander van marktwerking in de zorg een stuk terughoudender is.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten