Professionalisering van toezicht in de zorg hard nodig!

27 juni 2012


Inleiding                                                                                                    
Het palet van toezicht in de gezondheidszorg wordt verbreed en verscherpt op het vlak van de kwaliteit van geleverde zorg. Het toezicht ziet tegenwoordig op beheersing van andere risico’s dan in het verleden. Dit vraagt van de moderne toezichthouder andere kwaliteiten.
De Raad van Toezicht van een zorginstelling heeft tot taak toezicht te houden op het besturen door de Raad van Bestuur en op de algemene gang van zaken van de instelling als maatschappelijke onderneming en staat de Raad van Bestuur met raad terzijde. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het besturen van de organisatie en de feitelijke realisatie van de statutaire doelstellingen, de strategie en de beheersing van de risico’s verbonden aan de activiteiten van de instelling, de opzet van de interne risicobeheersings- en controle systemen, de financiŽle verslaglegging, de kwaliteit en veiligheid van de geleverde zorg, de naleving van wet- en regelgeving, de verhoudingen met de belanghebbenden en het op passende wijze uitvoering geven aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de zorgorganisatie.
De invulling van deze taken is vastgelegd in de Zorgbrede governance die in 2010 vernieuwd is. Het is echter de vraag of deze vernieuwing in de praktijk de kwaliteit van het toezicht heeft verbeterd.

Oude situatie
Van oudsher zijn de meeste zorginstellingen stichtingen. Vroeger kenden deze stichtingen veelal een directeur voor het management van de dagelijkse gang van zaken van de instelling en het stichtingsbestuur dat hierop toezicht hield. De stichtingsbestuurders waren afkomstig uit relevante groeperingen uit de samenleving en voerden grosso modo het takenpakket van de toezichthouders uit zonder dat expliciet dit taken pakket nog in een governance code was vastgelegd. Het was een erebaan. De benoeming van de stichtingsbestuurders ging vrijwel altijd via coŲptatie zonder dat er een openbare procedure bestond. Het expliciteren van profielen van de stichtingsbestuurders evenals hun zittingstermijn was geen onderwerp van discussie. In de regel werden stichtingsbestuurders gevonden met juridische, financiŽle of bouwkundige achtergrond dan wel mensen die op voor de instelling strategische of relevante plaatsen een positie in de samenleving hadden.
Dit one-tier model is in de afgelopen decennia vervangen door een structuur waarin het stichtingsbestuur de zorginstelling bestuurt en een toezichthoudend orgaan, veelal een raad van toezicht, de toezichthoudende taak van het stichtingsbestuur heeft overgenomen. Met de invoering van de Zorgbrede corporate governance code in 2006 zijn de taken en bevoegdheden van de raden van bestuur en raden van toezicht nader geŽxpliciteerd en zijn onderwerpen als samenstelling, werving en zittingstermijnen geprofessionaliseerd.

Verandering
Vanaf 2005 is de sector gezondheidszorg onderhevig aan zeer grote veranderingen ten gevolge van de invoering van de stelselwijzigingen. De raden van bestuur en raden van toezicht moeten hierdoor gaan opereren in een geheel ander speelveld dan aan het begin van dit millennium.
Door de introductie van gereguleerde marktwerking in alle facetten en de veranderde financiering van het vastgoed zijn de ondernemingsrisico’s van de zorginstelling meer die van een echte onderneming geworden. De omslag is gemaakt van een budget gestuurde onderneming naar een vorm die veel meer overeenkomsten heeft met het bedrijfsleven waarin risico management in financiŽle en bedrijfsmatige zin een belangrijke taak aan het bestuur heeft toegevoegd. Het duurzaam voortbestaan van de instelling heeft een veel meer lineaire relatie gekregen tot de weging en waardering van de reŽel geleverde kwaliteit van zorg doordat de contracterende verzekeraars mogen kiezen en onderhandelen over kwaliteit en prijs van de te leveren prestatie. De introductie van volumenormen door de IGZ is in dit kader illustratief en heeft ten aanzien van het palet van zorgaanbod door de ziekenhuizen verstrekkende gevolgen voor de bedrijfsvoering. Deze ontwikkeling dwingt zorginstellingen tot samenwerkingsvormen die heel anders zijn dan door kostenreductie gedreven vormen als gemeenschappelijke inkoop of organisatie van facilitaire diensten.
Deze grote veranderingen in het speelveld en de risicoīs voor zorginstellingen, brengen mee dat ook het toezicht daarop veranderd. Ook in het toezicht dient de geleverde kwaliteit en prestatie als maatschappelijke onderneming een belangrijkere plaats te krijgen om een oordeel te kunnen vormen over de continuÔteit van de onderneming. In dat licht is de Zorgbrede Governance code in 2010 vernieuwd.

Inventarisatie onderzoek
Bij een grofmazig onderzoek naar het huidige toezicht in de Nederlandse ziekenhuizen uit de publieke jaardocumenten van 2010 valt echter een tweetal zaken op.

  • Een constatering is dat medisch inhoudelijk kennis niet in alle raden van toezicht geborgd is. Bij twee van de acht academische ziekenhuizen heeft geen enkel lid van de raad van toezicht een medisch inhoudelijke achtergrond. Bij de grote STZ opleidingsziekenhuizen is deze medische inhoudelijke achtergrond bij de helft (14 van 28) niet vertegenwoordigd en in de kleinere algemene ziekenhuizen bij 28 van 57 ziekenhuizen niet.
  •  Daarnaast is opvallend dat de omvang van de raden van toezicht sterk verschil en dat dit niet geheel congruent met de grootte van de organisaties. Academische ziekenhuizen hebben tussen de 5 en 9 toezichthouders, de grote STZ opleidingsziekenhuizen kennen 5 tot 7 toezichthouders, en bij kleinere algemene ziekenhuizen kennen in de helft van de gevallen 7 tot 9 toezichthouders. Het is opmerkelijk dat kleine algemene ziekenhuizen met omzet tussen de 80 en 130 miljoen euro soms grotere raden van toezicht hebben dan academische ziekenhuizen. Dit doet vermoeden dat de omvang van de raden van toezicht meer historisch gegroeid is dan gebaseerd is op een weloverwogen beslissing op basis van benodigde kwaliteiten.

Toezicht is geen erebaantje meer
Door de snelheid waarmee het zorglandschap verandert in Nederland is het aanstaande de kracht van het toezicht te vergroten en nog meer toe te gaan rusten op het inzicht krijgen in de kwaliteit van de geleverde zorg als uitkomstmaat. Immers door internet hebben patiŽnten een veel snellere en betere toegang tot informatie over hun gezondheid. Steeds meer zal de objectieve kwaliteit die geleverd is/wordt een lineaire relatie krijgen tot de duurzaamheid van de positie van de zorginstelling op midden en lange termijn en daarmee een risicofactor waarop ook modern toezicht zoals beschreven in de zorgbrede governance code een modernere aangepaste profilering vraagt. Elke raad van toezicht zou in dat licht kritisch naar zichzelf moeten kijken en over de eigen schaduw heen moeten kunnen stappen. Ook als dit betekent dat een erebaantje opgegeven wordt om de kwaliteit van het toezicht in de Nederlandse gezondheidszorg naar een hoger plan te tillen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten