Stille Willies

11 oktober 2016

Als een bestuurder van een zorginstelling de kantjes eraf loopt, mag je hopen dat de Raad van Toezicht ingrijpt. Niet alleen bij misstanden – als de urine bij verpleeghuisbewoners langs de enkels loopt, bijvoorbeeld – maar ook als die bestuurder een zesje scoort. 

Toch gebeurt dat lang niet altijd, zo blijkt uit een enquÍte naar de dynamiek in de bestuurskamer van het Platform Innovatie in Toezicht (PIT) onder 130 commissarissen en toezichthouders. ‘Toezichthouder durft mond geregeld niet open te doen’, kopte Skipr. Het bleek echt zo te zijn: een kwart van de toezichthouders heeft moeite om het functioneren of disfunctioneren van een bestuurder ter discussie te stellen. 

Je zou denken dat het juist de rol is van een toezichthouder om het bestuur scherp te houden. Mijn rij-instructeur zei vroeger dat je ‘ontspannen, maar alert’ achter het stuur moet zitten. Het is onnodig om iedere seconde van de autorit te denken dat je een potentieel dodelijk wapen met een gewicht van duizend kilo met 120 kilometer per uur over de snelweg dirigeert. Maar je kunt niet even je ogen dichtdoen. Dat weet iedereen. 

Terug naar die enquÍte. Volgens onderzoeker Ellen van OIde Bijvank is de kwaliteit van het toezicht de afgelopen tien jaar sterk vooruit gegaan, ‘zeker als het om de harde, formele kant van de zaak gaat’, vertelde ze op de website Skipr. ‘Maar het grootste probleem zit bij de zachte kant van het toezichthouden en dan met name in de groepsdynamica. Als mensen iets niet durven te zeggen of het gevoel hebben geen ruimte van de voorzitter te krijgen, dan kun je zoveel formele regels opstellen als je wilt.’

De vereniging van toezichthouders NVTZ heeft een beroepsprofiel van de toezichthouder opgesteld. Daarin staat dat deze waakhond een ‘onafhankelijke en moedige houding’ zou moeten hebben. De NTVZ waarschuwt nadrukkelijk voor risicomijdend gedrag: ‘Dit brengt het gevaar met zich mee dat het gedragen volgens de regels belangrijker is dan het handelen naar verantwoordelijkheid. Goed toezicht vraagt namelijk om keuzes te maken, stelling te nemen en ergens voor te staan.’

Stelling nemen en knopen doorhakken is gemakkelijk als er echte misstanden zijn. Dan staan alle neuzen in de Raad van Toezicht onmiddellijk dezelfde kant op, om het maar even in ouwejongenskrentenbroodtaal te zeggen. Toezichthouders en commissarissen worden namelijk steeds vaker persoonlijk aansprakelijk gesteld bij faillissement of wanbeleid. Je zou wel gek zijn om dan achterover te gaan leunen. Nergens een Stille Willie te bekennen als er imagoschade dreigt. ‘Maar wat als een bestuurder een zes scoort?’, vraagt Olde Bijvank zich af. ‘Past dat nog bij een omgeving die sterk in verandering is?’

Het antwoord is natuurlijk ‘nee’. Een zesjescultuur in stand houden is nooit nastrevenswaardig, al helemaal niet bij een beroepsgroep die het nodig vindt het eigen honorarium riant te verhogen. Gek hŤ, dat durven ze dan weer wel.


U kunt AliŽtte Jonkers op twitter volgen via @Aliettejonkers

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten