De zogenaamde ambulantisering

30 maart 2021

Onze GGZ is niet in staat patiŽnten met ernstig psychische lijden te helpen.

HOE KOMT DAT EN HOE KAN HET BETER?

In korte tijd laten twee onderzoeken zien dat we het in Nederland niet voor elkaar krijgen om ernstig psychische lijden te verlichten. De zogenaamde ambulantisering, psychische hulp buiten de instellingen stimuleren en de klinische zorg afbouwen, ingezet met het Bestuurlijk Akkoord in 2012 is mislukt, zo heeft het Trimbos Instituut recent laten zien. Het herstel en de deelname van deze psychisch kwetsbare mensen aan de samenleving met behulp van goede regionale, ambulante zorg in plaats van klinische zorg heeft niet gebracht wat ervan werd verwacht. De kwaliteit van leven van deze volwassenen blijft ver achter bij die van de algemene bevolking. Dan is er ook recent nieuws met betrekking tot tieners en jongeren met ernstige psychische problemen (suÔcidaliteit, verslaving, eetstoornissen gedragsproblemen en automutilatie) deze groep groeit hard en de GGZ is niet in staat ze snel en goed te helpen. Aldus de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd nadat ze twintig instellingen hebben onderzocht.

Een ding is glashelder voor mij; met de plannen van de demissionaire staatsecretaris Paul Blokhuis, onder meer een campagne onder de titel “Hey, het is okť”, worden deze problemen niet opgelost. Ook extra geld gaat geen oplossing brengen. Wat ontbreekt er in Nederland anno 2021 in onze GGZ-zorg en waarmee kan het nieuwe kabinet echt iets doen aan het ernstig psychisch lijden? Mijn perspectief op de vaderlandse GGZ heeft vorm gekregen gedurende 40 werk aan de Radboud Universiteit in de klinische psychologie. Hiernaast heb ik tot nu toe 42 jaar gewerkt in onze eigen ambulante GGZ-praktijk als klinisch psycholoog psychotherapeut. Intussen al weer vijf jaar ben ik als consulent werkzaam voor het (overheids-)Centrum voor Consultatie en Expertise. In deze laatste functie help ik vastgelopen behandeltrajecten van langdurige GGZ-zorg mee tot een oplossing brengen.

Kort samengevat: de bedroevende kwaliteit van de GGZ-hulpverlening moet omhoog. Dit gaat alleen lukken indien eindelijk eens wordt erkend dat psychische aandoeningen complex van aard kunnen zijn en er dus ook hoogopgeleide professionals nodig zijn. Het volgende wordt totaal over het hoofd gezien: psychische aandoeningen hebben net als biologische een eigen autonomie, eigen mechanismen en vereisen specialistische diagnostiek en interventies. Dit probleem wordt geÔllustreerd doordat de psychische zorg in praktijksettings nog steeds vaak als ‘paramedisch’ wordt aangeduid hetgeen een volstrekte misvatting is. Twee problemen; het merendeel van de GGZ-werkers is niet (voldoende) geschoold voor dit werk. Degenen die universitair zijn opgeleid lijden aan een uitgehold curriculum. De huisarts is hoogopgeleid, 10 jaar op universitair niveau en doet de somatiek, de POHGGZ is circa vier jaar opgeleid op Hbo-niveau en moet de psychische zorg verlenen met een beperkt budget. Op het niveau van de huisarts presenteren zich ook de aandoeningen die later heel complex blijken te zijn. De GGZ-zorg wordt veel te veel verleend door MBO en HBO opgeleide (goed willende) mensen maar met volstrekt ontoereikende kennis. Nu worden in Nederland tot overmaat van ramp ook nog voor dit werk niet opgeleide ervaringsdeskundigen ingezet. De academici en dan gaat het over de psychologen, pedagogen en psychiaters, zijn de laatste 20 jaar onder andere als gevolg van de invoering van de DSM, die beperkt blijft tot classificatie, veel te weinig geschoold in de psychopathologie die achter de DSM-etiketten, gekoppeld aan even oppervlakkige protocollaire behandelingen, schuilgaat. De opleidingen in de psychologie, pedagogiek en psychiatrie missen diepgang met als gevolg dat echte kennis van en inzicht in de psychische processen en patronen vooral ontbreekt. Nu wordt er in het denken van de professionals van een DSM etiket naar de hersenen gesprongen en weer terug zonder iets te snappen van wat hier tussenin zit. In mijn werk met complexe gevallen kom ik keer op keer tegen dat er in de beginfase van het hulpverleningsproces adequate en uitgebreide klinisch psychologische en psychiatrische diagnostiek ontbreekt en de behandeling en begeleiding bij complexe aandoeningen vanaf het begin inadequaat wordt vormgegeven. Vele jaren later is het voor de patiŽnt van kwaad tot erger geworden en is bijsturen ingewikkeld en vaak onhaalbaar.

Indien het nieuwe kabinet niet weer vier jaar wil aanmodderen met de GGZ kan het hiermee een begin maken:
Zorg dat de klinische master in de psychologie-opleiding twee in plaats van een jaar wordt, maak een rechtstreekse overgang mogelijk van de master naar de tweejarige Gezondheidszorg-psycholoog opleiding en een soepele overgang naar de specialisatie tot klinisch (neuro) psycholoog-psychotherapeut. Faciliteer de instroom in plaats van deze te blokkeren. Laat de psychiaters weer een volledige en grondige opleiding in de psychotherapie volgen zodat ze meer kunnen dan voorschrijven en meer begrijpen dan alleen hetgeen DSM-classificatie te bieden heeft. Hiermee wordt in elk geval een betere basis gelegd voor de hoog noodzakelijke kwaliteitsverbetering van het werk in GGZ. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

DSM-5 is nuttig, maar wordt vaak
verkeerd gebruikt

Classificeren via de DSM-5-systematiek is ooit bedacht om klinische professionals en wetenschappers een gemeenschappelijke taal te laten spreken over de aandoening van een cliënt. En om gerichter wetenschappelijk onderzoek te kunnen doen. Marc Verbraak: 'DSM-5 is een nuttig instrument, maar wordt vaak verkeerd gebruikt.' ... Meer

Reageer |  reacties

Wat doet Rivierduinen en waarom het leuk is om daar te werken

Audrey van Schaik is sinds half oktober 2022 bestuurder van GGZ Rivierduinen. Zij trad tegelijk met Sam Schoch aan als raad van bestuur en samen staan zij bekend als verbinders en ervaren zorgbestuurders. Audrey is psychiater en heeft jarenlange leidinggevende ervaring binnen diverse onderdelen van verschillende ggz-organisaties. ... Meer

Reageer |  reacties

Breng de waarheid boven tafel

Stel, je bent leidinggevende en een medewerker vertelt dat er een structureel probleem is op de afdeling. Natuurlijk neem je dat serieus. Tegelijkertijd loont het om het verhaal in twijfel te trekken. ... Meer

Reageer |  reacties