Staat de patiŽnt wel centraal?

12 oktober 2017

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende. Ik was onder de indruk van haar verhaal, met name over de discontinuÔteit van de zorg en de moeizame -of geen- communicatie tussen de hulpverleners onderling en de gevolgen voor deze patiŽnte, die van het kastje naar de muur werd gestuurd en steeds wanhopiger werd. Ik vroeg me af of wij eigenlijk wel een idee hebben wat wij onszelf en onze patiŽnten aandoen door de manier waarop wij de zorg hebben geregeld, ik doel op de schotten die wij hebben opgeworpen door allerlei ingewikkelde afspraken te maken en onzinnige maatregelen te treffen (en dan heb ik het niet over de overstelpende hoeveelheid bureaucratie waar het hele zorgdomein het slachtoffer van is)? 


In het strategisch plan van een zichzelf respecterende gezondheidszorgorganisatie staat tegenwoordig dat de patiŽnt centraal staat, maar er staat zelden bij wat dat precies betekent voor de organisatie van de zorg en de manier van werken. Er worden geen woorden aan gegeven en dat is wel nodig om het adagium ‘de patiŽnt centraal’ inhoud te geven. Hoe langer ik erover nadenk, des te meer raak ik ervan overtuigd, dat het in essentie ontbreekt aan goede samenwerking. Bij veel van de incidenten in de zorg blijken de verschillende instanties en hulpverleners nauwelijks samen te werken of de ingewikkelde problemen op elkaar af te schuiven. De patiŽnt heeft werkelijk niet veel te vertellen over wat hem in de zorgketen overkomt, en moet het lijdzaam ondergaan. Dat het aanbod dan zelfs niet in de buurt van de vraag van de patiŽnt kan komen, laat zich raden. Het is om te huilen, maar je kunt er ook om lachen. Twintig jaar geleden zei mijn collega het zo: ‘de patiŽnt staat centraal, maar dan staat ie wel lelijk in de weg’.

Wat moeten we doen om er voor te zorgen, dat er op ieder moment in de zorgketen een behandeling wordt geboden die past bij de vraag van de patiŽnt (en zijn omgeving), en dat de schotten in de organisatie van de zorg worden weggenomen? Een echt klantgerichte benadering vraagt om een andere manier van luisteren naar de vraag van de patiŽnt, om een organisatievorm die de samenwerking tussen de hulpverleners faciliteert, en om vakmanschap en het vermogen goed te communiceren en vooral om moed om je niet te verschuilen achter allerlei regels en afspraken. Zodoende lukt het de patiŽnt echt centraal te stellen en gepersonaliseerde geneeskunde te bieden. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Waar oneindigheid ontstaat

Het was iets in die fonkelende ogen van je. Iets waardoor ik het meteen wist. Jij was degene met wie ik oud wilde worden. Al snel werd ik verliefd op elk klein detail van je. Op je houterige geur, op de kuiltjes in je wangen als je lachte. Op onze gesprekken, tot midden in de nacht. Je vertelde me hoe je baalde van al het onrecht in de wereld, dat je een nie... Meer

Reageer |  reacties

Verzuip maar in die soep!

Hij vertelde hoe hij naar zijn auto had lopen zoeken. Hij wist zeker dat hij hem hier had geparkeerd. Hij liep een rondje door de parkeergarage, en toen nog een, allengs ongeruster. Hij was al zeker twintig minuten aan het zoeken Ė het parkeerkaartje was allang niet meer geldig Ė toen hij de hulp inriep van de parkeerwachter. De jongen straalde de rust uit v... Meer

Reageer |  reacties

Schurende steentjes

Hij zit er weer. Ik zie alleen zijn achterhoofd met grijs, dik haar. Elke dag rond het middaguur zit hij in z'n eentje op het bankje dat uitkijkt over de vijver die middenin het industrieterrein ligt. Ik bekijk hem vanachter licht getint glas, zeshoog in een kantorencomplex. Ik wiebel op mijn hakken. Hij zit daar om zijn dag te breken en ik ren de hele dag m... Meer

Reageer |  reacties