'Kapitein' Kwaliteit

26 maart 2014

In een zorgmarkt horen alle betrokken partijen evenwaardig aan elkaar te zijn. Het zorgstelsel van 2006 moest een gelijkwaardige driehoek creŽren tussen zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgconsumenten. De Oldenzaalse notaris Wim Gaalman (dezelfde man die in 2000 via een petitie het Oldenzaalse ziekenhuis voor sluiting behoedde) zag wel de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars voorsorteren op het nieuwe stelsel, maar zag de zorgconsumenten achterblijven. Dus bedacht hij Zorgoverleg Nederland als gremium om hun positie in dit stelsel te waarborgen. Het primaire agendapunt was kwaliteit. De gedachte van Gaalman was: samen polderen over de kwaliteit die de zorgaanbieders moesten bieden en op basis waarvan de zorgverzekeraars de zorg konden inkopen.

Het kwam er niet van. De meeste partijen reageerden welwillend maar afwachtend op het initiatief, en de KNMG reageerde niet eens op de kennismakingsuitnodiging van Zorgoverleg Nederland. Kwaliteit was blijkbaar een zaak voor professionals en consumenten moesten zich daar niet mee bemoeien. In plaats daarvan kregen we het Kwaliteitsinstituut, dat zou toezien op de kwaliteitsontwikkeling in de zorg en dat zo nodig zou ingrijpen om die een duwtje in de juiste richting te geven. De kapitein op het schip dus. Maar die kapitein was in 2006 nog wel in opleiding. Dat had ons zorgen moeten baren.

Flash forward naar 2014. De ziekenhuizen zitten middenin het proces van spreiding en concentratie. Oncologie is een herkenbaar voorbeeld van welke gevolgen die proces met zich meebrengt. De verenigingen voor medische, radiologische en chirurgische oncologie zijn verenigd in SONCOS en stellen kwaliteitsnormen op voor de oncologie. De Inspectie voor de Gezondheidszorg gaat die gebruiken voor haar toezicht, en de zorgverzekeraars gebruiken ze als basis voor het zorginkoopproces. Steeds meer oncologische behandelaars omarmen de SONCOS-normen. Maar snel genoeg gaat het niet: in haar signaleringsrapport Kwaliteit van kankerzorg in Nederland stelt KWF Kankerbestrijding dat er nog teveel ongewenste variatie zit in de kwaliteit van de geboden zorg. Het ontbreekt aan landelijke regie op het proces van kwaliteitsontwikkeling, aldus KWF.

Het Kwaliteitsinstituut is de logische partij om die landelijke regierol op zich te nemen. Maar Cock van der Velde (werkgroepvoorzitter van de signaleringscommissie die het KWF-rapport opstelde), stelt in Medische Oncologie nog steeds geen zicht te hebben op wat het Kwaliteitsinstituut voor de oncologie gaat betekenen. “Het zegt te willen aansluiten op de landelijke activiteiten, maar daarmee is van landelijke regie nog geen sprake”, zegt hij.

Daar zit precies het probleem. Het Kwaliteitsinstituut stelt zich teveel op als een adviesbureau dat ingeschakeld kan worden op basis van vragen vanuit het veld. Maar “het veld” is geen eenheid en heeft dus ook geen eenheid in vraagstelling. De overheid heeft met de stelselherziening besloten zich nog alleen kaderstellend op te stellen, maar laat het verder aan “het veld” over om de kwaliteitsslagen te maken waarop de zorgconsument zit te wachten. Een zich afwachtend opstellend Kwaliteitsinstituut laat dit veld stuurloos ronddobberen. Het instituut zou de kapitein op het schip moeten zijn, die uit naam van de zorgconsument een sturende rol speelt in de kwaliteitsontwikkeling. De patiŽnt is niet in ieder ziekenhuis verzekerd van optimale zorg, stelt KWF (eveneens in Medische Oncologie). Acht jaar na de stelselherziening is dat een trieste constatering. En een die niet alleen opgaat voor oncologie.
 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten