Zorgt de gemeente goed voor onze
jeugd?

18 oktober 2018

De jeugdzorg werd sinds 2015 definitief gemeentezorg, de wetgever had gesproken. Een kleine 100.000 handtekeningen tegen dit voornemen mochten niet baten en alle jobstijdingen over het onvermogen van gemeenten ten spijt, de krachten van professionals en ambtenaren moesten worden gebundeld en tegenstellingen leken te worden overbrugd. In plaats van het aloude financieringsonderdak bij de zorgverzekeraars en het daarmee sterk verbonden biomedisch model, denken in termen van ziekte, stoornis, DSM-etiket en – in ons breintijdperk – een overdreven aandacht voor de neurobiologie, lagen er nu ook kansen om de problematiek van kinderen, jeugdigen en jongeren veel meer in haar sociale en psychologische kern te begrijpen. De praktijk van deze zorg, onder de hoede van de gemeenten, kon nu potentieel veel gemakkelijker vanuit het beter passende psychosociale model regie krijgen. Optimistisch gedacht kon hiervan zelfs een positieve invloed uitgaan op de al eerder uitgedoofde preventie van psychische aandoeningen met behulp van nieuwe lokale impulsen. De meest voorkomende klachten onder kinderen en jongeren hebben met angst- en stemming (met name somberheid) te maken. Dit zijn voor het merendeel psychische aandoeningen met vaak ook sociale wortels die het beste passen in een psychosociaal model. Onder een vergrootglas valt keer op keer op dat jongeren met deze klachten zich vast voelen lopen in relaties met hun familie en intieme vrienden. Ze drukken dit dan uit in een laag gevoel van eigenwaarde, in zelfverwijten en paniekaanvallen. Dit type problemen los je niet op door ze op geleide van de zorgverzekeraars met de DSM ziek te verklaren noch door het accent te leggen op de neurotransmitters of door vooral op zoek te gaan naar zeldzame genetische afwijkingen. We weten wel heel goed dat jongeren met emotionele problemen in de regel verbeteren zodra hun interpersoonlijke relaties erop vooruit gaan. Wat is er van dit moois terecht gekomen anno 2018?

Niet erg veel. De gemeenten bleken slecht voorbereid op de transitie, ze bleken geen verstand van zaken te hebben, geen kennis in huis te hebben gehaald en vooral op zoek te zijn gegaan naar verdere besparingen. Veel kinder- en jeugdpsychologen sloten hun praktijken, instellingen raakten in financiŽle crises en de gebruikte verwijs- en declaratiesystemen waren niet alleen per gemeente vaak verschillend maar vertoonden ook veel kinderziektes. Intussen neemt de hulpvraag ook in de jeugdzorg toe en worden de wachtlijsten langer. De overheid doet er natuurlijk onderzoek naar en probeert hier en daar gaten te repareren. Voordelen van de transitie zijn nog ver zoek en de nadelen voorlopig talrijk.

Een aspect wil ik hier extra belichten; ter voorbereiding van de transitie heb ik bijgedragen aan voorlichting van gemeentelijke inkopers over de aard van de problematiek waarmee zij te maken gingen krijgen. Ik ben het land door gereisd en heb op voorlichtingsbijeenkomsten getracht de ambtenaren in te leiden in waar het bij psychische aandoeningen over gaat. Vanzelfsprekend bleek dat ze hierin op en top leek waren. Ter illustratie: In onze eigen praktijkregio stelde men voor om de crisisinterventies door de ambtenaren zelf te laten doen. Zodra het over psychische aangelegenheden gaat, denken nog steeds veel mensen – en de gemeenteambtenaren illustreerden dit - dat ze zelf ook voor psycholoog of psychiater kunnen spelen. Ik heb getracht het volgende idee tussen hun oren te krijgen: neem zelf een klinisch psycholoog-psychotherapeut (een specialist dus met ervaring) in dienst, biedt een hogere salarisschaal aan dan deze nu heeft, en laat deze professional met de zorgverleners in het veld onderhandelen. Kleinere gemeentes kunnen deze functionaris delen. Voor zover ik kan overzien heeft geen enkele gemeente dit idee gerealiseerd met als gevolg: een geheel verstoorde communicatie tussen gemeente en professionals, vertragingen misverstand etc. De gemeentes kunnen nog steeds een echte professional in huis halen. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Sorry

De keuze om medicijnen te gaan studeren was simpel. Omdat ik in dienst moest en dat uit kon stellen als ik geneeskunde of theologie ging studeren, koos ik de studie die me het meest aantrok. Ik hield van de opleiding, vond alles ongelooflijk interessant, werkte hard, haalde nooit een cijfer onder de zeven, maar dat veranderde allemaal toen de klinische perio... Meer

Reageer |  reacties

Hoe fout is lastig?

Wat is mijn grootste fout? Mijn grootste fout gaat in meervoud. Zoals de keer dat ik een spiraalbed wilde doorzagen en een reeks tanden verloor. Of dat ik veel te jong trouwde, al maakte ik dat wel weer goed door een paar jaar later weer van haar te scheiden. En niet te vergeten dat ik ongeveer zeven jaar manager was bij een RIAGG. Maar de allergrootste fout... Meer

Reageer |  reacties

Struikelen en opstaan

Ik moet eerlijk bekennen dat ik moeite had met het thema voor deze column. ĎMijn grootste fout',- ik raakte niet geÔnspireerd, ik Ďvoelde m niet'. Het is niet dat ik geen fouten maak, ik kan alleen niet goed kiezen of, en zo ja welke van mijn fouten ik een medaille zou willen toekennen. Is het het moment dat ik als eerstejaars studente journalistiek besloot ... Meer

Reageer |  reacties