Tegenspraak en tegenmacht in de psychische zorg

10 december 2015

Crisissen leiden ertoe dat we pessimistisch worden en veranderingen als een illusie ervaren. Maar zo gauw de eerste tekenen van een nieuwe lente zich aandienen, beginnen we met ze allen te fantaseren over een nieuwe toekomst. Zo gaat het al duizenden jaren, zo schrijven we telkens nieuwe geschiedenis. 

De psychische gezondheidszorg heeft de laatste jaren flinke klappen gehad. Ook was de kritiek in de media niet mals. Er gaat heel veel geld naar deze sector en dan mag je je erover verbazen dat progressie in de resultaten tegenvalt. Dat vinden we zelf ook. We zien althans nauwelijks doorbraken.

Recent werd op een congres over psychose aan de aanwezige zorgprofessionals gevraagd of zij er alle vertrouwen in zouden hebben als hun kind naar een voorziening voor de opvang van jonge mensen met een eerste psychose zou gaan. Slechts een handjevol deelnemers stak de vinger op. Onthutsend. We hebben blijkbaar geen enkel zelfvertrouwen, we vertrouwen onze kinderen niet eens toe aan onszelf. Zijn wij dan wťl gekwalificeerd om een nieuwe toekomst te ontwerpen?

Dat laatste is nu in de mode. Op diverse plaatsen zijn er initiatieven om de psychische zorg te herontwerpen. De aanleidingen daartoe zijn veelal terecht, en de intenties integer. Toch is er altijd behoefte aan een ‘conservatief’ geluid, of tenminste een tegenmacht. En er is een morele plicht om ook achteruit te kijken.

Het ‘ontwerpen’ van de toekomst kan heel verfrissend zijn, je maakt je los van het heden en je maakt een schets van hoe je de psychische zorg zo goed mogelijk wilt inrichten. En in een paar reuzenstappen schets je een beeld over hoe je dat gaat bereiken. Daarin schuilt echter ook een gevaar. Het historisch besef in de psychische zorg is heel beperkt aanwezig, evenals de interesse in de achtergronden van het waarom er in het verleden fouten zijn gemaakt en er op de keper beschouwd nog zo weinig progressie is. Je loopt het risico niet genoeg te leren hoe het kwam dat veel plannen vroeger niet lukten; denkbeelden, zoals over autisme of schizofrenie, pertinent onjuist bleken te zijn; of handelingen onder dwang zo vaak werden toegepast. Zeker, terugkijken kan verlammend werken. En historici kunnen uitleggen dat de geschiedenis zich nooit herhaalt, en dat je daarom niet zomaar lessen kunt trekken uit het verleden. Maar toch zijn er patronen die zich kunnen herhalen, en daarbij: wij werken met mensen en besteden ook nog eens heel veel geld. Dus we moeten wel goed weten waaraan we beginnen. En verantwoording afleggen over fouten uit het verleden.

Is dit allemaal niet wat moralistisch? Jazeker, en dat is maar goed ook. Achteruit kijken levert wellicht weinig direct toepasbare kennis op. Het maakt ons echter wel bescheiden. We hebben er vaak een handje van om wat meewarig te kijken naar onze voorlopers – wij maken die fouten niet. Dat is onterecht, en in veel gevallen ook echt onjuist. De kans is groot dat wij in die omstandigheden dezelfde fouten hadden gemaakt, en even enthousiast waren over de toenmalige vergezichten – de ‘stippen aan de horizon’ zoals ze nu worden genoemd. Het probleem is namelijk dat de wereld veel complexer en dynamischer is dan we ooit met elkaar kunnen bedenken of uitrekenen. Scenario’s helpen bij het denken, ze reduceren het ontwerpproces tot hanteerbare proporties. Als beschrijvingen van wat er werkelijk gaat gebeuren slaan ze de plank veelal mis.

Er zijn goede redenen om de psychische zorg ingrijpend te veranderen, maar hoe voorkom je dan nieuwe debacles? De belangrijkste oplossingen hiervoor hebben we al of kunnen we versterken. Maak in de eerste plaats veel meer dan tot nu toe gebruik van de expertise van ervaringsdeskundigen – mensen die zijn hersteld van een psychische aandoening. Op een aantal onderwerpen reiken hun inzichten echt verder dan die van zorgprofessionals of bestuurders. Betrek in de tweede plaats de basis van je organisatie (je patiŽnten of cliŽnten, hun naasten, en de diverse groepen hulpverleners) zo goed mogelijk bij de besluitvorming. Raadpleeg desnoods je ‘concurrenten’ bij je plannen. Maar organiseer altijd tegenspraak en tegenmacht.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Kind te zijn

De schoolarts die je af en toe onderzocht en die zei dat je op je hand moest blazen en dan tot je verbazing je broek naar beneden trok om te controleren of je ballen wel ingedaald waren. Lange tijd wist ik niet anders dan dat over de jeugdzorg en ik ging ervan uit dat het altijd zo was gebleven. De jeugdzorg breidde zich echter geruisloos uit, nestelde zich ... Meer

Kinderen in gevaar door fake fietsers,
fluisterbrommers en
yuppen-cantaís.

Kunnen onze kinderen nog wel veilig op de fiets naar school? Ben benieuwd naar ķw ervaringen maar ik voel me niet meer safe op de hoofdstedelijke fietspaden. De geringste uitwijking of onoplettendheid en je hebt een luid scheldende e-biker in je nek. …ven anticiperend in de rem knijpen of voor mijn part een bescheiden belletje, het is er niet meer bij. Liefs... Meer

Reageer |  reacties

Ze werden geslagen en ik deed niets

Eigenlijk heb ik het wel geweten. Als Mark me zijn verhaal vertelt, kan ik niet anders dan bedenken dat ik het eigenlijk wel heb geweten. Niet alles natuurlijk, maar toch. Ik had iets moeten doen. Mark is net zo oud als mijn oudste zoon, nu twintig. Zijn broertje is twee jaar jonger en daarmee net zo oud als mijn dochter. Ik ken ze alle twee al vanaf hun geb... Meer

Reageer |  reacties