Torens zonder loopbrug

12 februari 2015

Multimorbiditeit is bij ouderen eerder regel dan uitzondering. Van de 65-plussers in Nederland heeft vijftig procent drie chronische aandoeningen. En twintig procent heeft vijf of meer chronische ziektes. Dat stelt de zorg voor een groot probleem, waarbij het slaafs opvolgen van richtlijnen geen oplossing biedt.

Tot het begin van de negentiende eeuw bestond de geneeskunde uit pakweg twee stromingen: de chirurgijns en de geneesheren. De chirurgijns sneden en zaagden, toen nog zonder verdoving. Als de patiŽnt de behandeling wist te overleven, was die met een beetje geluk van zijn kwaal genezen. De geneesheren, op hun beurt, beraadslaagden en interpreteerden. Dat was het zo ongeveer. 

Dat is nu wel anders. Vandaag de dag zijn er zoveel specialisaties en evidence-based richtlijnen over allerlei stukjes mens dat de geneeskunde de mens als geheel uit het oog is verloren.

De Vlaamse professor Jan De Maeseneer, hoogleraar Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, vertelde mij eens: ‘We hebben eigenlijk allemaal torens gebouwd: ťťn toren voor COPD, ťťn voor diabetes, ťťn voor hartfalen, ťťn voor chronische nierinsufficiŽntie, enzovoort. Die torens staan allemaal op zichzelf. En er is geen loopbrug. Bij patiŽnten met multimorbiditeit komen we met de aanbevelingen uit de richtlijnen in de knoei. De afzonderlijke richtlijnen bevatten soms tegenstrijdige adviezen: wat goed is voor de ene aandoening, kan nadelig zijn voor een andere. Een voorbeeld: bij een exacerbatie van COPD wordt geadviseerd om corticosteroÔden toe te dienen, maar die kunnen vervolgens weer de diabetes van die patiŽnt ontregelen.’ 

Onderzoeker Cynthia Boyd van het John Hopkins Center on Aging and Health schetste al in 2005 in het medische vaktijdschrift JAMA hoe het opvolgen van alle richtlijnen ingrijpt in het leven van de patiŽnt. Zij legde uit dat wanneer een 79-jarige patiŽnte met hoge bloeddruk, suikerziekte, artrose, osteoporose en COPD volgens de richtlijnen behandeld zou worden, zij 12 verschillende geneesmiddelen in 19 verschillende doseringen op vijf momenten van de dag zou moeten innemen. In dat geval kun je terecht de vraag stellen: is er nog leven naast de ziekte?

In ziekenhuizen worden sommige verpleegafdelingen bijna volledig bezet door patiŽnten op leeftijd met meerdere aandoeningen naast elkaar. Deze ouderen met multimorbiditeit zijn lastige patiŽnten voor een versplinterde geneeskunde, zei ook prof. dr. Gerard Jan Blauw in zijn oratie als hoogleraar interne geneeskunde. ‘Het risico is levensgroot dat er te veel en te weinig wordt gedaan. Te veel invasieve diagnostiek, te veel heroÔsche ingrepen en nog meer geneesmiddelen. Te weinig luisteren, te weinig aandacht voor de kleine dingen die nog wel zinvol zijn. Een betere bril of een nieuw gebit. Het verminderen van die medicatie die alleen maar duizelig maakt en niets meer toevoegt. Het behandelen van een blaasontsteking die nauwelijks nog koorts geeft, maar wel verwarring en ontregeling.’

Wanneer levenskwaliteit belangrijker wordt dan levensduur, verandert de rol van de dokter. Niet iedereen heeft dat al begrepen. Dat wordt duidelijk in de column ‘Droevige poppenkast’* van specialist ouderengeneeskunde Bert Keizer. Hij beschrijft daarin hoe een 97-jarige demente patiŽnte in het ziekenhuis een pacemaker kreeg. Daarna volgt een cascade van ellende: de thuiszorg treft de vrouw naakt op de grond in haar eigen ontlasting aan. Een nieuwe opname in het ziekenhuis. Vervolgens: een (sub)ileus, maaghevel, aspiratiepneumonie, een schrikbarend laag kalium. Dagenlang belt Keizer naar het ziekenhuis met het verzoek om de patiŽnte over te laten plaatsen naar het verpleeghuis, maar zijn overijverige collega bleef stoÔcijns alle evidence-based richtlijnen toepassen. Na zes dagen tobben komt de 97-jarige vrouw eindelijk naar het verpleeghuis, waar ze twee uur na binnenkomst overlijdt.

Kwaliteit van zorg leveren is meer dan monomane orgaan- en electrolytengeneeskunde. Wie legt de loopbrug tussen de verschillende torens? Hoe kunnen we door de wirwar aan richtlijnen en labwaarden weer de mens zien? 

Met dank aan huisarts Marco Blanker, die op twitter de term ‘orgaan- en electrolytengeneeskunde’ introduceerde.

*Deze column is alleen toegankelijk voor abonnees.  

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten