Een kwaliteitsimpuls voor de GGZ

17 september 2015

De gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (gggz) staat aan de vooravond van een kwaliteitsimpuls. Na decennia van reorganisaties en fusies waarin men overdadig met zichzelf bezig was, liggen er nu kansen. Op een recente studiedag over de toekomst van de ggz waren praktisch alle schijnwerpers nog gericht op de organisatie van de zorg zelf en kwam de cliŽnt nauwelijks ter sprake. Zo’n benadering zou in het bedrijfsleven alleen maar tot overleving leiden bij een ijzersterk product. En het product van de gggz is onder invloed van alle veranderingen de laatste jaren minder sterk en oppervlakkiger geworden, te veel vanuit de DSM gedacht en veel te veel geŽnt op protocollen en richtlijnen. Protocollen functioneren in de onderzoekspraktijk, helpen de methodiek en vergemakkelijken de statistiek, maar staan op grote afstand van de complexe klinische praktijk. Verder heeft de sterke invloed van de biologische psychiatrie, aanleunend tegen de neurowetenschap, de gggz geen goed gedaan. 

De praktijk van de gggz lijkt nu op een autowasstraat: de cliŽnt krijgt aan het begin van de wasbeurt eenmaal contact met een masterpsycholoog, daarna eenmaal met een psychiater, vijf maal met een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige en aan het einde van de wasbeurt - lees zorgprogramma - is er de kassa. Indien er niet alleen sprake was van een depressie, maar er tijdens de behandeling ook een angststoornis wordt geconstateerd kan de patiŽnt ook nog door een tweede wasstraat (liefst parallel maar hoe moet dat?). Wanneer het bedrijfsleven een vergelijkbare ontwikkeling zou doormaken met een uitgekleed product als gevolg, zouden de faillissementen elkaar sneller opvolgen dan bij de huidige ggz-instellingen. 

De klinische psychologie heeft zich de afgelopen decennia vooral met effectonderzoek van cognitieve gedragstherapie beziggehouden en heeft uit het oog verloren dat eindeloos effectmeten (precies passend in ons moderne rendementsdenken, maar ver verwijderd van het produceren van wetenschappelijke inzichten) geen enkele inhoudelijke vernieuwing in de psychotherapie teweeg heeft gebracht. De vernieuwingen, zoals EMDR komen uit de praktijk, maar moeten voordat zij verder gebruikt mogen worden eerst ‘evidence based’ gemaakt worden. 

Het Newtoniaanse denken in de academische psychologie heeft elke subjectiviteit en uniciteit van de mens genegeerd en een accent gelegd op onderzoekbare (veelal weinig diepgaande) gedachtenprocessen. De opleiding paste zich hieraan aan en het gevolg is dat masterpsychologen in de praktijk niet meer kunnen concurreren met de vaardige hbo-krachten. 

In de psychiatrie zijn sinds de jaren 80 van de vorige eeuw de knapste koppen in de sneltrein van de neurowetenschappen gestapt in plaats van plaats te nemen achter de divan, zoals daarvoor jarenlang gebruikelijk was. Psychoanalyse wordt door de zorgverzekeraars zelfs niet meer vergoed. De neurowetenschappen hebben tot nu toe het meeste onderzoeksgeld opgeslokt zonder voor de psychiatrie ook maar een enkele doorbraak te hebben gerealiseerd. Er is bv. geen enkele nieuw effectief medicament ontwikkeld. Als gevolg van deze identiteitscrisis zie je psychiaters weer met hun patiŽnten praten in plaats van hen alleen maar pillen voorschrijven. Er wordt door de psychiaters zelfs weer over empathie geschreven en zo komen ze dichterbij de psychologen die zich al langer in deze thema’s verdiepen.

Maar er is goed nieuws. Er is een generatie onderzoekers op het grensvlak van neurowetenschap en psychoanalyse die een radicale vernieuwing inzet, die van belang is voor de dagelijkse praktijk. De kennis van de hersenen en die van dieptepsychologische, onbewuste en dynamische processen gaat bijdragen aan een beter begrip van en betere beÔnvloeding van psychische aandoeningen. 

Neurowetenschappers, zoals de Zuid-Afrikaanse neuropsycholoog Mark Solms, zijn geÔnteresseerd geraakt in de psychoanalyse en doen onderzoek met behulp van psychoanalytische theorie in de hersenen en vanuit kennis van het brein zijn ze aan de psychoanalyse gaan sleutelen, uitbreiden en corrigeren. Solms zelf promoveerde op een studie waarin de Freudiaanse droomtheorie - al jaren afgeschreven door psychologen - goed in overstemming gebracht kon worden met recente kennis van hersenprocessen. 

Dit maakte de droomtheorie en methode opnieuw actueel. Juist de droomanalyse verdiept de behandelpraktijk in de zorg. Inmiddels sinds 15 jaar scholen hersenwetenschappers zich bij in de psychoanalyse en vinden veel inspiratie in de dieptepsychologische theorieŽn. De psychoanalyse, die op sterven na dood was verklaard, komt opnieuw tot leven en veel psychoanalytici grijpen hun nieuwe kansen om te overleven met beide handen aan. Het 'samen staan we sterk' gevoel was recentelijk op de druk bezochte 15e conferentie van deze beweging in Amsterdam goed voelbaar.


Prof. Dr. Jan Derksen is klinisch psycholoog en publiceerde recent bij uitgeverij de Tijdstroom het boek: Iedereen een psychische aandoening? Een visie op 35 jaar ambulante ggz.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geen personalised medicine zonder personomics

Het is de nieuwe heilige graal: personalised medicine. De leek die erover hoort, denkt al snel dat het walhalla binnen handbereik is. Nog even, en de dokter kan een behandeling geven die helemaal op jouzelf is toegesneden. Zou het?

Big data Het heet natuurlijk niet voor niets personalised medicine, en niet gepersonaliseerde zorg; al is de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra NFU niet zo stellig in dit onderscheid. De toelichting op dit begrip begint de NFU met de zinnen: ĎPrecies de juiste zorg voor elke individuele patiŽnt, met een minimum aan bijwerkingen, tegen minimale kosten, zo dicht mogelijk bij huis. (...) Daarvoor is een revolutie nodig, zowel in kennisverwerving als in de organisatie van de zorg.í
Meer

Reageer |  reacties

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten