“Onderzoek onder de palmbomen”

12 januari 2012

Bij aankomst afgelopen zomer in California, werd ik getroffen door onzekerheid en een gevoel van intimidatie. Een wetenschappelijke stage tijdens mijn laatste jaar geneeskunde bracht mij naar de universiteit van Stanford in Palo Alto, iets ten zuiden van San Francisco. Dat ik deze kans had weten af te dwingen en nog wel in Stanford, of all places!

‘Your time is limited, so don't waste it living someone else's life. Don't be trapped by dogma — which is living with the results of other people's thinking. Don't let the noise of others' opinions drown out your own inner voice. And most important, have the courage to follow your heart and intuition. They somehow already know what you truly want to become. Everything else is secondary.’

Met deze woorden eindigde Steve Jobs zijn o.a. door You Tube zeer bekende commencement speech uit 2005 voor de Stanford gemeenschap.  Zijn woorden typeren de sfeer die op deze universiteit heerst, het is een plek van dromen en van mogelijkheden. Een brede weg geflankeerd door palmbomen leidt je naar het hart van de universiteit. Wetenschap wordt bedreven in zandstenen gebouwen met rode daken die onderling verbonden zijn met booggewelven. Onder studenten heet Stanford the farm, een bijnaam uit de tijd waarin paarden over het landgoed van Leland Stanford zwierven. De universiteit lijkt een oase van rust in de drukte van Silicon Valley. Voormalige studenten hebben een hoofdrol gespeeld in het ontstaan van dit leidende gebied van de moderne technologie. Zo ontwikkelde Sergey Brin en Larry Page tijdens hun PhD periode aan Stanford het algorithme voor de zoekstrategie van hun bedrijf Google.

Tijdens mijn co-schappen groeide mijn interesse voor de snijdende vakken. Bovendien had de film Good Will Hunting met de jonge Matt Demon in de hoofdrol, mij ooit opgezadeld met een fascinatie voor Amerikaanse top universiteiten. Na een verrassend snelle sollicitatie en met nog heel weinig onderzoekbagage, kwam ik terecht bij een onderzoeksgroep van de kinder cardiothoracale chirurgie. Het lab focust zich op het ontwikkelen van chirurgische technieken om foetale intra-uteriene cardiale bypass mogelijk te maken. Momenteel worden hiervoor schapen en varkens gebruikt. Daarnaast probeert men een cascade te ontcijferen voor geprogrammeerde necrose, hetgeen het gevolg kan zijn van cardiale chirurgie. Dit heeft mij de mogelijkheid gegeven om zowel laboratorische als klinische onderzoekservaring op te doen. De onderzoekers komen uit alle windstreken en slechts het hoofd van de afdeling heeft de Amerikaanse nationaliteit.

De universiteit mag dan wel puissant rijk zijn, aan ons lab is dit niet te zien. De onderzoekers werken hutje-mutje in ‘cubicals’ en de inrichting heeft de allure van een jaren ‘20 - kantoor. Geld wordt in onderzoeksapparatuur gepompt maar niet in een glimmend decor. Alleen een standbeeld in de hal van Norman Shumway verraadt dat hier belangrijk werk wordt verricht. Dr. Shumway voerde in 1968 als eerste arts in de Verenigde Staten een succesvolle harttransplantatie uit, nadat dit een jaar eerder voor het eerst in de wereld door Dr. Barnard in Zuid-Afrika was gedaan. Dat borstbeeld vormt een belangrijk symbool voor de vooruitstrevende wetenschappelijke ontwikkelingen van deze universiteit.

Op de universiteit hangt ogenschijnlijk een ontspannen sfeer. Studenten lopen over de campus in slippers, collegae vinden het vreemd als je netjes gekleed het lab betreedt. Deze ongedwongen uitstraling is echter een façade. De werkdruk ligt hier hoog, bibliotheken zijn tot diep in de nacht vol en koffiezetapparaten pruttelen 24 uur per dag. Mijn collega’s volgen bevlogen het Amerikaanse gezegde ‘work hard, play hard’. Met enige jaloezie kijk ik naar het overweldigende curriculum dat de studenten wordt aangeboden. Sprekers als Kofi Annan en de Dalai Lama zijn geregeld te gast. Gelukkig vallen studenten soms ook uit hun rol van halfgod. Tijdens een college van een Nobelprijs winnaar, was mijn buurman aan het knikkebollen. Het zijn dan net gewone mensen.

Mijn tijd als student aan Stanford zit er nu bijna op en het was geweldig. Ik heb hier vooroordelen bevestigd zien worden, terwijl andere ongegrond bleken. Wij kunnen veel leren van de benadering van Stanford van wetenschappelijke vraagstukken.

De filosofie van de Universiteit komt ook weer tot uiting in de woorden van alweer Steve Jobs: “Stay hungry, stay foolish”. Ik wil deze gedachte binnenkort terug mee naar Nederland nemen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zo’n foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ‘Veiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteiten’ dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om – in het geval van een ernstig incident of calamiteit – een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suïcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten