Een rolkoffertje vol vertrouwen

12 april 2018

Een koude donderdag, eind januari 2015. Ik ging de drempel van het Hengelose ziekenhuis over met mijn rode rolkoffertje. Om er de volgende dag te worden geopereerd door een team van drie chirurgen. Ze zouden er samen een dikke werkdag over doen, zoveel was duidelijk. En aan het einde van de rit zou ik borsten van mijn eigen buikvet en -huid hebben. Want door een erfelijke belasting – ik ben drager van het BRCA1-gen – leek dit na anderhalf jaar twijfelen de verstandigste optie. Ik bespaar u de complicaties, maar mijn ligduur verdubbelde van vijf naar tien dagen en twee maanden later volgde nog een huidcorrigerende operatie.

Maar op het moment dat ik die drempel overging met dat koffertje, had ik er het volste vertrouwen in. In ‘mijn’ chirurg en zijn collega’s, in de andere mensen op de OK en op de verpleegafdeling, in het hele ziekenhuis. En in de afloop. Complicaties? Die hoor je tevoren braaf aan, maar je gaat er niet vanuit dat ze allemaal voor jóu bestemd zijn. Er waren mensen die me een professor in Antwerpen aanraadden, maar vanuit Twente leek me dat onpraktisch, ook vanwege mijn toen tienjarige dochter en de nazorg. Bovendien stond en staat de Borstkliniek Oost-Nederland goed bekend en voel ik me er thuis – wat zou ik dan moeilijk doen? Ik volgde mijn gevoel, mijn vertrouwen in de zorgprofessionals. Ik heb geen seconde spijt gehad. Bovendien vielen al die complicaties in de categorie ‘botte pech’: niemand aan te rekenen.

Die anderhalve week ziekenhuis en de daarop volgende drie maanden wondzorg thuis vat ik graag samen met het trefwoord ‘vertrouwen’. Ik was rustig, hoefde niets, alleen herstellen. Ik voelde me in bijzonder goede handen: alle mensen die aan mijn bed kwamen, deden hun werk in een perfecte, prettige mix van ‘professioneel’ en ‘persoonlijk’. Het waren vakmensen, natuurlijk, maar ook ménsen die iets van zichzelf lieten zien. Die gevoel toonden, humor ook. Op die basis ontwikkel je een band. Ik vergeet niet licht die verpleegkundige die op een kwetsbaar momentje lief naast me kwam zitten op de rand van het bed, arm om me heen. En gisteren nog trof ik in de supermarkt een wijkverpleegkundige die meermaals met de poli had gebeld als ze ergens over twijfelde. Een vrolijke flapuit, maar geen bluffer.

Als je dan in zo’n ziekenhuiskamer alle tijd van denken en analyseren hebt, kom je tot de conclusie dat het om méér gaat dan in de goede handen van aardige en capabele mensen zijn. Het gaat om hun onderlinge samenwerking, om het feit dat zij elkáár vertrouwen in hun functie. De specialisten en de zaalarts gingen blind af op het niet-pluis-gevoel van de verpleegkundigen. De verpleging kon altijd een beroep doen op de dienstdoende arts, die zo nodig direct kwam. Geen rangen en standen, een hecht team dat duidelijk communiceerde en overdroeg. Omdat ze van elkaar wisten dat de ander zijn taken verstond. Ook ik had een rol in dit team: de open sfeer van vertrouwen gaf een klimaat waarbinnen je als patiënt je participerende rol durfde in te vullen. Je was immers niet in een enge, klinische omgeving van afstandelijke dokters en strenge zusters – nee: het was een team van mensen dat elkaar respecteerde. En dát gaf vertrouwen.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Kind te zijn

De schoolarts die je af en toe onderzocht en die zei dat je op je hand moest blazen en dan tot je verbazing je broek naar beneden trok om te controleren of je ballen wel ingedaald waren. Lange tijd wist ik niet anders dan dat over de jeugdzorg en ik ging ervan uit dat het altijd zo was gebleven. De jeugdzorg breidde zich echter geruisloos uit, nestelde zich ... Meer

Kinderen in gevaar door fake fietsers,
fluisterbrommers en
yuppen-canta’s.

Kunnen onze kinderen nog wel veilig op de fiets naar school? Ben benieuwd naar úw ervaringen maar ik voel me niet meer safe op de hoofdstedelijke fietspaden. De geringste uitwijking of onoplettendheid en je hebt een luid scheldende e-biker in je nek. Éven anticiperend in de rem knijpen of voor mijn part een bescheiden belletje, het is er niet meer bij. Liefs... Meer

Reageer |  reacties

Ze werden geslagen en ik deed niets

Eigenlijk heb ik het wel geweten. Als Mark me zijn verhaal vertelt, kan ik niet anders dan bedenken dat ik het eigenlijk wel heb geweten. Niet alles natuurlijk, maar toch. Ik had iets moeten doen. Mark is net zo oud als mijn oudste zoon, nu twintig. Zijn broertje is twee jaar jonger en daarmee net zo oud als mijn dochter. Ik ken ze alle twee al vanaf hun geb... Meer

Reageer |  reacties