Uitstoot

5 september 2013

Het vergrootglas en de spotlichten stonden onlangs op Sensire. Het recente massaontslag brengt strijdtoneel in meerdere bedrijven en in verschillende decors. Staatssecretaris Van Rijn noemt het een ‘hard gelag’ dat veel medewerkers in de thuishulp hun baan verliezen. Hij zegt ook te verwachten dat thuishulp in de toekomst kleinschalig is georganiseerd. Voor grote zorgondernemingen vergt dit dat zij hun organisatie gaan aanpassen. Branchevereniging Actiz meldt dat we de commotie - ontslagen en stakingen - die recentelijk Sensire in het nieuws bracht, de komende tijd vaker kunnen verwachten. Geen incident dus.

Voor de medewerkers gaat het om hun belang, een vaste of tijdelijke baan onder gelding van een CAO, maar ook om hun professie. De regering wil wat anders, maar mijdt een bijpassende heldere explicatie. Achter de verhullende woorden gaan immers de bedoelingen van het regeerakkoord schuil en dat is dat thuishulp zo veel mogelijk mantelzorg wordt. Voor wie niet meer zelf zijn huis en boedel schoon en opgeruimd kan houden, geldt dat een beroep moet worden gedaan op kinderen, verdere familie, buren of kennissen. Het beginsel van zo lang mogelijk thuis blijven wonen, moet overeind blijven door toedoen van gemeenschappen en genootschappen waarvan de leden, als het moet, voor elkaar zorgen.

De verzorgingsstaat wordt afgeslankt en daaruit volgt een enorme, maar niet minder beoogde uitstoot van werkgelegenheid in deze bedrijfssoort. Voor professionele uitoefening is wellicht nog wel plaats, maar dan in de ‘gewone’ markt, waarin de klant zelf het volle pond betaalt voor het huishoudelijk werk dat iemand voor hem doet. In minimale mate is daarvoor nog plaats in gesubsidieerde vorm.

Ontslagen medewerkers die graag de professie van thuishulpmedewerker willen behouden, moeten niet te veel rekenen op het hervinden van de vaste waarden van een CAO, hoezeer vakbonden zich activistisch roeren en massaprotest proberen te ontketenen. In de schaduw van de ontslaggolven bevindt zich de overlevingsstrijd van de vakbonden die echter door hun onderlinge verdeeldheid met water verdund raakt en daardoor aan gezag inboet.

Het modewoord voor betaalde arbeid in de zorg is flexibiliteit, gekoppeld aan kleine organisatievormen die, in vergelijking tot grote ondernemingen, makkelijk kunnen inspelen op aldoor fluctuerende verhoudingen tussen vraag en aanbod. De meesten wacht het lot of de uitdaging van de zelfstandige zonder personeel. Door die keus verlegt de overheid de verantwoordelijkheid voor werkloosheid, pensioen, ziekte en arbeidsongeschiktheid naar de zzp’ers die zelf moeten beslissen of zij zich daarvoor verzekeren.

Grote zorgondernemingen liggen zwaar onder vuur. Dat heeft meerdere oorzaken. Eťn daarvan, met een sterk sentiment, is dat bestuurders te hoog worden beloond, dat er te veel management is en dat daarenboven door uitbundige bureaucratie de overheadkosten de pan uit zijn gerezen. Veel organisaties komen alras zelf tot de conclusie dat thuishulp aflopende business is en laten de gemeenten waarin ze tot dusver werkten weten dat ze de kelk van volgende tenders aan zich voorbij zullen laten gaan.

Den Haag lijkt nu nog aanspreekbaar, hoewel minister Asscher op de verwachte ontslaggolf in de zorg weinig sjoege geeft, maar decentraliseert aanstonds alle taken en bijhorende verantwoordelijkheden naar de gemeenten. Onder de vlag van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) krijgen die de grootst mogelijke vrijheid om ‘maatwerk’ te leveren. Nederland is onder die noemer op weg naar een lappendeken van voorzieningen en bijhorende regels. Naar minder geld voor professionele hulp en naar een (nog) groter bureaucratisch stelsel voor de verdelende rechtvaardigheid.

Het opgevoerde drama is niet ontdaan van cynisme. De ontmanteling van de welvaartsstaat impliceert drastische bezuinigingen op thuishulp. Tegelijk lopen vierhonderd gemeenten zich warm voor de uitvoering van de Wmo. Dat is werkgelegenheid die dient om de bureaucratie (nog) verder op te tuigen. Het kind van de rekening zit eenzaam thuis; het zijn hulpbehoevende mensen die op zichzelf worden teruggeworpen, geen kant uit kunnen en niet zijn opgewassen tegen de verbijsterende uitwerking van al die bestuurlijke en mediadrukte.

Cees Oprins
http://www.chmoprins.nl/ 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten