Dwangvoeding? Dokters houd uw rug recht!

12 juni 2013

De arts als instrument van de overheid. Dwangvoeding mag?

Onlangs verzocht staatssecretaris Teeven de Raad van State om advies over de toelaatbaarheid van dwangvoeding bij wilsbekwame personen in vreemdelingendetentie. In de media heeft het advies de nodige aandacht gekregen. Vooral de conclusie dat de Europese mensenrechtenrechten onder bijzondere omstandigheden dwangvoeding dan wel vochttoediening rechtvaardigen, zal menig arts toch verbazen. Het advies werd door de staatssecretaris verwelkomd en was mede aanleiding tot de overplaatsing van de Afghaanse dorststaker Nasser naar het justitieel medisch centrum Scheveningen; de eerste aanzet tot het overgaan tot gedwongen vochttoediening. Veelal komt het niet zover omdat de honger/dorststaker zijn actie tijdig staakt, al dan niet na het inwilligen van zijn eisen die de aanleiding vormden voor deze dramatische stap. Zo ook bij Nasser waar een pragmatische tussenoplossing werd gevonden voor zijn schrijnende situatie. Naar nu blijkt is Nasser niet de enige dorststaker in het Rotterdamse detentiecentrum. Daarmee is het advies nog even relevant voor mogelijk komende gevallen.

De Raad baseert zijn advies op drie kernbepalingen van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, het EVRM, te weten artikel 2 (recht op leven), artikel 3 (folteringsverbod), en artikel 8 (recht op privéleven). Samengevat omvatten deze rechten primair een onthoudingsplicht, maar de overheid kan er ook een positieve verplichting uit afleiden, waaronder het toedienen van dwangvoeding om daarmee het leven van de gedetineerde te beschermen. Juist ten aanzien van gedetineerden heeft de overheid een verhoogde zorgplicht, zo is de redenering van het Mensenrechtenhof in Straatsburg. Daarmee kan, indien aan bijkomende zorgvuldigheidseisen wordt voldaan, overgegaan worden tot dwangvoeding. Bovendien is er volgens het Hof in geval van een medische noodzaak geen sprake van een onmenselijke behandeling en is dwangvoeding dus toegestaan. Een vergelijkbare redenering volgt uit het recht op privéleven; omwille van het gezondheidsbelang kan dit de overheid nopen tot ingrijpende maatregelen, zoals dwangvoeding.

Daarnaast geeft het nationale recht op grond van de Penitentiaire Beginselenwet (PBw) de directeur van de penitentiaire inrichting de bevoegdheid om dwangvoeding te bevelen voor zover dat nodig is vanuit gezondheidsoverwegingen (art. 32 PBw). Wat hierbij opvalt, is dat het mensenrechtenrecht nagenoeg voorbij gaat aan de rol en de professionele autonomie van de arts, betrokken bij de uitvoering van dwangvoeding. Waar het recht de keuze van de wilsbekwame persoon negeert, is de hongerstaker afhankelijk van de medicus als hoeder van elementaire patiënten rechten. De ironie zal menigeen niet ontgaan.

De Nederlandse artsenorganisatie KNMG heeft al in 2002 een zwaarwegend advies gegeven dat artsen nimmer medewerking mogen verlenen aan het onder dwang voeden van een wilsbekwame gedetineerde. De medische ethiek laat de arts geen ruimte af te wijken van het uitgangspunt dat slechts met toestemming van de patiënt medisch ingrijpen gerechtvaardigd is. Daarnaast geldt dat in een art. 32 PBw-situatie de gevangenisdirecteur steeds afhankelijk is van een arts voor de uitvoering van dwangvoeding. Die laatste zal met een beroep op zijn medisch-professionele autonomie medewerking (moeten) weigeren. Zijn professionele handelen wordt immers beheerst door de medische ethiek, verwoord in verschillende gedragsregels van de KNMG en de World Medical Asociation (WMA) en die laten er geen misverstand over bestaan: "where a prisoner refuses nourishment and is considered by the doctor as capable of forming an unimpaired and rational judgment concerning the consequences of such a voluntary refusal of nourishment, he or she shall not be fed artificially" (WMA-Verklaring van Tokyo, 1975).

Zo bezien lijkt artikel 32 PBw een wassen neus. Of toch niet helemaal? Hoe houdt een arts zich staande tegen het uitdrukkelijk verzoek, respectievelijk dienstbevel van de instellingsdirecteur? Druk van buitenaf mag voor een arts nooit reden zijn van diens beroepsnormen af te wijken, maar toch. Je moet als arts wel sterk in je schoenen staan om een dergelijk verzoek te weerstaan. Het is bepaald niet uitgesloten dat bij weigering een minder principiële collega aangezocht wordt die wel openstaat voor het onder dwang toedienen van voeding of vocht. Tuchtrechtelijk heeft deze BIG-geregistreerde arts het nodige uit te leggen en riskeert een zware sanctie.

Al met al biedt het mensenrechtenrecht de honger stakende gedetineerde minder soelaas dan de medische ethiek. Voor de feitelijke uitvoering is de overheid immers afhankelijk van een arts, wiens beroepsnormen medewerking in het geval van wilsbekwame personen juist verbieden. De eigen medisch-professionele afweging kan wel onder druk komen te staan door externe invloeden. Daarom kan men dwangvoeding bij wilsbekwame niet helemaal uitsluiten. Men kan slechts betogen: dokters, koester uw professionele autonomie en houdt uw rug recht!

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zo’n foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ‘Veiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteiten’ dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om – in het geval van een ernstig incident of calamiteit – een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suïcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten