Dokters, versterk je sleutelrol bij de ziekte kanker!

7 februari 2017

Op dit moment wordt ťťn op de drie mensen gedurende het leven getroffen door de ziekte kanker. In 2017 leven 700.000 mensen in Nederland met kanker. Het goede nieuws is dat de medische behandelingen verbeteren, dat meer mensen genezen en dat mensen met ongeneeslijke kanker soms nog een aantal jaren (of langer) kunnen leven. De overleving van de ziekte kanker stijgt met bijna ťťn procent per jaar. Veel patiŽnten worstelen met levenslange gevolgen van de ziekte en de behandeling. Een deel van de patiŽnten loopt het risico om ontregeld te raken en ontwikkelt verhoogde distress. PatiŽnten die een psychologische voorgeschiedenis hebben, jong en vrouw zijn, of die een intensieve behandeling hebben moeten ondergaan, zijn extra kwetsbaar voor het ontwikkelen van psychologische klachten als depressie of angst.

Goede zorg betreft de gehele mens. Echter, nog steeds is het zo dat er soms meer aandacht is voor de ziekte dan voor de mens zelf. De betrokkenheid van artsen is groot, maar de tijd is beperkt. Artsen herkennen psychische problematiek van patiŽnten nog vaak niet en verwijzen dan ook niet adequaat bij psychisch leed, als zware depressie, werkproblemen of vragen als ‘hoe vertel ik het mijn kinderen?’. Sedert enkele jaren nemen we volgens de landelijke richtlijn ‘Detectie van psychosociale zorgbehoefte’ in veel ziekenhuizen de Lastmeter af bij patiŽnten met kanker om de hoogte van de distress te bepalen. Dit gebeurt vooral door verpleegkundigen die in overleg met de dokter doorverwijzen indien nodig. 

Op politiek niveau worden stappen gezet. In oktober 2015 schreef minister Schippers een brief aan de Tweede kamer naar aanleiding van het rapport ‘Psychosociale zorg bij ingrijpende somatische aandoeningen‘. Zij is ervan overtuigd dat psychosociale zorg onlosmakelijk verbonden is met de behandeling van ernstige somatische aandoeningen. Ook wat betreft financiering is dit rapport het startpunt voor verbeteringen geweest. In de opleiding van artsen zou een prominente plaats ingeruimd kunnen worden betreffende thema’s op het gebied van kwaliteit van leven en sterven.

Om de dokter in diens sleutelrol te versterken is het boek op de markt gebracht: ‘Psychosociale oncologie; een praktijkboek voor dokters’. De diagnose kanker betekent voor de patiŽnt een confrontatie met de kwetsbaarheid en eindigheid van het leven. Integratie van medisch oncologische zorg en psychosociale zorg is een ‘must’. In het boek passeren de belangrijkste onderwerpen in de psychosociale zorg de revue. De dokter verleent de basale psychosociale zorg, maar zal in een aantal gevallen moeten verwijzen. In het boek schrijven 60 auteurs in casuÔstiekvorm tezamen 30 hoofdstukken over thema’s die bij de ziekte kanker een rol spelen, zoals shared decision making, communicatie tussen dokter en patiŽnt, gevolgen van ziekte en behandeling en ook de zorg voor de dokter zelf.

De ontwikkelingen in de oncologie vergen veel van de communicatieve vaardigheden van de dokter. Soms is verwijzing voor specialistische hulp nodig. Een betere communicatie kan winst opleveren voor de behandeling. De patiŽnt is tevredener en de medewerking aan de behandeling is beter. Het vergemakkelijkt het hele behandelproces. Er wordt in dit boek ook over ‘de kunst van het sterven’ geschreven, want dan kan die patiŽnt de dingen doen die nodig zijn om op een goede manier los te laten. 

Als de dokter in diens belangrijke sleutelrol de dood tijdig ter sprake brengt, wůrdt dit onderwerp bespreekbaar en hanteerbaar. Hetgeen de dokter bespreekt fungeert als uitnodiging voor de patiŽnt dat het hŪer om gaat en dat dŪt van belang is. Doet de dokter dat niet, dan wordt alles opgeschoven.’ Peter Huijgens illustreert dit in zijn inleiding op het boek op aangrijpende wijze: de communicatie met de jonge patiŽnt met een levensbedreigende aandoening luistert nauw en de afwegingen in het medische behandeltraject zijn van levensbelang. Veel komt aan op de dokter die professioneel blijft in zijn behandelkeuzes in overleg met de patiŽnt, zijn kennis over de kwaliteit van leven en sterven en zijn samenwerking met de psychologische disciplines. Communicatie met de patiŽnt over kansen en percentages die de revue passeren dient altijd aangepast te zijn aan de patiŽnt. 

Ook valkuilen worden in dit boek belicht, zoals de compassie en de betrokkenheid van de dokter die vaak groot en soms te groot zijn. In het onderwijs voor de dokter zou ‘zorg voor de zorgenden’ als module opgenomen kunnen worden om burnout te voorkomen, met mťťr dan alleen een kop koffie met een collega. Heeft de dokter hierin ook voldoende oog voor zichzelf?

Referenties:

  1. KWF e.a. Visie psychosociale oncologische zorg op maat: kansen en knelpunten. versie 2.0. juli 2015. 
  2. Garssen B, van der Lee M, van der Poll A, Ranchor, Sanderman, R, Schroevers M. Psycho-oncologie helpt: evaluatie van gespecialiseerde psycho-oncologische zorg in Nederland. IPSO 2011.
  3. Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO) deskundigenbestand
  4. NVPO Rapport: Landelijke Capaciteit professionele psychosociale oncologische zorg, 2016
  5. VWS Rapport ‘’Psychosociale zorg bij ingrijpende somatische aandoeningen", oktober 2015 
  6. GGZ-Richtlijnen - Richtlijn Aanpassingsstoornis bij patiŽnten met kanker (1.0). Trimbos instituut, Juni 2016. 
  7. Brief minister Schippers (VWS) aan de voorzitter van de tweede kamer, over verschijnen rapport psychosociale zorg bij somatische aandoeningen. Kenmerk: 857703-143216-CZ. 27 oktober 2015. 
  8. IKNL Richtlijn “Detecteren behoefde psychosociale zorg” ontwikkeld (versie: 1.0, 2010). 
  9. Ganzeboom I. Dokters zorgen niet goed genoeg voor zichzelf. Medisch Contact 2016.
  10. Boek; Psychosociale zorg in de oncologie. Redactie; Mecheline van der Linden, Josette Hoekstra-Weebers, Alexander de Graeff en Fons Mathot. 

    Het boek is te bestellen via de website van uitgever De Tijdstroom

 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten