De zorgbestuurder in transitie

24 juli 2014

De betekenis van transitie is ‘overgang’. Veranderkundig gezien resulteert het in een traject waarbij er na afloop een significant andere situatie is. En vooral blijvend - ‘duurzaam’. Steeds meer zorgteams en afdelingen kiezen ervoor een transitieproces in te gaan om houding en gedrag in en tussen teams significant te verbeteren. Sommige noemen dit een cultuuromslag en inmiddels weten we o.a. dat het succes van deze trajecten staat en valt met de rol van bestuurders en topmanagers – ook in Nederland (Dückers, 2008). Over hen gaat onderstaande.

Veel zorgbestuurders volgen trends: zo hebben we net ruim 10 jaar achter de rug waarin Lean/SixSigma en crew resource management door vele bestuurders de hemel in geprezen werd. Momenteel volgt men weer andere wegen, bijvoorbeeld door ‘de bedoeling’ van de organisatie weer aandacht te geven of door samen ‘sociaal te innoveren’. Sommigen streven naar het ‘liefste ziekenhuis’, omarmen ‘participerende geneeskunde’ of gaan veel ‘luisteren naar patiŽnten’. En bestuurders van UMCs tuigen soms zelfs een heuze leerstoel op (deeltijd).
Implementatie van dit soort zaken vergt zonder uitzondering een transitie van mensen en processen. Niet in de laatste plaats betekent dit verandering van houding en gedrag op de werkvloer, terwijl medewerkers door innovatiemoeheid vaak sceptisch reageren met ‘Ja hoor: WEER een projectje van bovenaf er bij!’. Onveiligheid en het in onkunde geraakt elkaar-aanspreken zijn veel voorkomende ‘diagnoses’ aan het begin van transitieprocessen. De oorzaak ligt meer dan eens bij bestuurders en managers die al lang weer vertrokken zijn: de ‘cultuur’ is dan blijven hangen in het verleden. Menig goedbedoelende bestuurder of manager breekt zich dan het hoofd over de tegelwaarheid van ‘vertrouwen komt te voet; gaat te paard’. Waarin zit het geheim van de bestuurder die een transitie succesvol in gang weet te zetten EN laat slagen in een duurzame verandering? Die zit in durf, lef en zelfreflectie.

Een duurzame transitie in houding en gedrag - zeg maar gerust in cultuur - is te vergelijken met collectief stoppen met roken. Iedereen dient er aan en in te geloven. En belangrijker nog: iedereen dient elkaars valkuilen en andere zwakheden te kennen. Om de ander te helpen op momenten van sterke ‘trek’ zodat we niet collectief terugvallen in oud gedrag. Hoe kom je op het niveau dat je je collega je diepste kwetsbaarheden prijsgeeft? Als het over werk gaat dan. Bestuurders en managers die hun mensen in dit proces voor durven gaan, zijn in staat om als eerste hun kop uit te steken. Zij laten vooral zien wat het nieuwe inzicht met hen heeft gedaan (‘ik ben rookverslaafd’). Wat het hen gekost heeft om hun eigen weerstanden en vaak al lang bekende angsten te overwinnen (‘ik heb weinig wilskracht om te stoppen’). Managers en bestuurders die van hun medewerkers een daadwerkelijke transitie vragen, verlangen van hen in principe precies hetzelfde. Dat we inzien dat we er met oud gedrag niet meer komen om te doen wat we samen moeten doen. Niets is inspirerender en krachtiger dan een leidinggevende die haar eigen kwetsbaarheden ten overstaan van medewerkers deelt. Zorgbestuurders zetten een transitie pas goed in gang wanneer zij (ook) met de billen bloot durven gaan. De bereidheid daartoe is in mijn werk als coach van transitieprocessen cruciaal: zonder begin ik er niet aan. Zonder kom ik louter weer een projectje of traininkje draaien.

De generatie bestuurders die vanuit het veilige pluche denkt in termen van ‘laten we onze mensen eens wat meer scharrelruimte geven’ sterft in rap tempo uit. De moderne bestuurder realiseert zich dat leden van zorgteams meer dan ooit op elkaar aangewezen zijn. En dat dit een transitie vergt waarin, vaak niet vanzelfsprekend, vertrouwen, kwetsbaarheid en uiterst open communicatie centraal staan. De nieuwe bestuurder laat het pluche achter zich en voelt zich niet te goed om zelf mee te ‘scharrelen’. Scharrelen om er achter te komen wat er vanuit haar/hem nodig is om een veilige aanspreekcultuur in zorgteams wakker te kussen...

En dan hebben we het nog niets eens over de rol van de dokter gehad.

Wordt vervolgd… 

Wouter Keijser 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten