Een papieren tijger zonder tanden!

21 februari 2013

Wie met een stapeltje medische informatie en wellicht een zelf gestelde diagnose bij een arts komt, wil graag professioneel advies. Dat advies bestaat hopelijk niet alleen uit het overhandigen van enkele kloeke medische handboeken. Een patiŽnt wil niet alleen maar informatie, in ieder geval niet over alles wat zich mogelijk kan voordoen. Een patiŽnt heeft vooral behoefte aan het deskundige oordeel van een professional.

Niet het verkrijgen van informatie is tegenwoordig problematisch - met dank aan dokter Google - maar het filteren daarvan. Wat is relevant en wat niet? Bij het filteren hebben we een deskundige nodig. In de gezondheidszorg heet zo’n deskundige een arts. Die helpt ons door de bomen het bos te zien.

Het programma Radar is een ‘burgerinitiatief’ gestart dat moet leiden tot een schriftelijke informatieplicht voor artsen. Deze papieren tijger moet ervoor zorgen dat een arts niet op verzoek van de patiŽnt maar standaard vooraf schriftelijke informatie meegeeft aan de patiŽnt over het voorgenomen onderzoek en de voorgestelde behandeling’. 

Amen.

Artsen hebben nu al een omvangrijke informatieplicht. Desgevraagd schriftelijk moeten zij een patiŽnt informatie verstrekken over - onder meer - een voorgenomen onderzoek en een voorgestelde behandeling. Daarbij moet een arts (of andere hulpverlener) zich laten leiden door hetgeen een patiŽnt redelijkerwijze moet weten.

Dat woord redelijkerwijze zit Radar kennelijk dwars. Want dat betekent onzekerheid. Wat is redelijk? Met het burgerinitiatief wordt gepleit voor een informatieplicht die de redelijkheid voorbij is. Informatie over een hele waslijst van zaken moet schriftelijk ter beschikking worden gesteld. Voor het vermelden van alle mogelijke risico’s zou een ‘goed uitgewerkte en gedetailleerde regeling nodig zijn’.

Het treurige van dit burgerinitiatief is dat het natuurlijk weer heel goed bedoeld maar uiterst slecht doordacht is. Het kan tot rampzalige gevolgen leiden voor arts en patiŽnt. Ik noem er (slechts) twee.

Rampzalig gevolg ťťn.
De verplichting schriftelijke informatie te verstrekken, lijkt voor helderheid te zorgen maar doet dat juist niet. Per definitie zal er geen sprake zijn van maatwerk aan de hand van specifieke risico’s voor een bepaalde patiŽnt. Dat zou qua werkbelasting ondoenlijk zijn. Het wordt dus algemene informatie op basis van gemiddelden. Dan zal een trend ontstaan waarbij zorgverleners in standaardinformatie Šlle mogelijke risico’s vermelden uit angst voor aansprakelijkheid of sanctionering (beter teveel dan te weinig, kijk maar naar Amerikaanse informed consent formulieren). Het gevolg: verdere juridisering van de zorg en een vloedgolf aan informatie waar de patiŽnt in verzuipt.


Rampzalig gevolg twee.
De nadruk van het initiatief ligt op eenzijdige schriftelijke informatie en niet op tweezijdige mondelinge communicatie. De huidige richtlijnen voor mondelinge communicatie zijn essentieel voor goed begrip: stem informatie af op de situatie, controleer of een patiŽnt informatie begrepen heeft, organiseer zo nodig een tweede gesprek.
Maar waarom zou je iets bespreken als het al in een hand-out staat? Gevolg: de patiŽnt zit thuis met een dik boekwerk en veel onbeantwoorde vragen.

Er zijn advocaten die vanwege de angst voor beroepsaansprakelijkheid geen helder advies geven. Wie bij hen aanklopt, loopt het risico een flink pak papier rijker en enkele duizenden euro’s armer te zijn. Uitgebreide overwegingen waarin elk mogelijk risico wordt besproken en waarschuwingen (cover your ass!) bieden houvast aan de advocaat, niet aan diens cliŽnt. Willen we dit ook in de zorg: meer formalisering, juridisering en defensieve geneeskunde?

Begrijp me niet verkeerd. Het is van het grootste belang dat een patiŽnt goed geÔnformeerd is over een mogelijke behandeling. Een goed gesprek met ruimte voor vragen is essentieel. In aanvulling daarop is het uitstekend als een zorgverlener bij een ingrijpende behandeling een (digitale) brochure verstrekt waarin de aard van de ingreep en de risico’s helder op een rij zijn gezet. Maar niemand is gebaat bij een verplichting tot het verstrekken van gedetailleerde schriftelijke informatie die niet op de patiŽnt is toegespitst. Dat wordt een papieren tijger. Zonder tanden.  

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten