De coassistent als venster naar de werkelijkheid

12 maart 2015

De laatste 3 jaren waren erg leerzaam voor mij. Als docent-mentor begeleidde ik een groepje van 9 coassistenten tijdens hun masterfase van de Geneeskunde-opleiding, met name op het gebied van professioneel gedrag. In de verschillende bijeenkomsten die we na ieder co-schap hadden was een belangrijke plek voor intervisie-gesprekken gereserveerd. De jonge dokters werden aangespoord om tijdens hun klinische stages een bepaalde situatie op te merken waarin ze zich geÔntimideerd, onveilig of anderszins ongemakkelijk voelden. Deze casussen werden dan in kleine groepjes van 4 of 5 nabesproken volgens een vast stramien van luisteren, exploreren, het uitdiepen van gevoelsreflecties en uiteindelijk het benoemen van alternatieven mocht een dergelijke situatie zich opnieuw voordoen. 

Geanonimiseerd schets ik een aantal besproken situaties. Zo was er een zaalarts die, zonder gÍne in het bijzijn van 2 co’s, een jonge verpleegkundige dusdanig afsnauwde dat deze huilend afdroop. Eťn van de coassistenten werd te vroeg in haar co-schap verantwoordelijk voor een afdeling in het verpleeghuis met een supervisor die alleen via de mobiele telefoon bereikbaar was. Een derde coassistent kwam op een dag in “zijn” huisartsenpraktijk waar een ruzie tussen de artsen zo’n beetje in de wachtkamer werd uitgevochten. Verder werd er meerdere malen melding gemaakt van supervisoren die geen enkele intentie hadden hun beleid desgevraagd met wetenschappelijke evidence te staven. Als voorlopig hoogte- of beter dieptepunt noem ik de arts die een slecht-nieuwsgesprek dusdanig kort en empathieloos uitvoerde, dat deze de coassistent achterliet met een dagenlang gevoel van onmacht en plaatsvervangende schaamte, met als kwellende gedachte dat hij niets aan de situatie had kunnen veranderen.

Uiteraard realiseer ik me dat bovenstaande situaties een negatieve en niet-representatieve selectie van de ervaringen in de coassistentschappen zijn, maar dat ze anno nu nog voorkomen baart me zorgen. Een van de vaste vragen in zo’n intervisiegesprek was of het gelukt was de supervisor feedback te geven dan wel te laten reflecteren op zijn of haar gedrag. In vrijwel geen enkel geval was dit gebeurd. De meest gehoorde argumenten waren “Dat vind ik niet bij mijn rol passen” en “Ik heb er niets van gezegd, omdat de supervisor mij later nog moest beoordelen.” Hier wringt nu mijns inziens de schoen (of zo u wilt de witte klomp) het meest: dagelijks lopen er honderden jonge, aanstaande collega’s rond die met een open blik en met het ideale beeld uit de opleiding en communicatietrainingen nog vers in hun geheugen kunnen reflecteren op het gedrag van artsen en verpleegkundigen, maar we maken er nog te weinig gebruik van. Waar we de laatste jaren vol ingezet hebben op het empoweren van patiŽnten, blijft de coassistent te ver achter. 

Mijn oproep is dan ook de volgende: maak gebruik van de coassistent zoals bijvoorbeeld de copiloot in de luchtvaart wordt ingezet. Laat hem of haar gevraagd en ongevraagd feedback geven (desnoods nadat de beoordeling voor het co-schap gegeven is, bijvoorbeeld door middel van spiegelgesprekken), bereid de jonge dokter hier al op voor in de preklinische fase van de opleiding en zorg dat met enige regelmaat plenair de feedback van de coassistenten wordt besproken en waar nodig aanpassingen gedaan worden in het zorgproces. Vanwege de kwetsbare positie van de aankomende dokters is het nodig dat ze op een veilige manier deze feedback kunnen geven, eventueel geborgd door een landelijke richtlijn. Op deze manier maken we gebruik van hen als venster naar de werkelijkheid en kan de zorg op een eenvoudige (en goedkope!) manier verbeterd worden. En dan zijn de co’s zelf niet nog slechts de oplossing van het aloude raadsel “het is wit en loopt in de weg.” 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Snor

Het enige geluid dat ik hoor is het getik van de klok. Zo nu en dan springt er een vogeltje uit tevoorschijn, dat een paar keer hard roept. Gelukkig hoef ik daar niets meer mee.Ooit was ik een echt feestbeest, kon ik nachten doorhalen met mijn buurtgenoten. Maar de laatste tijd hoefde ik niet meer zo nodig. Overbodig voelde ik me. Ik was leeg, waar ik ooit v... Meer

Reageer |  reacties

Mensen helpen die Ďde droad effe kwiet biní

Mediant Geestelijke Gezondheidszorg in Twente opende in 2015 de Helmer-Es, een nieuwe High Intensive Care (HIC). Teampsychiater Marije Vermaas voelt zich hier als een vis in het water. Er is ťťn probleem: ze is de enige psychiater op de afdeling, er moet nodig een collega bij. Maar dat is lastig. Veel collega's zien Twente als een uithoek. Ze gooit graag een... Meer

Reageer |  reacties

Deze cliŽnt zit nog steeds in mijn hoofd

AriŽtte van Reekum, psychiater en lid raad van bestuur van GGZ Breburg in Brabant, heeft een open inborst. Niet te beroerd om een fout toe te geven. Toch zit ze soms in een spagaat: een organisatie heeft een structuur en cultuur nodig om open te zijn over fouten en ervan te leren. Maar na een uitzending van Zembla is ze naar de buitenwereld voorzichtiger. ĎH... Meer

Reageer |  reacties