Waarom e-health tóch succesvol wordt

7 februari 2019

Ik kan me goed voorstellen dat gelouterde zorgbestuurders als Wouter van Ewijk niet geloven in e-health (Discura, 25 januari jl.). Je gaat doorgaans niet naar de dokter voor je plezier. Je vermoedt iets ernstigs in je unieke lijf. En wilt daarbij de arts wel in de ogen kijken. Je wilt gezién worden. Je zoekt, wellicht impliciet, de vertrouwensband. En dat is toch anders ‘van aangezicht tot aangezicht’ dan ‘van aangezicht tot computerscherm’. E-health zal in de zorg vermoedelijk een langere incubatietijd kennen dan digitale technologie in het amusement, in onze auto’s of bij het bankieren.

Toch verwacht ik dat e-health op termijn succesvol wordt in de zorg. Los van de technologie zijn er andere ontwikkelingen, die het verlenen van zorg via digitale kanalen stimuleren. Ik noem er drie:

  1. Veel zorg verdwijnt uit de ziekenhuizen, die medisch-technologische hoogstandjes zijn geworden. Ze zijn daardoor ook peperduur en soms ook te specialistisch, waardoor ze grote groepen patiënten niet meer (mogen) behandelen. Als je delen van die zorg op afstand kunt opvangen, kun je fors op je kosten besparen.
  2. We hebben structureel te weinig mensen aan het bed. Nu al kampen we met blijvende tekorten aan OK-verpleegkundigen en anesthesiologen. Dat zou weleens zo kunnen blijven. Niet omdat we niet extra bijscholen, maar omdat er minder mensen werken en meer mensen zorg behoeven. Dat is een gevolg van onze bevolkingsontwikkeling: in 2030 hebben we meer landgenoten boven de 80 jaar dan onder 15 jaar. We moeten dus blijvend meer zorg verlenen met minder mensen. E-health biedt ons daarvoor de infrastructuur.
  3. Gemak dient de mens. Want laten we eerlijk zijn: is het nog van de 21e eeuw dat we volle wachtkamers hebben bij de arts? Als ik dagelijks door de gebouwen van mijn werkgever Amsterdam UMC wandel, zie ik veel wachtkamers vol zitten. We hebben in deze ruimten zelfs narrow casting systemen, die zijn aangesloten op het elektronische patiëntendossier. Als de arts het consult afrondt en het dossier sluit, meldt dit systeem op gezag daarvan hoe lang de wachttijd bij de dokter nog is. Als je thuis via e-health een signaaltje krijgt dat de dokter nu online is, kun je totdat moment je eigen tijd helemaal indelen. En je hoeft ook niet te reizen, wat tijd en milieubelasting scheelt.

Is e-health het panacee voor alle zorgkwesties? Absoluut niet. Maar het zal zeker wel zijn eigen plaats verwerven in de zorg.

Ik ervaar het als een waardevolle aanvulling op het lijfelijke contact tussen patiënt en arts. Daar blijft, wat mij betreft, de kern liggen. Als een vrouw de spreekkamer binnenkomt met een verwoestende tumor, is het bijna onmenselijk om haar slechts een consult van 20 minuten te geven. Daar ligt een wereld van vragen, emoties, onzekerheid en geknakte verwachtingen. Ik zie bij ons artsen, die tijdens de poli vragen of deze vrouw ook ’s avonds tijd heeft. Dan komen ze weer bij elkaar. En dan niet voor 20 minuten, maar voor zolang als het nodig is. Daar ‘blinkt’ het echte goud van de geneeskunde: ‘La médecine c’est guérir parfois, soulager souvent, consoler toujours’. Ofte wel: ‘Geneeskunde is altijd troosten, vaak verlichten, soms genezen’.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Beroepsgeheim in een protocollentijdperk

In de zorg zijn de professionals actoren van een protocollaire praxis geworden. Onder invloed van een misinterpretatie van de betekenis van wetenschappelijk onderzoek voor de klinische praktijk, met een veel te sterk en zelfs kwalijk accent op big data, werd de klinische expertise, de door jarenlange ervaring gevormde intuïtie gedegradeerd tot een derderangs... Meer

Reageer |  reacties

De grenzen van het beroepsgeheim

Stel je nou maar eens voor dat het jouw zoon, dochter, neef, nicht, oom, tante, vader of moeder betreft. Doorgaans een adequate en goede reden om elk gebod m.b.t. het beroepsgeheim te omzeilen. Zo dacht ik er ongeveer 10 jaar geleden over. En zo denk er nog steeds over. Kan ik wat ik gedaan heb voor een rechter verantwoorden? Die vraag stel ik mijzelf als ik... Meer

Reageer |  reacties

Versterk het beroepsgeheim

Het is begrijpelijk, en in ons aller belang, dat hulpverleners hun mond houden als zij privacygevoelige informatie van hun cliënten of patiënten ontvangen. Het gaat om informatie die zij hebben verkregen in vertrouwen. Waarbij de aangever er vanuit gaat dat het binnenskamers blijft. Wie de wetgeving kent en de in het verlengde daarvan door beroepsgroepen van... Meer

Reageer |  reacties