De naakte waarheid van dementie

6 december 2016

Mw Franssen sluipt ’s nachts haar bed uit en dwaalt urenlang over de verpleeghuisgang. Niet zonder reden.

Ze zit bij het raam en staart naar buiten. Een foto op haar eikenhouten dressoirtje trekt mijn aandacht. Een opvallend knappe vrouw kijkt mij aan; lieve ogen, een vriendelijk gezicht, een eerlijke, kwetsbare lach. Op het kastje staat nog een foto van haar. Ze zit bij een beekje tussen twee oudere mensen in, ik vermoed haar ouders. Ze oogt wat triest. Alsof ze mijn gedachtes kan lezen, kijkt mw. Franssen plots op, waarna haar blik alweer snel afdwaalt naar buiten. Waar zou ze aan denken?

Ik besluit haar aan te spreken: ‘Mw. Franssen, goedemorgen, ik ben Sarah Blom en ik kom graag even kennis met u maken, vindt u dit goed?’
Mw Franssen: ‘Ja hoor, van wie ben je? Ik: ‘Ik ben de psycholoog’ Mw. Franssen: ‘Oh, zo, nou… dat is ook wat’. Een glimlach verschijnt om mijn mond, er is inderdaad eigenlijk altijd wat als ik langskom. Mw. Franssen: ‘en wat brengt jou hier’. Langzaam maar zeker zie ik steeds meer leven in haar ogen verschijnen. Ze probeert rechtop te gaan zitten ‘Ik werk hier en de zusters hebben gevraagd of ik even bij u langs wil komen. Schikt het u wel op dit moment? Mw. Franssen: ‘Waarom?’.

Goede vraag denk ik. Ik ben enigszins verrast. Vaak worden mijn bezoekjes voor lief aangenomen. Men ondergaat en aanvaardt het zonder verdere vraagstellingen. Maar deze dame is anders, ze wil begrijpen wat er om haar heen gebeurt. Maar met een geheugen dat haar meer en meer in de steek laat, blijkt dit haast ondoenlijk. Halve dagen loopt ze over de afdeling en klampt iedereen aan die ze maar tegenkomt ‘waarom zit ik hier, wat heb ik fout gedaan? mag ik alsjeblieft naar huis? Vragen die in de vaart van het verpleeghuis moeilijk te beantwoorden zijn: ‘Mw. Franssen, ga maar even zitten, we komen zo bij u. Mw. Franssen, neem maar een kopje koffie. Nee, uw zoon komt niet. Ja, mw. Franssen is eenzamer dan ooit. Vooral sinds zij, na het overlijden van zoon Rutger 1,5 jaar geleden, geen bezoek meer ontvangt. Met een steen in haar maag en een verwarde bovenkamer druipt ze af, terug naar haar appartement.

Mw. Franssen: Waarom komt u precies langs? Ik: ‘De zusters hebben mij gevraagd bij u langs te komen, omdat u in de nacht vaak wakker bent en over de gang wandelt. Herkent u dat? Franssen: ‘Oh ja, dat zou best kunnen’. Ze kijkt mij recht in mijn ogen aan. Ja. deze blik herken ik. Mw. Franssen zal zich niet snel blootgeven. Deze dame geeft zich niet zomaar weg. Met toestemming van mw. Franssen besluit ik gewoon even naast haar te gaan zitten en voor even zeggen we niets.

Vanaf die bewuste middag bezocht ik mw. Franssen wekelijks. Op sommige dagen spraken we over haar overleden echtgenoot die meer van huis was als thuis, haar enig kind en overleden zoon Rutger en haar lieve vader die ze helaas veel te vroeg verloor. Op andere dagen sloot ze zich volledig voor mij af. Ook dan week ik niet van haar zijde. Op deze momenten keken we samen stilzwijgend naar buiten. Zij in haar bruine grote fauteuil, ik op een krukje ernaast.
Hoewel we onmiskenbaar een band ontwikkelden en mw. Franssen mij meer en meer leek te vertrouwen, was ik net als de verzorgenden niet in staat de reden van haar nachtelijke onrust te achterhalen. We konden niet ontdekken waarom mw. Franssen ’s nachts haar bed uitkruipt, haar duster aantrekt en als een soort lichtgevend gedaante met haar grijswitte haren door de donkere gangen van het verpleeghuis trekt.

Tot de bewuste middag van 6 juni jl. Na een aantal weken rapporteren, observeren en een zevental gesprekken waarin ik al mijn gesprekstechnieken uit de kast trok, was ze omstreeks 15.00 uur bereid het mysterie voor ons op te lossen. Haar woorden worden hieronder letterlijk weergegeven;

Mw. Franssen aan het woord:
‘wat is de werkelijke geÔnteresseerdheid , dat valt tegen, ze kunnen niet met iedereen zo begaan zijn, dat vraag ik ook niet, maar het is wel eens zo bij de deur, als ze de nachtpillen brengen en ze zijn waar nu dat wagentje staat (bij de deur)..yoehoeeee…daaag: de goede wensen voor de nacht… En dan denk ik, ‘Schiet op’ En dan gaan je nacht in! En dan denk ik als ik nog thuis was, dan kreeg ik een kusje op mijn voorhoofd, dat was heel gewoon, logisch en nu, je mist de inhoud van de nacht ingaan, de nacht ingaan, een stukje veiligheid voelen en dat is er niet. Ja, ze kijken nog even.. dag, yoeeehoeee, weg. Nou dan ga ik weleens weer uit bed, de duster weer aan, een stukje veiligheid zoeken, erbij horen, En dan zit ik weleens bij de jongelui s’ nachts (nachtzusters) dan zit ik daar en dan drinken we. Geen alcohol, oh ja, 1 keer, een licht wijntje gehad, 1 keer, ook echt licht. Je werd er niet heet of koud van, maar het was een lekker smaakje, gezellig. Ja daar moet je geen gewoonte van maken, dat moet betaald worden, ik heb het aangeboden, mijn deel, ‘geen sprake van, wij zijn erover begonnen, wij… hoeveel wou je er nog, geintje he’. Ik bedoel maar, je kunt met sommigen om 2 uur ‘s nachts zomaar naast je bed zitten en met anderen, oei die liggen er zo maagdelijk bij. Kom niet in de buurt. Ja, en ik, ik ben op zich tamelijk afwachtend, ik durf mij meestal niet zo te uiten, ik ben niet zo vrij in gesprekken, vooral omdat je van kind af aan behoorlijk kwetsbaar was, het is net alsof je altijd je kwetsbaar gevoeld hebt en ook zo blijft. En dat is heel vervelend en ook verdrietig, je durft niet met dingen voor de dag te komen die je denkt…en dan ben ik een heel ander type als dat ik soms voordoe.

Wanneer je je zo onveilig voelt als mw. Franssen, heeft dat effect op alles wat je doet. Zo ook op de nachtrust. Ze kon de slaap gewoonweg niet vatten. We wisten al snel wat ons te doen stond. Vanaf die bewuste 6 juni pasten we iedere avond een liefdevol slaapritueel toe. Rond de klok van 8, zodra ze haar nachtpon aanhad en de haren los, brachten we haar een beker warme melk, namen we plaats op de rand van haar bed en stopten haar stevig in: ‘Zo, even goed instoppen hoor. Ligt u lekker of zal ik u nog wat meer instoppen? Wanneer ze goed ingestopt lag, gaven we haar een kus op haar oude gerimpelde voorhoofd, precies zoals haar vader dit ook deed 85 jaar geleden. ‘Slaap lekker en over een uurtje kom ik graag nog even bij u kijken, goed?

Deze liefdevolle omgang bleek precies voldoende om haar de laatste nachten van haar leven met een warm gevoel in te laten gaan. Mw. Franssen, u weet niet half hoe bijzonder u ons mooie werk maakt.

Dit artikel is geschreven door ouderenpsycholoog drs. Sarah Blom van www.oudwordenmetzorg.nl

Wilt u het volledige artikel lezen? Klik hier om het volledige artikel te lezen. 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten