Medicatie in de spoedpsychiatrie: appeltje eitje of toch niet?

6 juli 2015

Voordat ik in Amsterdam ging werken als psychiater gaf ik wel eens les aan verpleegkundigen en coassistenten over psychofarmacotherapie. Mijn stelling was: je kan met vier middelen de gehele (acute) psychiatrie medicamenteus bestrijken: diazepam, amitriptyline, lithium en haloperidol zijn voldoende.
Ook in die tijd was dit al een ongenuanceerde stellingname, maar hij was wel lekker duidelijk, uitdagend en educatief nuttig. Ik kon die stelling ook met veel verve uitdragen omdat ik niet gehinderd werd door veel relevante kennis. Het beeld kantelde enigszins toen ik halverwege 1981 bij de afdeling Geestelijke HygiŽne van de GGD in Amsterdam ging werken. Daar konden de artsen en psychiaters een zelf gekochte koffer inleveren bij de dienstdoende verpleegkundige die hem tot aan de nok toe vulde met een bonte verzameling medicijnen. Elk denkbaar antipsychoticum, antidepressivum en benzodiazepine en niet te vergeten slaapmiddel (o.a. barbituraten!) was in een klein plastic potje beschikbaar. De achterliggende gedachte was dat aan patiŽnten die op bepaalde medicatie waren ingesteld direct uit de koffer van de rijdende psychiater dat middel moest kunnen worden verstrekt om zodoende de medicatietrouw weer op niveau te krijgen.

Verder werd de koffer voorzien van een verzameling parenteraal toe te dienen medicamenten. De meest fameuze cocktail was net voor mijn indiensttreding uit circulatie genomen: 10 mg opial met 0,25 mg atropine in de wandeling “tien en een kwart” genoemd een combi waarmee je een op hol geslagen os vlotjes kon neer leggen. Ik moest het doen met de combinatie van 5 mg haloperidol, 5 mg droperidol en 50 mg promethazine. Ook niet mis. 

De kennis rondom het gebruik van al deze farmaca was niet gebaseerd op de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek maar op overlevering. Gerandomiseerd klinisch onderzoek was schaars en over sedatie in de acute psychiatrie was er niets bekend. Van verlenging van het q-t interval hadden we nog nooit gehoord. De belangrijkste complicatie die ik mij kan herinneren, is het veroorzaken van bloeddrukdaling bij sederen van een jonge en overigens fitte man. Verdere ellende bleef gelukkig uit. Onze kennis van psychofarmaca is aanzienlijk vergroot sinds het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Dit heeft weliswaar geen aardverschuivingen voor de alledaagse praktijk met zich meegebracht, maar er wel voor gezorgd dat we met meer gezag en betrouwbaarheid keuzes kunnen maken in soort middelen, dosering, toedieningsvorm en zo meer. In een land als Tanzania moeten werkers in de geestelijke gezondheidszorg het nog steeds doen met vier of vijf middelen en moeten ze er mee uit zien te komen. Desnoods moet de diagnose er voor worden aangepast. Een koffer vol met de meeste exotische geneesmiddelen is niet meer nodig, maar psychofarmacotherapie bedrijven met vier middelen is niet meer van deze tijd. 

Drs. Alexander Achilles

In de workshop “Farmacologie” tijdens het symposium Spoedeisende Psychiatrie op 18 september aanstaande krijgt u state of the art informatie over het onderwerp en uitgebreid de gelegenheid vragen te stellen. Het zal uw kennis op dit gebied nog verder vergroten. 

 Lees ook de column van dr. dr. Jaap van der Stel 'De taal van herstel'.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

FACT-werk en specialistische zorg in ťťn team

ĎBinnen GGZ Noord-Holland-Noord hebben we drie programmaís geschreven die de komende drie jaar hun beslag moeten krijgení, vertelt Marijke van Putten, lid van de raad van bestuur. ĎVoorheen werkten we via twee sporen: de FACT-teams en diagnostisch gerichte specialistische teams. Deze voegen we samen tot geÔntegreerde teams die wijk- en herstelgericht zijn. Teams met ervaringsdeskundigen en IPS-medewerkers die mensen begeleiden naar werk, maar ook met specialistische behandelkennis.í
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten