Groene vingers: Beter luisteren naar zorgprofessionals uit de praktijk

20 januari 2010

Een paar weken geleden organiseerde de gemeente een ‘bollen-plant-dag’. Ik weet niks van alles wat groen is en hou er al helemaal niet van om in de aarde te wroeten. Ik meldde ik me echter uit plichtsbesef ’s ochtends vroeg. Het was miezerig weer maar het werd met alle buren toch een gezellige en nuttige dag. De tuinman die ons begeleidde, leerde me bollen planten. Duizenden hebben we er in de grond gestopt. Ik verheug me op het voorjaar wanneer ik vanaf mijn balkonnetje kan genieten van vrolijke, kleurige narcissen en tulpen. De tuinman vertelde me dat er door dit soort acties, waarbij bewoners verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving, veel minder vernield wordt in de wijken. De bewoners zijn trots op hun bloeiende bloemen!

Ik kan me goed herinneren dat toen ik zelf nog fulltime als medisch specialist werkzaam was, ik regelmatig verbaasd en zelfs boos was over de projecten die vanuit ‘centraal’ over de afdelingen en professionals werden uitgestort. Zo werd er een project ‘cliŽntgericht werken’ gelanceerd. ‘Belachelijk, dat deed ik toch al?’ Nu jaren later, schaam ik me als ik daaraan terugdenk. Want ook bij mij viel nog wel wat te verbeteren aan cliŽntgericht werken. Misschien mopperde mijn directeur toen wel dat hij zo moest trekken en sjorren om professionals, waaronder mij, te motiveren om mee te werken aan kwaliteitsontwikkeling. Dat mopperen doe ik nu regelmatig zelf.

Mijn kantoor is in een prachtig oud pand in de binnenstad van Amsterdam. Als ik, op de trap, in de lift, of wanneer ik een broodje bij de slager om de hoek haal, met de professionals over het werk praat, vertellen ze enthousiast over de patiŽnten die ze ontmoeten en de verbeteringen die ze in de kwaliteit van hun werk zouden willen aanbrengen. Van het ten uitvoer brengen van die ideeŽn komt het soms wel, vaak ook niet.

Het hogere management van organisaties is zich te weinig bewust van de goede ideeŽn die op de werkvloer ontstaan. Veel professionals hangen hun ideeŽn niet aan de grote klok, zijn bescheiden of murw. Grote ambitieuze projecten vergezeld van communicatieplannen worden op centraal niveau ontwikkeld door raad van bestuur, directeuren en stafmedewerkers. Vervolgens moet elke afdeling een ‘implementatieplan’ maken. Dit is veel minder leuk dan je eigen idee, waar dan geen tijd meer voor is, verder ontwikkelen. Professionals hebben daarnaast weinig kaas gegeten van ‘verandermanagement’: hoe kom je van idee naar plan en uitvoering van dat plan? Dus veel ideeŽn blijven in de planvorming steken en sterven in de uitvoering een stille dood. En soms is er een ‘vroeger was alles beter’ of een ‘ja-maar’ cultuur op een afdeling. In die sfeer heeft elk goed idee, elk verandering, geen schijn van kans.

Wat moeten we doen om van ons werk een bloeiende bloemenzee te maken? Zullen we stoppen met grote, centralistische top-down projecten? We sporen de kiemplantjes op die passen bij onze visie op de zorg. De professionals ondersteunen we met kennis op het gebied van verandermanagement. We creŽren een omgeving waarin we ‘best practices’ uitdragen waardoor ook anderen enthousiast worden en meedoen. En de ‘vroeger was alles beter’ en ‘ja-maar’ professionals spreken we aan en onderzoeken of en hoe zij in de ontwikkelingen mee kunnen doen.

Managers met groene vingers!

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten