Het optimisme virus

14 november 2013

Nederlanders snakken naar goed nieuws en krijgen dat ook: kanker is over 20 jaar voor 90 procent geen ziekte meer waaraan je doodgaat, maar hooguit nog een ongemak waarmee je sterft. Er moet zes miljard worden bezuinigd maar het sociaal akkoord blijft intact. Er moet vooral meer geld worden uitgegeven, van onze minster president moeten we een nieuwe auto kopen, zo mogelijk ook een boot en op vakantie gaan (naar Griekenland zou ik zo denken).

Op lokaal niveau – in de provincie zullen we maar zeggen - zogen 60.000 oudere jongeren de troost en het optimisme geproduceerd door Bruce Springsteen op. In de Nijmeegse druilerige regen sloten zich de gelederen en stond men schouder aan schouder voor de gewone man, de hoer en de drugsverslaafde. Geen spoor van depressie, landerigheid of verdriet. Optimisme telt. Springsteen is 63 en nog altijd jong.

We zijn crisismoe en eisen ons nationaal geluk terug. Met branie en lef zijn we in Nederland historisch gezien groot en sterk geworden, het was de brandstof voor de gouden eeuw en in deze flow denken we het ook dit keer weer te redden en voortrekker in de EU te worden.

Volgens sociaal psycholoog Daniel Kahneman is de optimisme bias de belangrijkste van de overvloed die we aantreffen in de overvolle vijver met cognitieve denkfouten. Optimisten zijn overigens gelukkiger, populairder, minder vaak depressief, gezonder en ze hebben een langere levensverwachting dan hun pessimistische tegenvoeters. Nederland zit er vol mee. Ook al voorspellen de pessimisten de toekomst beter, de optimisten geven deze toekomst vorm en leiden ons land en onze belangrijkste ondernemingen. De optimisten zijn met hun zwakke cognitieve patronen eveneens verantwoordelijk voor onze economische en financiŽle crisis, maar daar hebben zij vervolgens ook weer de minste last van. Ze verwijten de pessimisten dat ze het spel niet goed meespelen, te weinig risico nemen en geen geld uitgeven. Wie of wat is er nog bestand tegen het optimisme virus?

De bezuinigingen op de GGZ passen niet in de ruime vergoedingen waaraan we de afgelopen jaren gewend zijn geraakt. Nergens ter wereld was en is het nog steeds zo goed geregeld voor iemand met psychische problemen als in Nederland. Tijdens recente lezingen hierover in ItaliŽ, de VS, Duitsland en Ierland kon ik rekenen op grote groepen collega’s die mij naar het lage land wilden vergezellen om hier hun praktijkwerk met veel minder zorgen, dan die waarmee zij worstelen, voort te zetten. Hoe snel zijn we niet vergeten dat tijdens de afgelopen 35 jaar voor driekwart van die tijd gold dat veel vergoedingen van nu ontbraken? De voorspoed went snel en de optimisme bias laat zich maar moeizaam corrigeren door de realiteit.

Kahneman noemt optimisme een grotendeels aangeboren instelling en definieert het vooral als iets cognitiefs. Ik ben meer geneigd onze optimistische attitude te analyseren als een door wensen vertekend cognitief proces. Ons denken was volgens Sigmund Freud doorgaans niet vrij van ons driftleven. Psychoanalyse was een optie om ons denken te bevrijden van driften, emoties en wensen en daarmee onafhankelijker en objectiever te maken. Kortom: onze optimistische leiders moeten voortaan in psychoanalyse of in psychotherapie. Hun denken moet worden getraind, meer realiteitsgericht worden, psychoanalytisch uitgedrukt; het secundair proces (realiteitsgericht denken) moet terrein veroveren op het primair proces (onze driften en emoties). Kahneman beschrijft hier vergelijkbare processen die hij systeem 1 en systeem 2 noemt. Het zou niet slecht zijn als we onze studenten leren om hun denken te trainen, hun denkfouten te onderkennen en te corrigeren, hun optimisme uit te dagen. Wat mij betreft krijgt dit meer ruimte in het curriculum dan hetgeen waaraan nu vooral veel tijd wordt besteed: een onderzoeksdesign uitdokteren, de juiste statistische techniek kiezen en uitvoeren, en overal de biologisch ‘grondslag’ van uitdokteren.

Een getrainde denker weet overigens ook onmiddellijk dat kanker over 20 jaar niet de wereld uit is, want hetgeen tot nu toe hiervoor het beste heeft geholpen waren niet alle medische onderzoeken, al snel optimistisch gebracht als ontdekkingen, maar de moeizame en traag werkende campagnes om te stoppen met roken. En deze laatste zijn door onze optimistische, rokende minister in de vuilnisbak gedeponeerd. Zes miljard bezuinigen zonder het sociaal akkoord geweld aan te doen, is ook iets voor de kindergeest die nog volop in sinterklaas gelooft. Kortom: hoed je voor de optimist maar blijf altijd positief.

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

De zorg: geen roeping, maar universele heroÔne

In het boek ĎDokter worden', een essaybundel van Arko Oderwald en drie andere auteurs (2005), staat: ĎLaten we elkaar niets wijsmaken over naastenliefde, hulpverlening is een benigne vorm van machtsuitoefening. Daarom is het zo leuk. Universele heroÔne!' Kijk, daar kun je wat mee. Zo'n uitspraak getuigt van intelligentie, zelfspot, nuchterheid en eerlijkheid... Meer

Reageer |  reacties

Volg je hart - met verstand

Je hart volgen, doen wat je hart je ingeeft, met hart en ziel je werk doen. Uitdrukkingen die suggereren dat je, door je hart voorop te zetten, de dingen doet waar je de meeste voldoening van hebt en het meeste plezier uithaalt. En dat Ūs vaak ook zo. Maar er zit een addertje onder het gras, en niet zo'n kleintje ook. Want wie zijn hart volgt, vindt het vaak... Meer

Reageer |  reacties

CreŽer waarde, geen producten

Wie vroeger in de zorg ging werken motiveerde de keuze vaak als een roeping. Het geloof diende als een belangrijke inspiratiebron. Zo doen we het nu meestal niet meer. Intrinsieke motivatie en bevlogenheid staan nu centraal. Plezier in het werk wordt belangrijk gevonden, en dat telt in het bijzonder in de zorg. Missie is een modern woord voor roeping, en bei... Meer

Reageer |  reacties