Doodgewoon

9 oktober 2014

Er is een ware run op de niet-reanimeerpenning. Bij de Levenseindekliniek zijn er nu wachttijden ontstaan. En het nieuwe seizoen van het tv-programma 'Over mijn lijk’ trok vorige week meer kijkers dan Studio Sport. Het lijkt erop dat een van de laatste taboes van het leven, namelijk de dood, aan het verdwijnen is. Dat heeft ook voor de geneeskunde onvermijdelijk consequenties.

Door vergrijzing en toegenomen levensverwachting zijn er in Nederland steeds meer ouderen met chronische ziekten. De zorg in de laatste levensfase wordt daarmee steeds belangrijker. Daarbij komt ťťn term steeds weer terug: waardig sterven. 

Wat dat nou precies betekent, daar zijn de meningen over verdeeld. De NVVE stelt waardig sterven gelijk aan euthanasie. Dat is nogal kort door de bocht. De kwaliteit van de palliatieve zorg in ons land is, zeker vergeleken met sommige anderen landen, beslist niet slecht. Die moet alleen wel op tijd ingezet worden, het liefst ook grondig voorbesproken met de patiŽnt. Want er komt een moment dat er gestorven moet worden. Daar kun je allemaal, als dokter, patiŽnt en familie, maar beter open over zijn. 

Het plannen van zorg in de laatste levensfase noemen we Advance Care Planning. Dat is een belangrijk onderdeel van de recent verschenen richtlijn reanimatie bij kwetsbare ouderen. Hierin staat dat huisartsen proactief een gesprek over reanimatie aan kwetsbare ouderen zouden moeten aanbieden. Een niet-reanimeerpenning kun je echter zonder tussenkomst van een arts bestellen. Het is dan ook de vraag hoeveel penningdragers daadwerkelijk een goed gesprek met de huisarts hebben gehad. 

Sommige ethici en predikanten menen dat de toegenomen interesse om de eigen regie te voeren over het levenseinde een ongelukkige tendens is. Een glijdende schaal. ‘We lijden aan armoede op het gebied van zingeving’, zeggen ze dan. En: ‘Wie voor euthanasie kiest, geeft de strijd op. Hij beneemt zichzelf de mogelijkheid van geestelijke groei die het lijden biedt.’ Een interessante visie, maar aan geestelijke groei heb je niets als je eenmaal dood bent. En ook vlak vůůr het je over het randje van het graf kiepert, is het volstrekt nutteloos. Ik citeer dan liever specialist ouderengeneeskunde Bert Keizer: ‘Lijden, dat is pijn zonder hoop.’ Of schrijfster Renate Dorresteijn: ‘Lijden loutert niet. Je wordt er alleen maar een zeikerd van.'

Ik denk niet dat er armoede heerst op het gebied van zingeving, maar dat de samenleving op een meer volwassen manier naar de dood leert kijken. Als dat zo is, dan moeten we dat zien als goed nieuws. Angst is een slechte raadgever, zeker in de geneeskunde. Terug naar Bert Keizer: de reden dat tachtigplussers vaak nog zo rottig dood gaan, zegt hij, komt doordat ze vaak door veertigers behandeld worden in het ziekenhuis. ‘Niemand wil dood, maar dat niet-dood-willen heeft een andere kleur in veertigers dan in tachtigers. De veertigers die de scepter zwaaien in het ziekenhuis leggen hun doodsangst op aan onder andere de tachtigers voor wie zij zorgen.’ 

Veel ouderen zijn niet zozeer bang voor de dood, maar wel voor een ellendig sterfbed. Op de intensive care, bijvoorbeeld. Die angst is niet onterecht. De meeste ziekenhuizen zijn er trots op niet direct de deur open te doen als Magere Hein aanklopt. Maar als het taboe op de dood in de samenleving aan het verdwijnen is, mag de zorg – vooral het ziekenhuis – daarin niet achterblijven. Ook onder medisch specialisten moet (tijdig) praten over het levenseinde doodgewoon worden. Daar wordt iedereen beter van, zelfs de stervenden.  

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten