Het zorgkompas van politici draait door.

30 mei 2013

Over besturen, toezichthouden en incidenten.

Het landschap van de semipublieke organisaties wordt zo af en toe opgeschrikt door incidenten. Grote organisaties gaan failliet door overmoed van bestuurders, die te grote - onverantwoorde - beslissingen namen waartegen ze niet werden gewaarschuwd, of zich zelf verrijkten waartegen ze niet werden beschermd. De roep om meer toezicht, toezicht op toezicht neemt hand over hand toe. Hoe meer toezicht des te beter het gaat, is de achterliggende gedachte, maar de vraag is uiteraard of nog meer toezicht helpt wetende dat steeds meer toezicht de incidenten niet heeft kunnen voorkomen.

De overheid trok zich een aantal jaren geleden terug om de verantwoordelijkheid aan het semipublieke domein over te laten aan de bestuurders en werkers in het veld, maar scheepte hen min of meer tegelijk op met een verstikkende hoeveelheid regels en eisen waarvan iedereen tureluurs wordt - de meeste overheidsinstanties werken bovendien langs elkaar heen zodat iedere organisatie steeds weer dezelfde gegevens op een iets andere manier moet aanleveren. De standaardreflex van de overheid op ieder incident is het verder aanscherpen van de regels, en verhogen van het aantal inspecteurs, of zoals nu het instellen van een commissie die een gedragscode voor het semipublieke domein moet gaat opstellen.

Naar aanleiding van de incidenten bij Amarantis en Vestia gaat Femke Halsema een gedragscode opstellen voor behoorlijk bestuur in de semipublieke sector, alsof niet allang voor integere bestuurders, artsen en onderwijzers duidelijk is wat zij moeten doen en laten om goed te kunnen functioneren. Het kabinet acht het desondanks voor het vertrouwen van burgers in het functioneren van semipublieke sectoren noodzakelijk dat er aandacht komt voor het moreel kompas voor hun bestuurders en toezichthouders. Er moet volgens minister Kamp een helder signaal worden afgegeven dat het gedrag en de maatschappelijke verantwoording (en verantwoordelijkheid lijkt me) van bestuurders en interne toezichthouders in de semipublieke sector beter kan en moet. Niemand zal het met Kamp oneens kunnen zijn dat de semipublieke sector alles op alles moet zetten om er voor te zorgen dat er integer wordt gewerkt en zodoende probeert te voorkomen dat er zich misstanden voor doen (primum non nocere is niet voor niets een belangrijke pijler voor artsen), maar ik denk werkelijk niet dat er een nieuwe code onder leiding van een ex-politica voor nodig is. De wet van Hippocrates biedt artsen voldoende houvast om hun werk goed te kunnen doen. Desondanks frauderen sommigen van hen toch. Dat zal altijd zo blijven en ook een nieuwe code voorkomt dat niet. De vraag is bovendien voor wie die code precies bedoeld is?

Kamp wijst er op, dat de incidenten die zich de afgelopen tijd hebben voorgedaan, het vertrouwen van burgers in het functioneren van bestuurders en toezichthouders in semipublieke sectoren hebben geschaad en het aanzien van de maatschappelijke dienstverlening in brede zin hebben aangetast. Volgens hem heeft het sommige bestuurders en toezichthouders ontbroken aan een moreel kompas. Daar heeft hij zonder twijfel gelijk in, maar hoe is het volgens hem dan gesteld met het vertrouwen van de burger in de politiek en de politici, nu wij weten dat veel van de grote bedrijven die in de problemen komen worden geleid door een politicus? Is hij niet van mening, dat de reikwijdte van dat morele kompas veel groter zou moeten zijn? ‘De vraag stellen is de vraag beantwoorden’ hoor je wel eens zeggen dus moge het antwoord duidelijk zijn. Nu probeert Kamp zich er wel gemakkelijk vanaf te maken: “Het gedrag en de maatschappelijke verantwoording van bestuurders en toezichthouders behoeft permanente aandacht”. “Dat helpt het vertrouwen in de overheid en de semipublieke sector te vergroten.”

Laten politici zelf het goede voorbeeld geven en hun eigen morele kompas naar het ware noorden richten. Als we samen optrekken en de overheid niet standaard de beschuldigende vinger naar anderen opsteekt dan komt het in onze samenleving wel goed. Anders zullen er alleen maar nog meer codes en regels bij komen en het vertrouwen van de burger nog meer afnemen, totdat hij uiteindelijk achterdochtig om zich heen kijkend, niemand meer vertrouwt . 
 

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Staat de patiŽnt wel centraal?

Enige tijd geleden sprak ik een vrijgevestigd klinisch psychologe over haar ervaringen binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vertelde over een depressieve patiŽnte die zij wilde verwijzen naar de crisisdienst van de regionale GGZ-instelling. Zij vertelde dat zij deze patiŽnte niet kon/mocht doorverwijzen, dat de huisarts dat moest doen, maar dat die op vakantie was en zijn waarnemer de patiŽnte eerst wilde zien voordat hij zou kunnen doorverwijzen, dat deze waarnemer deze patiŽnte niet wilde doorverwijzen, omdat hij het met de diagnose niet eens was, dat de psychologe de patiŽnte toen presenteerde aan een bevriende psychiater, die patiŽnte vervolgens terstond verwees naar de crisisdienst, die de patiŽnte tijdelijk in behandeling nam, en om het af te sluiten niet met de klinisch psychologe, de behandelaar overlegde maar met de bevriende psychiater, die de patiŽnte na ťťn gesprek had doorverwezen, en haar nauwelijks kende.
Meer

Reageer |  reacties

Millennials missen een ontwikkeld backoffice

De Facebookgeneratie ofwel de millennials (geboren tussen 1980 en 2000) overbevolken onze GGZ. In tien jaar tijds nam bij deze generatie het slikken van antidepressiva met 40% toe. 72.000 zitten er vanwege arbeidsongeschiktheid thuis; in grote meerderheid gaat het om psychische themaís. In de GGZ trakteren wij ze op een etikettenepidemie: dyslexie, ADHD, ADD, hoogbegaafdheid, PTSS, autisme, Asperger, NLD, dyscalculie, borderline.
Meer

Reageer |  reacties

Voorkůmen is beter dan genezen

Denkt u eens na over het volgende rijtje: een jurist, een kantoorbeambte cq boekhouder, een rechtsgeleerde, een leraar, een voormalig metaalarbeider en vakbondsbestuurder, een arts, een jurist, een scheikundige, een voormalig secretaresse, een politicoloog en jurist, een TV-producer, een arts, een econoom, een historicus annex internationale betrekkingen-expert, een socioloog en een politicoloog. Weet u al waar ik op doel? Dat is de achtergrond van de ministers die de afgelopen 40 jaren Volksgezondheid in hun portefeuille hebben gehad.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten