Als je een oudere ontmoet, ontmoet je een boek, een verhaal

11 mei 2017

Aan professionals en bestuurders in de zorg worden zware eisen gesteld. Zekerheden verdwijnen, regelgeving werkt verstikkend, de financiŽle druk neemt toe. Het ‘handhaven van de koers’ is niet meer voldoende, vaak zijn harde en duidelijke keuzes nodig. Bestuurders moeten flexibel zijn en zichzelf opnieuw uitvinden. Professionals worden geacht de veranderingen te volgen en zich aan te passen. Van der Hoef & Partners publiceert interviews met deze professionals en bestuurders, met als centrale vraag: hoe gaan ze met hun uitdagingen om?

In het volgende interview spraken wij hierover met Ingrid Kroon, Specialist Ouderengeneeskunde bij Florence. 

 Ingrid Kroon Eerste Geneeskundige bij Florence

 ‘Als je een oudere ontmoet, ontmoet je een boek,

een verhaal'

Specialist Ouderengeneeskunde Ingrid Kroon werkt als Eerste Geneeskundige bij Florence, een grote fusieorganisatie met veel thuiszorg en achttien locaties voor intensieve zorg. Als professional dacht ze mee over het masterplan Waardigheid en Trots van staatssecretaris Van Rijn om de ouderenzorg te verbeteren. ‘In onze sector is en masse gefuseerd om overhead te drukken. Dat geld is nauwelijks naar de patiŽnt gegaan. We hebben op grote schaal de verpleging en verzorging verwaarloosd, waardoor zij hun werk niet meer goed kunnen doen.’

 ‘Hoeveel succes hebben zelfsturende teams ons tot nu toe nu daadwerkelijk gebracht?’, vraagt Kroon direct al met kritische ondertoon. ‘Diverse instellingen komen er alweer van terug. Aan de buitenkant lijkt het modern georganiseerd, maar binnen de muren van de instelling blijken de structuren vaak nog ouderwets en top down. Dan kķnnen de mensen op de werkvloer helemaal niet zelfstandig functioneren en leidt de transformatie al gauw tot verschraling en verarming. Zelfsturende teams zijn alleen succesvol als ook bestuurders een andere rol aannemen. Er moet een duidelijke visie aan ten grondslag liggen, er zijn kaders nodig en mensen die klaarstaan om het proces te ondersteunen. In onze organisatie hebben we de teams naar mijn idee te veel aan hun lot overgelaten. Op een gegeven moment bleek een deel van de medewerkers de bevoegdheid en bekwaamheid niet op orde te hebben. Dan gaat er iets fout .’

Vertrouwen en wederkerigheid
Kroon kent ook voorbeelden waar de zelforganisatie wel goed functioneert. ZorgAccent in Almelo heeft volgens haar deze manier van werken in de haarvaten zitten. Kroon: ‘Ze hadden een bestuurder die zich dienend opstelde, perspectief schetste en kaders vaststelde. Het gaat om vertrouwen geven aan je vakmensen, niet alleen op papier of voor de vorm, maar ťcht. Ook moet sprake zijn van wederkerigheid: wij faciliteren en ondersteunen jullie, maar wij verwachten daar ook iets voor terug, en daar spreken we je op aan.’

Holistisch
Ingrid Kroon werkt al zestien jaar bij dezelfde werkgever. Ze volgde hier ook haar opleiding. Haar eerste gedachte was internist worden, maar alleen het corrigeren van het tekort aan natrium en kalium gaf haar toch te weinig voldoening. Daarvoor is ze te holistisch ingesteld. ‘Ik ben van de context. Niets staat op zichzelf, niemand niet, niets niet. Ik heb nooit ťťn seconde spijt gehad van mijn keuze voor de ouderenzorg, ik heb iets met kwetsbare mensen. Als je een oudere ontmoet, ontmoet je een boek, een verhaal. Dat verhaal stuurt ook je medisch handelen. Bij ouderen heeft het leven een ets achtergelaten die bepaalt hoe zij omgaan met ouderdom, ziekte, afhankelijkheid.’

Afvalputje
Toen ze koos voor de ouderenzorg was het imago van de ‘verpleeghuisarts’ niet bijster goed. Op de somatische afdeling van een verpleeghuis liepen mensen nog met rollators rond. Nu wonen deze mensen thuis, alleen bedlegerige of volledig rolstoelafhankelijke mensen wonen nu in de langdurige intensieve zorg. De verpleeghuisarts was een soort huisarts. ‘Een deel van de 50plus-artsen die in de VVT werken, zijn min of meer per ongeluk in deze sector terechtgekomen. Er was een overschot aan huisartsen. Artsen die eigenlijk huisarts wilden worden, kozen tegen wil en dank voor verpleeghuisarts. We waren een soort afvalputje. Nu is ouderengeneeskunde een echt specialisme. Jonge artsen groeien op met feedback en intervisie, ze leren te reflecteren op hun eigen handelen. Voor mij is dat de sleutel om tot een goede dokter uit te groeien. Vroeger was de man in de witte jas het middelpunt van zijn eigen universum, maar de medisch specialist die aan het bed van de patiŽnt wat onverstaanbaars mompelt, kan echt niet meer. De arts van nu moet zich thuis voelen in een netwerk van zorgverleners en ook zachte competenties ontwikkelen. De arts-assistent die nu in opleiding is, is een andere dokter dan de hiŽrarchisch ingestelde dokter van toen.’

Masterplan
In 2015 lanceerde staatsecretaris Martin van Rijn zijn masterplan Waardigheid en Trots. Dit masterplan moet richting geven aan de toekomstige ouderenzorg. Kroon was betrokken bij de totstandkoming van dit plan. ‘Het is een majeure project, zo groot dat je je afvraagt waar je moet starten. Het gaat over zorg, over opleidingen, over de arbeidsmarkt, maar ook over wonen en vastgoed. De zorg voor ouderen is nu nog te fragmentarisch georganiseerd. Gelukkig zie ik nu een beweging op gang komen dat de verschillende domeinen elkaar opzoeken en hun eigen belang wat loslaten. Goede zorg voor kwetsbare ouderen moet leidend zijn. Maatschappij en politiek willen morgen resultaat, maar dat gaat niet. We hebben vijf tot tien jaar nodig om onze doelen te verwezenlijken. ’

Trias welzijn-medisch-wonen
In de visie van Ingrid Kroon is de trias welzijn-(medische) zorg-wonen de spil van de ouderenzorg. Deze onderdelen zijn in haar ogen alle drie even belangrijk. ‘Als je pijn hebt, is het bijvoorbeeld lastig om te genieten van je mooie huisje. Met pijn geen welzijn, zeg ik altijd. Je hebt de dokter nodig om je goed te voelen, zodat je de deur uit kunt en kunt genieten van de leuke dingen die er zijn. Maar de dokter in de witte jas moet ook beseffen dat zijn inbreng alleen niet zaligmakend is. De drie domeinen zijn gelijkwaardig. Voor de kwetsbare oudere is de dokter net zo belangrijk als de gemeenteambtenaar die de aanpassing in de woning regelt. Een goede specialist ouderengeneeskunde heeft een holistische kijk op al de domeinen rond de kwetsbare oudere. De specialist ouderengeneeskunde van nu is een netwerkarts.’

Aandachtvolle zorg
Kernthema in de ouderenzorg is volgens Kroon ‘aandachtvolle persoonsgerichte zorg’. ‘Aandacht is een kernbegrip. Aandacht voor de patiŽnt en zijn omgeving, bijvoorbeeld door goed te luisteren. Een patiŽnt dient een klacht in als de zuster onvriendelijk is, niet als de wond niet goed behandeld is. Logisch, want dat kan de patiŽnt als leek niet goed beoordelen. Die gaat er terecht vanuit dat dokters en verpleegkundigen hun medische handelingen juist uitvoeren. Onze aandacht moet ook gaan naar onze verplegenden en verzorgenden. Die hebben we de afgelopen jaren verwaarloosd. In onze sector werken zusters uit het jaar “kruik”, maar die hebben door hun ervaring vaak wel een fantastische klinische blik. Aan de andere kant van het spectrum hebben we de jongere medewerkers die met een moderne blik naar de zorg kijken. We hebben ze allemaal nodig.’

Bizar jaar
Ingrid Kroon heeft in de afgelopen jaren mooie resultaten behaald. Na de fusie bestond de vakgroep specialisten ouderengeneeskunde binnen Florence uit verschillende bloedgroepen. Ze heeft die bloedgroepen bij elkaar gebracht. De formatie van de vakgroep is uitgebreid, de kwaliteit is toegenomen. Er staat nu een mooie toekomstbestendige groep specialisten ouderengeneeskunde met ambitie. Het betekende wel dat ze 24 x 7 uur met haar werk bezig was. ‘Vooral het laatste jaar was bizar. Naast mijn werk deed ik een opleiding, mijn man had twee banen tegelijk, mijn dochter brak haar been op zes plaatsen, we hadden thuis een verbouwing en met kerst lag ik met longontsteking op de bank. Zo’n jaar. Dan heb je ook geen tijd voor reflectie, geen tijd om eens na te denken hoe je verder wilt. In de zestien jaar hier kreeg ik elke keer een nieuwe uitdaging op mijn pad waardoor het spannend bleef. Nu er stabiliteit is binnen de vakgroep kan ik met wat meer rust genieten van de resultaten die zijn bereikt. Het geeft mij ook de kans om eens rustig na te denken over mijn toekomst.’

Dit interview is op verzoek van Van Der Hoef & Partners / D!scura uitgewerkt door Ben Tekstschrijver, tekstschrijver gespecialiseerd in de zorg

Vacatures

MEER OVER DEZE VACATURE >>

Opinie

Geef mij tijd

Het is september en de vrijwilligers van het Koningin Wilhelmina Fonds voor de kankerbestrijding (KWF) komen langs met de collectebus. Het kan niemand ontgaan zijn. Radio- en televisiespotjes dringen zich aan je op. En waar je maar kijkt maken spandoeken en affiches ons erop attent. GEEF MIJ TIJD. Daarbij wordt meestal ook een portret getoond van iemand met kanker. Ik had zelf ook op zoín foto gekund, maar ik heb nu al vijftien jaar die op hol geslagen cellen en vind eigenlijk dat me sinds de diagnose al verrassend veel tijd is gegund. Daar klaag ik dus niet over. Langzaam aan beweeg ik me naar het moment dat de kanker me de baas is, maar zo ver is het nog niet. Wel heeft de behandeling van de kanker mijn leven danig ontwricht. Niet alleen dat van mij. Mijn vrouw moest op haar vijftigste ook wennen aan een heel andere man in huis. Elke keer dat ik langs een KWF affiche kom denk ik: GEEF MIJ KWALITEITTIJD.
Meer

Reageer |  reacties

Een zondebok aanwijzen helpt niet

In het boek ĎVeiligheid in de ggz. Leren van incidenten en calamiteitení dat psychiater Alette Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Nico Kaptein onlangs publiceerden, komen drie lessen steeds weer terug. Een: het helpt niet om Ė in het geval van een ernstig incident of calamiteit Ė een zondebok te zoeken, want fouten worden gemaakt als sluitstuk van een proces waaraan allerlei professionals een bijdrage leveren. Twee: zorg voor een open cultuur waarin iedereen zich vrij voelt om elkaar aan te spreken. En drie: zorg ervoor dat iedereen zich verantwoordelijk voelt voor veiligheid.
Meer

Reageer |  reacties

Duizend bloemen, een paar teveel

Hoogleraar Jim van Os sprak recent in NRC Handelsblad zijn zorg uit over de achteruitgang van de psychiatrie in Nederland. Het toenemend aantal gevallen van euthanasie bij mensen met ernstige psychische aandoeningen is daar volgens hem een symptoom van. De verwaarlozing kost mensenlevens. Hij bepleit een focus op persoonlijk herstel. Marian Draaisma van zorginstelling Pluryn klaagde in dezelfde week in het AD over een verschuiving van werkzaamheden van de jeugdpsychiatrie naar de jeugdzorg. Dit verklaart volgens haar waarom het aantal suÔcides bij de betrokken jongeren nog nooit zo hoog is geweest. Ook hier gaat het om vragen over leven en dood. De oplossing ligt hier in de handen van gemeenten. En GGZ-instelling Emergis in Zeeland dreigde eind augustus met een behandelstop voor de rest van dit jaar. De zorgverzekeraar heeft te weinig zorg ingekocht.
Meer

Reageer |  reacties

Nascholingstrajecten